Anderlecht liet gisteren tegen Club Brugge de achttienjarige Bart Verbruggen debuteren in doel. Met Rik Vercauteren (19) en Naim Van Attenhoven (18) heeft Anderlecht nog twee andere jonge doelmannen in de wachtkamer zitten. Van Attenhoven nam dit jaar wel al reuzenstappen, want de geboren Leuvenaar werd in maart door de Nigerese bondscoach opgeroepen voor de Afrika Cup-kwalificatiewedstrijden tegen Ivoorkust (26 maart) en in Madagaskar (30 maart). Van Attenhoven staat voor een scharnierzomer: met een beetje geluk raakt hij op tijd fit voor de WK-kwalificatiewedstrijden tegen Burkina Faso en Djibouti in juni en bijbehorende eerste cap – bondscoach Jean-Michel Cavalli rekent alvast op hem –, en ook op clubniveau staat er heel wat te gebeuren.

Naim, je hebt je profdebuut nog niet gemaakt, maar mag jezelf wel al Nigerees international noemen. Zoiets hoor je niet vaak.
“Dat had ik nooit gedacht. De Nigerese voetbalbond had al te kennen gegeven dat ze mij volgden – de bondscoach had me al eens opgebeld en we hebben elkaar ontmoet in Parijs –, maar ik had gedacht dat ik me zoals iedereen eerst zou moeten bewijzen in de jeugdreeksen. Ik wist wel dat het er op een dag van zou komen, maar nu is alles wel héél snel gegaan. Dat toont natuurlijk wel dat de coach in mij gelooft en dat het land achter mij staat”.

Het feit dat eerste doelman Kassaly Daouda al 37 jaar oud is, heeft er misschien ook wel mee te maken.
“Kijk, de bondscoach heeft me verzekerd dat ik geen jaren zal moeten wachten op mijn debuut. De interlands tegen Ivoorkust en Madagaskar dienden als kennismaking voor mij, want op vakantie gaan naar Niger of er gaan voetballen is iets helemaal anders (Van Attenhoven ging als kind tweemaal op reis naar het geboorteland van zijn moeder, red.). Ik weet nu waar ik aan moet werken naar aanleiding van de volgende wedstrijden. Mijn kans zal ik wel krijgen, het is nu aan mij om ze met beide handen te grijpen”.

“Daouda heeft zowel tegen Ivoorkust als in Madagaskar gespeeld, ik zat tijdens beide wedstrijden op de bank. De twee andere doelmannen, Issoufou Kahar en Omar Issaka, mochten elk een wedstrijd op de bank plaatsnemen. Het was meteen duidelijk wie eerste, tweede, derde en vierde doelman was. De coach heeft met ons alle vier gesproken, iedereen weet nu wat er in de nabije toekomst van hem verwacht wordt. Daouda zal niet veel meer spelen, maar hij blijft nog een tijdje bij ons om ons met raad en daad bij te staan, zoals Jean-François Gillet nog een paar jaar heeft gedaan bij de Rode Duivels. Dat zal ons zeker van pas komen, want ook de andere nationale doelmannen zijn nog jong”.

Vertel eens wat meer over je eerste ervaring bij de nationale ploeg van Niger.
“Ik was positief verbaasd over mijn eerste verblijf bij de nationale ploeg, ik had niet gedacht dat het zo goed georganiseerd zou zijn. Bij mijn aankomst was er veel volk om mij te ontvangen. Ook met de beveiliging was alles in orde, want een speler uit Europa die neerstrijkt in Niger… dat gebeurt daar niet alle dagen. Ik ben dan ook aan veel hooggeplaatste mensen voorgesteld”.

Na een thuiswedstrijd tegen Ivoorkust moest je naar Madagaskar afreizen.
“Dat was ook zeer indrukwekkend. We hebben het militaire vliegtuig genomen om van Niamey (de Nigerese hoofdstad, red.) naar Madagaskar te reizen. Dat is op het laatste moment beslist door de kolonel. Hij stond erop dat we ’s avonds vertrokken, omdat we anders 24 uur onderweg waren. Hij heeft onze vliegtickets in extremis geannuleerd. Het was nu ook al een lange reis: eerst hebben we acht uur naar Rwanda gevlogen, dan was het nog eens acht uur tot de onuitspreekbare hoofdstad van Madagaskar (Antananarivo, red.)”.

“De terreinen in Afrika helemaal anders dan in Europa, erg droog. Ook aan het klimaat moet je snel kunnen wennen. Op de eerste dag in Madagaskar hadden we meteen last van de vochtigheid. Na nauwelijks twintig minuten training heeft de bondscoach ons naar binnen geroepen. Het was dan ook heel belangrijk om goed te recupereren na elke training, om ons goed te verzorgen. De omstandigheden zijn echt een wereld van verschil in vergelijking met Europa, je hebt niet dezelfde middelen voorhanden. Hier hebben we verschillende kinesisten en masseurs, dat ligt daar allemaal anders. Wat we hier in Europa ter beschikking hebben noem ik luxe, dat hebben ze in Afrika allemaal niet. Een ijsbad, dat is daar gewoon een vuilnisbak met ijsblokjes in. En de kinesisten, dat zijn oud-internationals die zich nu ten dienste van de nationale ploeg stellen”.

Je collega-doelman Kassaly Daouda speelde op clubniveau in Niger, Kameroen, Roemenië, Zuid-Afrika, Gabon en Nigeria. Die moet tussen twee trainingen door wel een ongelofelijke anekdote verteld hebben.
“Ik zal je eerder iets vertellen over Moussa Maazou (ex-Lokeren en –Zulte Waregem, red.), met wie ik veel heb opgetrokken. Het klikte meteen tussen ons, want Moussa weet vanwaar ik kom, en bovendien kent hij mijn oom, Ibrahim Tankary (eveneens ex-Zulte Waregem, red.). Wist je trouwens dat zijn vrouw en een deel van zijn kinderen in Laken wonen?”

“Moussa heeft me op het hard gedrukt dat ik steeds met heel mijn hart moet spelen en dat ik mentaal steeds sterk in mijn schoenen heeft laten staan. Tijdens onze laatste interlandperiode heeft hij het ontzettend moeilijk gehad, want na de wedstrijd tegen Ivoorkust is er onenigheid geweest tussen hem en een groep supporters. Hij heeft daarop besloten om niet mee te reizen naar Madagaskar en is teruggekeerd naar Luxemburg (waar hij uitkomt voor Jeunesse Esch, red.). We hebben nadien nog aan de lijn gehangen, maar ik weet niet of hij nog doorgaat met de nationale ploeg”.

Dat is minder goed nieuws. En het gaat sportief al wat minder: na de 0-3-nederlaag tegen Ivoorkust en het 0-0-gelijkspel in Madagaskar grepen jullie opnieuw naast de Afrika Cup-kwalificatie. Maar vanop de bank heb jij wel Nicolas Pépé, Eric Bailly, Serge Aurier en Franck Kessié in actie gezien.
“Die spelers zie je normaal op de televisie, en nu heb ik ze in het echt gezien. Dat was een mooie ervaring die ik meeneem naar de toekomst. Wie weet kan ik later ook uitgroeien tot een speler van dat niveau. Na de match heb ik trouwens enkele woorden Yohan Boli (ex-Roeselare, -Verviers, en -STVV, red.) kunnen babbelen”.

Jouw bondscoach, Jean-Michel Cavalli, blijkt een man met tonnen ervaring te zijn: hij was van 1995 tot 1997 coach van Lille OSC, werd kampioen in Saoedi-Arabië en was in het verleden ook bondscoach van Algerije en godbetert Corsica.
Daar ben ik pas in Niger achter gekomen, we hebben daar immers heel wat gepraat. Hij heeft veel kennis over het Afrikaanse voetbal. Dat is belangrijk, want coachen in Europa en Afrika, dat is iets helemaal anders. Hij heeft me alles goed uitgelegd en me  heel snel geïntegreerd in de kern”.

Wat jullie goede klik kan verklaren: jullie zijn beide geboren in Europa.
“Absoluut. Afrikanen en Europeanen denken helemaal anders, dus het was voor mij een groot voordeel dat de coach een Europeaan is. Je moet weten dat ik van de huidige enige speler de enige ben die in Europa geboren is. Bij mijn komst werd ik dan ook gebombardeerd met vragen, ook door de lokale pers. Ik kreeg van iedereen te horen dat ze erg tevreden waren dat ik moeite had gedaan om te komen. Ook op financieel vlak, want de vergoedingen bij de Nigerese ploeg zijn uiteraard niet dezelfde dan pakweg bij de Belgische”.

Anderlecht zal ook wel tevreden zijn met het feit dat ze nu een extra international in de rangen hebben.
“Ze waren daar natuurlijk wel blij voor mij persoonlijk. Ook voor hen was het een goede zaak, want een beetje extra publiciteit in buitenland is natuurlijk nooit slecht. Maar aanvankelijk wilden ze me eigenlijk niet laten gaan – een verre reis maken in coronatijden is niet zonder gevaar. Alles wat vriendschappelijk is kon ik vergeten, daar moest ik zelfs niet naar vragen, maar officiële wedstrijden waren wel bespreekbaar. Het hielp ook niet dat Warner Hahn op datzelfde moment ook was opgeroepen door Suriname. Maar uiteindelijk hebben ze mij toch laten gaan”.

Je speelde in de jeugd al bij FC Brussels, KV Mechelen, PSV, OH Leuven, Sporting Charleroi en Standard. Vorige zomer tekende je bij Anderlecht. Hoe zie je je toekomst daar?
“Ik kon vorig jaar ook bij Antwerp, KV Mechelen en in het buitenland tekenen, maar ik koos voor Anderlecht om weer dichter bij huis te zijn. Anderlecht geeft nu wel volop kansen aan jeugdspelers, maar bij een doelman ligt dat niet zoals bij veldspelers: een doelman kun je niet zomaar eventjes 20 à 30 minuten speeltijd gunnen in een wedstrijd met inzet. Een doelman kan alleen maar een kans afdwingen door hard te werken op training. Bovendien weten we allemaal dat Hendrik Van Crombrugge straks weer de nummer één wordt, tenzij hij komende zomer een transfer versiert. Het is nog te zien wat er met Timon Wellenreuther en Warner Hahn gebeurt, maar sowieso heb je met Bart Verbruggen en Rik Vercauteren nog twee jonge talenten die ook staan te trappelen voor hun kans. Het is voor velen van ons wat moeilijk om naar boven te kijken, dus de club kijkt nu volop uit naar oplossingen voor sommigen van ons”.

Zou jij bereid zijn tot een uitleenbeurt?
“Waarom niet, ik sta open voor alles. Ik weet dat er interesse is van een paar Franse en Nederlandse clubs voor een uitleenbeurt. Ik sta open voor alles, zeker omdat er na mijn achttiende verjaardag een nieuwe wereld voor mij is opengegaan. Neem nu mijn passage bij PSV: ik was toen nog jong, tijdens de week verbleef ik in een gastgezin. Nu ik meerderjarig ben, zou ik ergens op mijn eentje kunnen gaan wonen, dichter bij de grens. PSV is trouwens opnieuw geïnteresseerd in mij, voor een definitieve transfer weliswaar. Mijn selectie voor de nationale ploeg heeft heel wat deuren (her)opend”.

“Ik train normaal gezien dagelijks mee met de eerste ploeg. Nu even niet, want ik ben niet honderd procent fit teruggekeerd uit Niger en heb nog steeds last aan mijn knie (Van Attenhoven scheurde inmiddels ook zijn enkelbanden, red.). Ik mag gezien mijn leeftijd nog altijd voor de U21 uitkomen, maar door de stopzetting van de competitie is dat voorlopig alleen via oefenwedstrijden”.

“Volgend seizoen zitten er mogelijk wel grote dingen aan te komen, gesteld dat de beloften van Anderlecht mogen toetreden tot het profvoetbal. Anderlecht houdt die optie alvast in het achterhoofd en is achter de schermen al volop bezig met een competitief elftal op poten te zetten door middel van contractverlengingen, aanwervingen en salarisverhogingen. Ook voor hen zou het een goede zaak zijn mochten de geruchten officieel worden, want een tweede elftal in het profvoetbal trekt nieuwe sponsors aan”

.Je staat dus voor een zeer belangrijke zomer: je werkt straks je middelbare studies af, staat voor je debuut als international en op clubniveau ligt alles nog open.
“Het is inderdaad allemaal heel spannend voor mij. Krijg ik een contractverlenging van Anderlecht, word ik uitgeleend, vertrek ik definitief… ik weet het niet. Mijn makelaar doet zijn werk, als er een beslissing genomen moet worden belt hij mij, maar voorlopig zit ik volgend seizoen nog bij Anderlecht. Ik ben alleszins klaar voor het grote werk”.