Vanavond om 18u45 verdedigt PSV tegen FC Groningen zijn tweede plaats in de Eredivisie. Maar nog belangrijker: het maandag overleden clubicoon Willy van der Kuijlen zal er een staande ovatie krijgen. Er mag slechts 4.000 man binnen in het Philips Stadion, maar het applaus zal ongetwijfeld klinken alsof de tent als vanouds vol zat.

“Willy is voor Helmond een buitengewoon man. Hij is altijd Helmonder gebleven”, verklaarde toenmalig Helmonds burgemeester Fons Jacobs in november 2011 vol trots bij de boekpresentatie van Onze Willy – voor altijd Mister PSV. “Wij hebben een standbeeld van Willy. Dat hebben ze in Helmond nog niet”, was het gevatte antwoord van toenmalig Eindhovens burgemeester Rob van Gijzel. Om er dan uiteindelijk aan toe te voegen: “Eigenlijk is Willy de brug tussen Helmond en Eindhoven”.

Helmond, inderdaad. Wilhelmus Martinus Leonardus Johannes – zeg maar Willy – van der Kuylen werd er geboren en begon er met voetballen bij HVV Helmond, dat in 1962 uit het betaalde voetbal degradeerde. Willy liet het niet aan zijn hart komen en scoorde er aan de lopende band.

Al gauw kwam PSV hem op het spoor. De Eindhovenaars boden hem een jeugdcontract aan, maar Van der Kuijlen ging er niet op in omdat hij bij HVV meer verdiende dan er aangeboden werd. “Als ze mij zo goed vinden, moeten ze een jaar daarna maar terug komen”, dacht hij. PSV kwám een jaar later terug. Toen hij naast een plaatsje bij PSV ook een job als magazijnbediende bij Philips aangeboden kreeg, was Van der Kuijlen verkocht. In 1964 tekende hij bij de club die de rest van zijn leven zou bepalen.

Bij zijn officieuze debuut, een oefenwedstrijd tegen SVV, scoort hij vijf keer in de 6-1-zege van PSV. De toon is meteen gezet. In zijn debuutjaar 1964/65 scoort hij meteen 20 goals in 27 wedstrijden. In achttien seizoenen bij PSV zou hij negen keer 20 goals of meer scoren. Het is eigenlijk nog gek dat hij ‘slechts’ drie keer topschutter van de Eredivisie werd. Zeker als je weet dat hij met 311 doelpunten (waarvan 308 voor PSV) nog steeds topschutter aller tijden van de Eredivisie is. Maar ja, met zijn dubbele kapbeweging en lange pass hielp hij natuurlijk ook andere spelers met scoren.

Ter verdediging voor die seizoenen waarin hij minder dan 20 keer scoorde: in sommige seizoenen werd Van der Kuijlen wat meer naar achter geschoven en opereerde hij meer als spelverdeler – onder andere in het seizoen 1977/78, waarin hij voor het eerst in jaren geen clubtopschutter werd maar wel de landstitel én de UEFA Cup won. Een doelpuntenmachine die ook als draaischijf fungeerde. Naast zijn verwoestend hard schot – die hem de bijnaam Skiete Willy opleverde – was ook zijn perfecte tweebenigheid een altijddienende troef. “Je hebt spelers die speciaal rechts moeten aangespeeld worden of links. Bij Willy hoefde je niet na te denken, kon je gewoon die bal geven”, vertelde oud-ploegmaat Willy van de Kerkhof daar ooit over. Zelfs de grote Johan Cruijff beweerde later dat hij nooit in zijn leven een speler had gezien die een bal met links en rechts zo goed kon raken.

Cruijff, het woord is gevallen. Uiteraard kreeg Van der Kuijlen op een dag een oproepingsbrief van Oranje in de bus. In maart 1966 debuteerde hij tegen West-Duitsland, een maand later scoorde hij in zijn tweede interland zijn eerste doelpunt voor Oranje in de 3-1-oefenzege tegen België. Een dispuut tussen hem en Jan van Beveren enerzijds en Johan Cruijff en Johan Neeskens anderzijds zorgde er echter mede voor dat Van der Kuijlen niet verder kwam dan 22 interlands.

Bovenstaand incident bevestigt dat Van der Kuijlen een gevoelsmens is. Dat bleek ook toen zijn doelpuntenproductie terugliep toen zijn verhouding met PSV-trainer Kurt Linder begon te vertroebelen. Pas na de komst van Kees Rijvers in 1972 vond Van der Kuijlen zijn voetbalplezier weer terug in Eindhoven. Gelukkig voor PSV escaleerde het conflict met Linder niet zo hard dat Van der Kuijlen koos voor een vertrek naar Anderlecht, Valencia of Real Madrid, want in de jaren 70 volgden pas de internationale successen met PSV: na een halve finale in de Europacup I in het seizoen 1975/76 volgde twee seizoenen later de UEFA Cup. En raad eens wie na de 0-0 in Bastia de laatste goal scoorde in de 3-0-zege in het Philips Stadion? Jawel, Willy Van der Kuijlen.

En toch raakte Van der Kuijlen na het vertrek van Rijvers opnieuw op een zijspoor van PSV. Toen trainer Thijs Libregts hem in het najaar van 1981 hem tijdens een thuiswedstrijd tegen NEC eens drie kwartier liet warmlopen, kreeg hij het publiek op zijn dak. Van der Kuijlen liet het echter niet aan zijn hart komen en verhuisde in 1981 naar MVV, waar hij aan zijn fabelachtig aantal van 308 Eredivisiegoals nog drie stuks bijvoegde. In het seizoen 1982/83 rondde hij zijn carrière af bij… het Belgische KVV Overpelt Fabriek, dat toen net voor het eerst in zijn bestaan naar Tweede klasse was gepromoveerd.

Diepe wonden waren er echter niet geslagen door PSV, want Van der Kuijlen keerde later gewoon terug naar het Philips Stadion. Hij werd er assistent- en jeugdtrainer, en later trok hij er met Klaas van Baalen jarenlang op uit als scout. De aanvallers, waaronder Luc Nilis en Ruud Van Nistelrooy, leerde hij nog wat extra kneepjes van het vak. En als Mister PSV – nog een bijnaam van hem – overhandigde hij nieuwe spelers traditioneel hun eerste PSV-shirt, net zoals Alfredo Di Stéfano bij Real Madrid.

In die laatste rol deed zich in januari 2020 een pijnlijk tafereel voor. Bij de voorstelling van de Zwitserse Milan-huurling Ricardo Rodriguez kwam Van der Kuijlen nog nauwelijks uit zijn woorden, terwijl Rodríguez er geen flauw benul van leek te hebben wie die man was die hem dat rood-witte shirt overhandigde. Twee maanden later belandde Van der Kuijlen in een verzorgingstehuis, waar zijn gezondheid snel achteruit ging. Enkele maanden eerder was zijn scoutingsmaatje Klaas van Baalen overleden. Maandag was het helaas de beurt aan Willy… net in het seizoen waarin zijn kleinzoon Mitchel van Rosmalen, tot 2020 jeugdspeler bij KRC Genk, zijn seniorencarrière begon bij FC Eindhoven. De geschiedenis herhaalt zich trouwens in Eindhoven, want een van de ploegmaats van Van Rosmalen in het Jan Louwers Stadion is Quinten Huybers, en die is dan weer de kleinzoon van… Willy van de Kerkhof, die van 1973 tot 1981 de kleedkamer deelde met Willy.