Niemand in Sint-Jans-Molenbeek zal het graag horen, maar RWDM deed me in het Jan Breydelstadion denken aan Seraing. In het debuutseizoen van stamnummer 167 in de Jupiler Pro League – ik gebruik met opzet het stamnummer, want als ik Les Métallos gebruik hebben we het ook over het Seraing dat in de jaren ’80 en ’90 in Eerste klasse speelde – speelde de ploeg van trainer Jordi Condom pas op de veertiende speeldag voor het eerst gelijk. Een heel verschil met de eerste promovendi uit de in 2016 opgerichte Eerste klasse B: Antwerp en Cercle Brugge startten met een 0-0-gelijkspel tegen respectievelijk Anderlecht en STVV, KV Mechelen speelde op speeldag drie 0-0 gelijk tegen Anderlecht. In het eerste seizoen met twee promovendi uit Eerste klasse B hield OH Leuven de traditie in eer, in tegenstelling tot Beerschot, dat pas op de twaalfde speeldag voor het eerst gelijkspeelde, en dat dan ook nog eens deed met een vooroorlogse 5-5-eindscore tegen KV Kortrijk. Maar ja, op het Kiel is het natuurlijk altijd carnaval.
RWDM lijkt niet per se op weg om in zijn tweede seizoen op het hoogste niveau zijn retourticket naar Eerste klasse B te verzilveren, want in zijn vijfde wedstrijd in de Jupiler Pro League gingen de Molenbekenaars 1-1 gelijkspelen op Sclessin. Oef. Daarvoor hadden ze een rammeling gekregen tegen KRC Genk en Club Brugge, daartussen hadden ze weliswaar gewonnen tegen OH Leuven en KV Mechelen. Voor die 0-4 tegen Genk was er nog enige clementie, de club had vijf dagen eerder quasi zijn volledige technische staf aan de deur gezet. En eigenlijk was er ook opvallend weinig openlijke kritiek na de 7-1-pandoering bij Club Brugge, dat duidelijk in een andere categorie bokst dan de Molenbekenaars. Met Sada Diallo, die last minute moest komen depanneren als verdediger en bij de rust wijselijk uit zijn lijden werd verlost, had men zelfs medelijden.
Diallo Peeters
Diallo, het is in Afrika een familienaam zoals wij Janssens of Peeters hebben. Bob Peeters, Daouda Peeters, Jacky Peeters, Rocky Peeters, Stef Peeters… ik laat u zelf in uw geheugen graven naar een paar Diallo’s die ooit op onze Belgische voetbalvelden rondliepen. Staat u voor Beveren, Cercle Brugge, Club Brugge, Charleroi, Eupen, Zulte Waregem of zelfs Excelsior Virton, dan is de kans groot dat je al eens op de banken hebt gestaan voor Diallo. In Eerste klasse B heb je tegenwoordig Amadou Diallo, die vorig seizoen nog van Robin Veldman zijn eerste speelminuten kreeg bij de RSCA Futures, maar sinds kort ook Thierno Diallo van Francs Borains.
Wie het nu in Keulen hoort donderen, het is u vergeven: Diallo draait nog niet lang mee in het profvoetbal. Het is te zeggen: vorig seizoen lag hij wel onder contract bij Sporting Charleroi, maar kwam hij enkel uit voor de Zébras Elites, het beloftenelftal van de club in Eerste nationale. Voor u zou gaan denken dat Diallo een Karolinger is: de Henegouwers plukten hem twee jaar geleden weg bij Crossing Schaerbeek. Na de verhuis van Brussel naar Charleroi was een zijstapje naar de Borinage dus maar een kleine stap.
Carnavaleske toestanden
We zullen anders eens beginnen van bij het begin. Diallo bond zijn eerste voetbalschoenen aan in Haren, een van de drie deelgemeentes van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Meer bepaald bij Koninklijke Sporting Football Club Haren, een van de weinige clubs uit het Brussels Gewest die zich als Nederlandstalig profileren. Na één seizoen bij de U11 maakte hij reeds de overstap naar Crossing Schaerbeek, nauwelijks een paar kilometer verderop. Daar maakte hij in het coronajaar 2020 een gigantische sprong voorwaarts: nog voor zijn zestiende verjaardag kreeg Diallo, in het seizoen 2019/20 nog actief bij de U16 van de club, te horen dat hij aansluiting mocht maken naar het eerste elftal. Door die eerder genoemde corona kreeg hij daar in het seizoen 2020/21 natuurlijk nog geen kansen, maar de toon was wel gezet.
In het seizoen 2021/22 was het bij de start nog niet meteen van dattum, maar nog voor de jaarwisseling was Diallo een vaste waarde in het eerste elftal van trainer Philippe Wayenberch. Als je weet dat Yaya Touré en Ngolo Kanté de grote voorbeelden van Diallo zijn, dan kunnen wij ons inbeelden dat een trainer het maar al te graag ziet gebeuren dat een jonge nieuwkomer in de selectie niet opkijkt tegen het betere opkuiswerk. Crossing eindigde dat seizoen derde in zijn reeks in de Derde afdeling, waardoor de club in de eindronde een gooi mochten doen naar promotie. In de tweede ronde stonden ze dicht bij een plaatsje in de finale, waar Sprimont zou wachten, maar de strafschoppenserie tegen RUS Binche ontspoorde helemaal, waarop de Brusselaars een 0-5-forfait aangesmeerd kregen. Weg promotie voor De Ezels.
Vat vol blessures
Diallo maakte wél promotie. Twee of vier niveaus, dat is zoals u zelf verkiest. Feit is wel dat hij niet per se weg moest bij Sporting Charleroi, waardoor een doorbraak naar het eerste elftal niet uitgesloten was. Charleroi stond jarenlang allesbehalve symbool voor een club die veel jeugd liet doorstromen naar het eerste elftal, maar met onder andere Ken Nkuba, Jackson Tchatchoua, Martin Wasinski en anderen hebben ze de voorbije jaren wel flink hun best gedaan. Toch koos de Brusselaar in het tussenseizoen voor Francs Borains, dat profiteerde van de competitiehervorming en als nummer drie van Eerste nationale mee op de kar van de promovendi sprong. Met dank aan enkele bekende namen: mannen als Teddy Chevalier, Clément Tainmont, Tracy Mpati en Dimitri Mohamed waren vorig seizoen al actief bij RFB, dat in het tussenseizoen met Kévin Vandendriessche een extra vat ervaring binnenhaalde.
Vandendriessche, net als Diallo een middenvelder, was dit seizoen vooral al een vat vol blessures. Een discusherniakwetsuur zal hem waarschijnlijk tot oktober aan de kant houden. Het is nog maar de vraag of trainer Arnauld Mercier de negentienjarige Diallo nog uit de ploeg zal kunnen houden. De Brusselaar bereidde de wedstrijd tegen Zulte Waregem – waar de ervaren jongens ook stilaan over elkaar struikelen – goed voor en speelde zonder druk tegen de degradant van vorig seizoen. Met een 1-3-zege op de Gaverbeek als gevolg. Wat een mooie entree voor Francs Borains in de Challenger Pro League, wat een binnenkomer voor Diallo in het profvoetbal als onderdeel van een prachtige symbiose tussen ervaren rotten en jonge beloften.
“Niet veel mensen zouden een cent op hem hebben ingezet. Ik hoop dat hij hen allemaal het tegendeel zal bewijzen”, liet Chevalier – een van die ervaren rotten – zich al lovend uit over zijn nieuwe ploegmaat. L’innatendu est toujours plus beau que les choses prévus, zullen we maar denken. Wie had er in juli 2022 immers verwacht dat Thierno Barry – what’s in a name – topschutter zou worden van de Challenger Pro League. Sekou Diawara, Leonardo Miramar Rocha en Lucas Stassin deden vorig seizoen ook een gooi naar die topschutterstitel, maar toen de bokken van de schapen gescheiden werden stond Barry bovenaan het schavotje.
Om het bij de bokken te houden: u mag twee keer raden met welke club Sada Diallo in de tweede helft van vorig seizoen uitkwam alvorens hij langs de grote poort terugkeerde in het Edmond Machtensstadion. Van het Julien Bergéstadion naar het Jan Breydelstadion: dat zijn hazensprongen. Een beetje zoals zijn quaso-naamgenoot Thierno Diallo, die hem afgelopen zomer afloste in Boussu-Bois, in zijn nog jonge carrière al zette.
| Lees hier de complete reeks (seizoen 2023/24) Speeldag 1: Karetsas-Manguelle, de Henkens & Hubert van hun tijd |
