De zachte noten van het legendarische Yesterday van The Beatles zijn onvermijdelijk verbonden aan de stad Liverpool. Overal kan je nog sporen zien van hun geboorte in de havenstad aan de Mersey, wat zich meestal vertaalt in platvloerse merchandise: ronde brilletjes, gele duikboten en de ‘mop-tops’ die jonge vrouwen lieten gillen van dolle gekheid in de jaren ’60 en ’70. Maar dat is het voordeel aan onsterfelijke muziek; het zijn meezingers met lachen en tranen. Het eeuwige bestaan van Yesterday breekt los, waardoor de lyrics nog steeds de rode harten vult. Dat liefde een nog nooit zo gemakkelijk spel is om te spelen blijkt als je in de kleur van je hart speelt. Liverpool is kampioen.

Het is steeds een vreemde ervaring wanneer je als club landskampioen wordt door de resultaten van directe tegenstanders. De beslissing ligt ergens anders, de macht is oncontroleerbaar. Voor sommige spelers is het zelfs teleurstellend dat zij niet de finale nekslag kunnen toedienen (de volgende speeldag gaat Liverpool immers op bezoek bij Man City). Al bij al is dat alleen maar overbodig gezeik, alles kan mooier achteraf bekeken. Na 30 jaar is Liverpool opnieuw landskampioen van Engeland. Jaren van hoongelach van de buren uit Manchester, collectieve sneer en spot van anderen in de competitie. Vorig jaar werden hun tongen gegrepen in Madrid, nu heeft de schaar de doorslag (of beter ‘doorknip’) gegeven. Alsof het ‘yesterday’ was, die laatste prijs. Maar drie decennia wachten op die Engelse titel, het valt eindelijk van de schouders. Dit is zo mooi.

Als sympathisant van The Reds maakt dit toch heel wat los. Na een hyperdominante campagne waarvan gezegd werd ‘Liverpool can not slip anymore’, naar de ongelukkige sliding van Gerrard zes jaar geleden die LFC toen de titel kostte, voelt dit nog steeds aan als een breekpunt in de historie. Zelfs zonder het verlossende gejuich van de fans, de massaoptocht in de straten of de apotheose van het laatste fluitsignaal dat een einde maakt aan die lange pijniging. Je voelt dat dit dieper zit, een grijze holte dat nu opgevuld raakt met heroïsche gevoelens van de beste te zijn. Het is sinds Leicester City geleden in 2016 dat er zo’n pakkende kampioen is rechtgestaan. Zelfs het virus heeft hen niet kunnen stoppen.

Een leven lang wachten op prijzenzilver zou je het kunnen noemen. Naast de sympathie voor Liverpool ben ik trouwe supporter van KV Mechelen, beide clubs lijken veel op elkaar. Als kind kwam ik veel te weten over de rijke geschiedenissen van de clubs. Europese kampioenschappen, onvergetelijke spelers en de vele prijzen moest ik in boeken en via oud beeldmateriaal vernemen. De fantasie sloeg op: hoe is dat, jouw club de beste zien worden? Jouw kleuren in de lintjes aan de bekers, is er iets mooiers? 2019 was daarin een open boek. Ik zag mijn Malinwa kampioen worden, een heldenepos. Op de Heizel wonnen we de nationale beker, een godentekst. Eind mei zat ik in een Irish pub naar Jordan Henderson te kijken die de beker met de grote oren in de lucht hees, een heilig schrift. Ben ik de bekers gewend? Zoiets pakt je toch steeds bij de keel, gewenning is vergiftiging.

En hoewel Yesterday vooral een lied is over de liefde moest ik meteen aan die melodie denken toen Liverpool kampioen werd. Op die heftigste momenten voel je ook het meest dat je leeft als supporter. Daarbij moest ik denken aan m’n voormalige vriendin, die vorig jaar de titels samen met mij vierde. Zij voelde wat dat betekende, de aardbevingen in de historieboeken. Zij ving m’n gelukstranen op in onze omhelzingen om het ongeloof van de gebeurtenissen te kanaliseren. Zij weet precies wat dit nu betekent. En of ik haar mis, alsof het ‘yesterday’ was.