Leandro Trossard werd niet verkozen tot Man van de Match na Arsenal-Bayern München, ondanks zijn uiterst belangrijke goal als invaller. Het doelpunt van de Rode Duivel was niet alleen belangrijk voor zijn werkgever met het oog op de kwalificatie voor de halve finale, het was ook het 200e doelpunt van een Belg op het hoofdtoernooi van de Champions League – te rekenen vanaf het seizoen 1992/93 weliswaar. Naar aanleiding daarvan trakteren we u op twintig leuke weetjes hieromtrent. Kleine nuance: enkel spelers met de Belgische voetbalnationaliteit worden meegerekend. Josip Weber en Igor De Camargo (geboren in een ander land maar Rode Duivel geworden) tellen dus wél mee, Sinan Bolat (voormalig Belgisch jeugdinternational maar later Turks international geworden) dan weer niet.

De dans werd ingezet door Lorenzo Staelens
Het allereerste Belgische doelpunt op het hoofdtoernooi van de Champions League werd gescoord door Lorenzo Staelens. De latere Gouden Schoen-winnaar deed op 17 maart 1993 de netten trillen namens Club Brugge. Staelens had in de eerste ronde ook al het eerste doelpunt van blauw-zwart gescoord: op bezoek bij Maccabi Tel Aviv scoorde hij het enige doelpunt van de wedstrijd. In de terugwedstrijd opende Staelens de score, waarna Gert Verheyen de 2-0 en 3-0 scoorde. In de laatste kwalificatieronde waren het Gert Verheyen, Stephan Van der Heyden en de Nederlander Foeke Booy die voor de Brugse goals zorgden tegen Austria Wien. In de groepsfase deed Staelens op de vierde speeldag de netten trillen in de 2-1-nederlaag tegen Rangers FC, nadat eerder ook de Nigeriaan Daniel Amokachi (tegen CSKA Moskou) en Tomasz Dziubiński (tegen Rangers) scoorden voor Club Brugge.

De eerste Belg die namens een buitenlandse club scoorde, was Enzo Scifo. Op 2 maart 1994 opende de Gouden Schoen-winnaar van 1984 de score in de 3-0-zege van de Monegasken tegen Galatasaray. Youri Djorkaeff en Jürgen Klinsmann scoorden de overige goals voor Monaco, dat in de tweede editie van de Champions League de knock-outfase overleefde en in de halve finale met 3-0 onderuit ging tegen AC Milan. Scifo opende trouwens ook in Istanboel de score namens Monaco.

Dries Mertens als eerste Belg met dubbele cijfers qua goals
Met zijn tweede goal tegen Galatasaray op 16 maart 1994 kwam Scifo niet alleen aan de leiding te staan in het lijstje van scorende Belgen in de Champions League: Danny Boffin had er al twee gescoord tegen Werder Bremen. Luc Nilis kwam naast hen te staan na zijn tweede goal, tegen Newcastle United op 5 november 1997. In diezelfde campagne zette ook Gilles De Bilde zijn voet naast voorgenoemd drietal.

De Bilde werd de eerste Belg met drie Champions League-goals toen hij op 10 december 1997 voor PSV scoorde tegen FC Barcelona. Nilis kwam er op 26 oktober 1999 weer bij toen hij met PSV scoorde tegen Bayern München. PSV sloot de 20e eeuw dus af als de club die allebei de Belgische Champions League-topschutters aller tijden onder contract al staan, al hadden De Bilde en Nilis de club weliswaar verlaten in respectievelijk 1999 en 2000.

Ajax nam die rol maar al te graag over. In het seizoen 2002/03 scoorde Wesley Sonck allebei de goals van KRC Genk, in het seizoen daarop scoorde hij zomaar eens eventjes vier Champions League-goals voor Ajax. Door op 19 oktober 2004 ook nog eens te scoren tegen Maccabi Tel Aviv, klokte hij af op zeven goals. Pas op 18 oktober 2017 kon Eden Hazard hem evenaren door tegen AS Roma zijn zesde en zevende Champions League-goal te scoren. Een dikke maand later, op 22 november 2017, stak Hazard hem definitief voorbij door tegen Qarabağ zijn achtste Champions League-goal te scoren. Hij moest wel, want in tussentijd had Dries Mertens hem al bijgebeend door op 21 november zijn zevende te scoren tegen Shakhtar Donetsk.

Het zou een kat-en-muisspel worden tussen Eden Hazard en Dries Mertens richting de tien goals. Op 24 oktober 2018 scoorde Mertens zijn achtste Champions League-goal tegen Paris Saint-Germain. Op 28 november 2018 overschreed hij dankzij zijn tweeklapper tegen Rode Ster Belgrado de kaap van tien goals. Mertens liep uiteindelijk stevig uit op Hazard: toen hij op 10 december 2019 raak trof tegen KRC Genk, stond het 15-8 in het voordeel van Mertens. Hazard werd op diezelfde 10 december 2019 voorbijgestoken door Romelu Lukaku, die tegen Barcelona zijn negende Champions League-goal scoorde.

Kevin De Bruyne werd op 28 april 2021 de derde Belg met tien Champions League-goals na zijn goal tegenn Paris Saint-Germain in de halve finale. De nieuwe Belgische topschutter werd evenwel Romelu Lukaku, die Mertens bijbeende met z’n zestiende tegen Viktoria Pilsen op 26 oktober 2022 en voorbijstak met z’n zeventiende op 22 februari 2023. De topschutter aller tijden van de Rode Duivels zit momenteel aan achttien goals, twee meer dan Mertens.

Champions League-goal(s) maar geen A-cap: twaalf Belgen kunnen het claimen
Vier Belgen scoorden twee doelpunten op het hoofdtoernooi van de Champions League, maar behaalden vooralsnog nooit een A-cap voor de nationale ploeg. Sven Kums en Maxime Lestienne vuurden in dezelfde campagne hun tweeloop af, namelijk het seizoen 2015/16. Kums scoorde namens KAA Gent in de groepswedstrijd tegen Valencia (1-0-zege) en in de heenwedstrijd van de achtste finale tegen VfL Wolfsburg (2-3-nederlaag), Lestienne scoorde alle Eindhovense goals in de 3-2-nederlaag tegen CSKA Moskou. Viktor Klonaridis had op de tweede groepsspeeldag van het seizoen 2018/19 hetzelfde voor: hij scoorde tweemaal namens AEK Athene, maar ging met 2-3 de boot in tegen Benfica. Dan had Mats Rits in het seizoen 2021/22 meer geluk: zijn goal in de 4-1-nederlaag van Club Brugge tegen Paris Saint-Germain op 7 december 2021 was een pleister op een houten been, maar op 28 september van dat jaar had hij wel het winnende doelpunt gescoord tegen RB Leipzig.

Het groepje Belgen met één Champions League-goal en 0 caps bestaat uit acht heren: Marc Schaessens (met Club Brugge tegen CSKA Moskou in 1992/93), Jeanvion Yulu-Matondo (met Club Brugge tegen Juventus FC in 2005/06), Gianni Bruno (met Lille OSC tegen BATE Borisov in 2012/13), Massimo Bruno (met RSC Anderlecht tegen SL Benfica in 2013/14), Thomas Matton (met KAA Gent tegen Zenit Sint-Petersburg in 2015/16), Wanderson (met FK Krasnodar tegen Sevilla FC in 2020/21), Michel-Ange Balikwisha (met Antwerp FC tegen Shakhtar Donetsk in 2023/24) en Yorbe Vertessen (met PSV tegen Arsenal FC in 2023/24).

Vier Belgische goals op één dag om Bremen-Anderlecht uit te wissen
8 december 1993 is een dag die Anderlecht-supporters niet snel zullen vergeten: het is de dag dat Werder Bremen een 0-3-rustachterstand tegen paars-wit nog goed kon maken. Alle drie die goals werden gescoord door Belgen, te weten Philippe Albert en Danny Boffin (tweemaal). Het was wachten op 28 september 2016 voor een straffere prestatie. Thorgan Hazard opende de debatten door kort na het halfuur de score te openen tegen FC Barcelona namens Borussia Mönchengladbach (eindstand 1-2 voor Barcelona). Hazard was nog niet uitgejuicht wanneer Yannick Carrasco het enige doelpunt van de wedstrijd scoorde in Atlético Madrid-Bayern München. Na de rust scoorde Mertens de 2-0 en de 4-0 in de 4-2-zege van Napoli tegen Benfica. Van een productieve dag gesproken. Kleine anekdote: toen Anderlecht met 5-3 de boot inging bij Bremen was Carrasco drie maanden oud en was Carine Vanderbecq zwanger van haar tweede kind, de latere Thorgan Hazard.

Vier Belgen scoorden met een buitenlandse club tegen een Belgische club
We verklapten het al in het tweede weetje: er scoorden al Belgen tegen een club uit hun vaderland. Vier, om precies te zijn. Wesley Sonck was de eerste. In het seizoen 2003/04 was Sonck namens Ajax driemaal trefzeker tegen Club Brugge: in Amsterdam scoorde hij allebei de goals in de 2-0-zege van Ajax, op de slotspeeldag wiste hij vanop de strafschopstip de goal van Rune Lange uit, al leverde het uiteindelijk niets op: Bengt Sæternes scoorde nog de 2-1, waardoor niet Ajax maar Club Brugge derde werd in de groep.

Thomas Vermaelen was op 16 september 2009 een van de boemannen van Standard, dat al na vijf minuten met 2-0 voorstond tegen Arsenal maar uiteindelijk toch nog met 2-3 de boot inging. De stunt op de openingsspeeldag ten spijt eindigde Standard nog derde in zijn groep. Minder geluk was er voor KRC Genk, dat in het seizoen 2019/20 laatste eindigde in zijn groep met 1 op 18. Een van de twintig tegengoals kwam er via Dries Mertens, al dient ook gezegd dat Genk tegen Napoli zijn enige punt van de campagne behaalde (0-0 op de tweede speeldag). Thorgan Hazard kon een jaar later dan weer niet vermijden dat Club Brugge derde werd in een groep met Borussia Dortmund, SS Lazio en Zenit Sint-Petersburg. De enige club waartegen blauw-zwart in die groepsfase thuis geen punten wist te sprokkelen, was… Borussia Dortmund. Hazard opende in een leeg Jan Breydelstadion tweemaal de score, Erling Haaland scoorde er twee.

Real Madrid-FC Barcelona
Wat heeft de Clásico te maken met scorende Belgen in de Champions League? Wel, Real Madrid en Barcelona zijn de clubs die de meeste tegengoals incasseerden van Belgen in de Champions League: elf. Gilles De Bilde was de eerste Belg die scoorde tegen Barcelona (1997/98), daarna volgden Timmy Simons, Gaëtan Englebert (2002/03), Vincent Kompany (2013/14), Thorgan Hazard, Kevin De Bruyne (2016/17), Divock Origi tweemaal (2018/19), Romelu Lukaku, Dries Mertens (2019/20) en Arthur Vermeeren (2023/24). De boemannen van Real Madrid waren Bart Goor (2000/01), Wesley Sonck (2002/03), Daniel Van Buyten (2003/04), Yannick Carrasco (2015/16), Vadis Odjidja-Ofoe, Dries Mertens (2016/17), Thomas Meunier, Hans Vanaken, Kevin De Bruyne (2019/20), nog eens Kevin De Bruyne (2021/22) en nóg eens Kevin De Bruyne (2022/23).

Andere clubs die al redelijk wat goals van Belgen moesten slikken: Paris Saint-Germain (10), SL Benfica, Zenit Sint-Petersburg (8), CSKA Moskou (7), Arsenal FC, Galatasaray SK (6), AC Milan, Borussia Mönchengladbach, Liverpool FC, RB Leipzig en Shakhtar Donetsk (5).

Manchester City scoort beter dan vijf Belgische clubs samen
Van de 200 Belgische doelpunten in de Champions League, werden er 23 gescoord door een speler van Club Brugge. Anderlecht staat op korte afstand met 19 Belgische doelpunten. Op de derde plaats staat Manchester City met 17 treffers. And counting, want Kevin De Bruyne is nog lang niet uitgescoord. De Drongenaar nam trouwens vijftien van die zeventien Belgische City-goals voor zijn rekening. Vincent Kompany scoorde slechts één keer namens City (op 12 maart 2014 tegen Barcelona), Jérémy Doku zit ook nog maar aan één treffer (op 4 oktober 2023 tegen RB Leipzig).

City doet met zijn zeventien Belgische Champions League-goals trouwens beter dan de vijf andere Belgische deelnemers samen. KAA Gent (5), KRC Genk (4), Lierse SK (2), Antwerp FC (2) en Standard Luik (1) komen samen aan slechts veertien doelpunten van een Belg. Ook SSC Napoli doet beter dan voorgenoemd vijftal: Dries Mertens scoorde immers zestien keer namens de Italiaanse club.

Een triootje voor Lukaku
Tiens, welke Belg scoorde er ook weer voor Standard in de Champions League? Sinan Bolat tellen we door zijn interlands voor Turkije niet mee – al stond hij daar pas in 2011 voor het eerst effectief onder de lat –, waardoor we uitkomen bij Igor De Camargo, die weliswaar… in Brazilië werd geboren. Toen hij op 20 oktober 2009 de score opende tegen Olympiakos Piraeus, had hij zijn interlanddebuut voor België al gemaakt.

De enige Belg die voor twee verschillende Belgische clubs scoorde in de Champions League, is Jelle Vossen: na zijn goals voor KRC Genk tegen Chelsea FC en Bayer Leverkusen in het seizoen 2011/12 scoorde hij in het seizoen 2016/17 ook tegen FC Porto namens Club Brugge. Vossen distantieerde zich zo van vier landgenoten die hun doelpuntenrekening in de Champions League openden namens een Belgische club en nadien ook scoorden voor een Belgische club, te weten Luc Nilis (Anderlecht-PSV), Timmy Simons (Club Brugge-PSV), Wesley Sonck (KRC Genk-AFC Ajax) en Vincent Kompany (Anderlecht-Manchester City).

Daarnaast zijn er ook negen Belgen die voor twee verschillende buitenlandse clubs scoorden in de Champions League: Daniel Van Buyten (Olympique Marseille-Bayern München), Toby Alderweireld (AFC Ajax-Tottenham Hotspur), Eden Hazard (Chelsea FC-Real Madrid), Axel Witsel (Zenit St.Petersburg-Borussia Dortmund), Yannick Carrasco (AS Monaco-Atlético Madrid), Thorgan Hazard (Borussia Mönchengladbach-Borussia Dortmund), Vadis Odjidja-Ofoe (Legia Warschau-Olympiakos Piraeus), Michy Batshuayi (Chelsea FC-Valencia CF) en Radja Nainggolan (AS Roma-Internazionale).

Romelu Lukaku stond aanvankelijk ook in dit lijstje, maar voor hem hebben we een aparte categorie moeten maken. Hij is namelijk (vooralsnog) de enige Belg die voor drie verschillende clubs wist te scoren in de Champions League. Na zijn zeven goals voor Manchester United trok hij naar Internazionale, waar hij nog beter deed met negen goals (verspreid over zijn twee passages). Bij Chelsea FC, waar hij nog steeds onder contract ligt, scoorde hij er twee.

Twee Belgische doelpuntenmakers in één wedstrijd: slechts eenmaal tégen elkaar
Loïs Openda en Jérémy Doku schreven op 4 oktober 2023 geschiedenis. Beide Belgen scoorden die dag in de 1-3-zege van Manchester City op bezoek bij RB Leipzig. Nooit eerder in de geschiedenis van de Champions League hadden twee Belgen gescoord voor elk een ander team in eenzelfde wedstrijd. Het was wel al zeven keer voorgevallen dat twee Belgische ploegmaats samen aan het kanon stonden in dezelfde wedstrijd:
* Marc Schaessens en Gert Verheyen namens Club Brugge tegen CSKA Moskou (1992/93)
* Philippe Albert en Danny Boffin namens RSC Anderlecht tegen Werder Bremen (1993/94)
* Luc Nilis en Gilles De Bilde namens PSV tegen Newcastle United (1997/98)
* Timmy Simons en Gaëtan Englebert namens Club Brugge tegen FC Barcelona (2002/03)
* Sandy Martens en Gert Verheyen namens Club Brugge tegen Galatasaray (2002/03)
* Charles De Ketelaere en Hans Vanaken namens Club Brugge tegen Zenit Sint-Petersburg (2020/21)
* Hans Vanaken en Mats Rits namens Club Brugge tegen RB Leipzig (2021/22)

Engeland als tweede beste natie (na België uiteraard)
De zeven Belgische clubs die ooit het hoofdtoernooi van de Champions League haalden, konden 56 keer juichen na een doelpunt van een Belg. België leidt daarmee de dans. Engeland is met 50 doelpunten een mooie tweede. Zoals hierboven reeds vermeld: zeventien van die vijftig doelpunten werden gescoord door een speler van Manchester City. Samen met de Belgische goals van Chelsea FC (13), Manchester United (9), Arsenal FC (5), Liverpool FC (4) en Tottenham Hotspur (2) komen we aan het ronde getal van 50.

Het land dat het dichtst in de buurt komt, is Italië met 31 Belgische goals. Met dank aan Dries Mertens en Romelu Lukaku, die samen 25 keer scoorden voor respectievelijk SSC Napoli en Internazionale. De zes andere goals kwamen van Alexis Saelemaekers (twee voor AC Milan), Radja Nainggolan (twee voor AS Roma, één voor Internazionale) en Timothy Castagne (Atalanta Bergamo). Nederland zit aan twintig goals, met dank aan de inbreng van PSV (tien goals, later meer hierover), AFC Ajax (naast vijfmaal Wesley Sonck ook tweemaal Toby Alderweireld) en FC Twente (driemaal Nacer Chadli).

De Belgische topschutter van de knock-outfase is…
De eerste Belg die in de knock-outfase van de Champions League scoorde, was Philippe Léonard: op 15 april 1998 hing hij namens AS Monaco de bordjes weer gelijk tegen Juventus, dat onderuit ging in het Stade Louis II maar wel naar de finale ging door de 4-1-zege uit de heenwedstrijd. Het bracht ons tot een interessante vraag: wie zou de Belgische topschutter aller tijden in de Champions League zijn als we de groepsfase niet zouden meetellen?

We staan meteen voor een dilemma: tellen we de goal van Bart Goor tegen Real Madrid in de tweede groepsfase (seizoen 2000/01) mee? Ach, het speelt toch geen rol, want Goor zou nooit alleen op kop hebben gestaan in dit virtuele lijstje. Op 3 april 2007 sprong Daniel Van Buyten op de eerste plek na zijn tweeklapper tegen AC Milan namens Bayern München. Na die stunt van Big Dan was het wachten op 12 maart 2014 (!) op een volgende Belgische goal in de knock-outfase van de Champions League: in de achtste finale maakte Vincent Kompany namens Manchester City in de 89e minuut gelijk tegen FC Barcelona, dat uiteindelijk toch nog met 2-1 won.

We zetten de klok even stil op 28 september 2016, toen Yannick Carrasco als eerste Belg ooit scoorde in een Champions League-finale. Vier Belgen hadden toen twee keer gescoord in een knock-outwedstrijd: naast Van Buyten ook Carrasco zelf (met AS Monaco tegen Arsenal en met Atlético Madrid tegen Real Madrid), maar ook Eden Hazard (met Chelsea tegen Paris Saint-Germain) en Kevin De Bruyne (met Manchester City tegen Paris Saint-Germain). Naast Léonard, Goor en Kompany had ook Sven Kums (met KAA Gent tegen VfL Wolfsburg) één knock-outgoal op de teller staan.

Vanaf nu gaat het hard, want sinds het seizoen 2013/14 scoorde in élk seizoen minstens één Belg in de knock-outfase. Enfin, in 2016/17 is er enkel de goal van Dries Mertens tegen Real Madrid in de achtste finale. In het seizoen daarop hebben we naast de goal van Romelu Lukaku (Manchester United) tegen Sevilla in de achtste finale ook de tweeklapper van Radja Nainggolan tegen Liverpool in de halve finale. In het seizoen 2018/19 springen Romelu Lukaku en Divock Origi samen naar de top: in de achtste finale scoort Lukaku tegen Paris Saint-Germain zijn tweede en derde knock-outgoal, Origi wacht dan weer tot de halve finale om zijn legendarische tweeklapper tegen Barcelona te scoren en daar in de finale tegen Tottenham een derde goal bij te doen.

In de corona-editie 2019/20 sprong Kevin De Bruyne over Lukaku en Origi dankzij zijn goals tegen Real Madrid (achtste finale) en Olympique Lyon (kwartfinale). In het seizoen 2020/21 – ook een corona-editie – sprong De Bruyne van vier naar zeven na zijn goals tegen Borussia Mönchengladbach (achtste finale), Borussia Dortmund (kwartfinale) en Paris Saint-Germain (halve finale). De Drongenaar ging in 2021/22 rustig door met goals tegen Atlético Madrid (kwartfinale) en Real Madrid (halve finale). Romelu Lukaku kwam in 2022/23 ook even piepen met goals tegen FC Porto (achtste finale) en SL Benfica (kwartfinale), maar door zelf ook twee keer te scoren (tegen RB Leipzig in de achtste finale en Real Madrid in de halve finale) overschreed De Bruyne de kaap van tien goals in de knock-outfase. Nummer twaalf volgde op 13 februari 2024 tegen FC Kopenhagen.

…al zeker niet Kevin De Bruyne
Als we een klassement zouden opmaken van Belgische doelpuntenmakers in de groepsfase, valt Kevin De Bruyne van achttien naar… drie goals. In zijn eerste drie seizoenen bij Manchester City scoorde de Drongenaar telkens één goal in de groepsfase, daarna was alles in de knock-outfase te doen. Romelu Lukaku zou vijf goals verliezen – van achttien naar dertien goals –, waardoor Dries Mertens de nieuwe Belgische topschutter zou worden. Met zestien goals staat de huidige Galatasaray-speler tweede in het algemene klassement, maar slechts twee van die zestien goals scoorde Mertens in de knock-outfase. De hoogst gerangschikte die geen enkel doelpunt zou moeten afgeven, is Hans Vanaken: die scoorde alle negen zijn goals in de groepsfase.

Drie spelers zouden volledig uit de boot vallen als we enkel goals in de groepsfase zouden meetellen. Of niet? Bart Goor scoorde immers in de tweede groepsfase, die je destijds enkel wel enkel kon bereiken als je de klassieke groepsfase overleefde. Verder is er ook nog Philippe Léonard (met AS Monaco tegen Juventus in de halve finale, 1997/98) en Jan Vertonghen (met Tottenham Hotspur tegen Borussia Dortmund, 2018/19).

PSV als hofleverancier
Tellen we het aantal Belgische doelpuntenmakers per club, dan steken Anderlecht en Club Brugge er natuurlijk bovenuit. Anderlecht zag vijftien Belgen scoren op het kampioenenbal (Anthony Vanden Borre Danny Boffin, Mbo Mpenza, Philippe Albert, Luc Nilis, Josip Weber, Didier Dheedene, Bertrand Crasson, Bart Goor, Marc Hendrikx, Walter Baseggio, Vincent Kompany, Tom De Sutter, Massimo Bruno, Dennis Praet), terwijl Club Brugge elf verschillende Belgen zag scoren (Hans Vanaken, Gert Verheyen, Charles De Ketelaere, Mats Rits, Lorenzo Staelens, Marc Schaessens, Timmy Simons, Gaëtan Englebert, Sandy Martens, Jeanvion Yulu-Matondo, Jelle Vossen).

Op de derde plaats staat de eerste buitenlandse ploeg: PSV. Drie buitenlandse ploegen konden vaker juichen bij een doelpunt van een Belg (Manchester City, Napoli en Chelsea), maar PSV zag wel zes verschíllende Belgen scoren. Vorige eeuw waren er Luc Nilis en Gilles De Bilde, na de eeuwwisseling waren er Timmy Simons, Maxime Lestienne, Johan Bakayoko en Yorbe Vertessen. AS Monaco volgt op een kleine afstand: met Enzo Scifo, Philippe Léonard, Yannick Carrasco en Youri Tielemans scoorden er vier Belgen voor de club uit het prinsdom.

Niet allemaal broers
In de lijst van Belgische doelpuntenmakers in de Champions League vinden we drie keer dezelfde familienaam terug. Opgelet: het gaat niet altijd om een broederpaar. Het eerste Belgische broederpaar dat scoorde in de Champions League, is Emile en Mbo Mpenza. Emile scoorde op 19 september 2001 met Schalke 04 tegen Arsenal, Mbo scoorde op 21 november 2006 tweemaal tegen Lille OSC in het shirt van Anderlecht. En dan is er natuurlijk nog het broederpaar Hazard: Eden en Thorgan scoorden samen dertien goals voor vier verschillende clubs. Gianni en Massimo Bruno, die allebei één keer scoorden in de Champions League, zijn daarentegen geen (directe) familie van elkaar. Gianni scoorde op 20 november 2012 met Lille OSC in een groepsduel tegen BATE Borisov, Massimo deed op 27 november 2013 – 53 weken later dus – de netten trillen in Anderlecht-Benfica.

Drie keer of meer tegen dezelfde club
Zeven clubs incasseerden drie of meer doelpunten van dezelfde Belg in hun Champions League-geschiedenis, weliswaar mogelijk verspreid over verschillende edities. Borussia Mönchengladbach is de meest geviseerde tegenstander: Romelu Lukaku scoorde in het seizoen 2020/21 vier keer in twee groepswedstrijden tegen de Duitse club. Lukaku speelde kennelijk ook graag tegen CSKA Moskou, want in het seizoen 2017/18 scoorde hij in twee groepswedstrijden drie keer tegen de Russen.

Ook Kevin De Bruyne staat twee keer in het lijstje. In het seizoen 2015/16 scoorde hij in de kwartfinale zowel in de heen- als in de terugwedstrijd tegen Paris Saint-Germain. In hetseizoen 2020/21 hielp hij City in de halve finale aan een 1-2-zege in Parijs. Ook Real Madrid incasseerde al drie tegengoals van De Bruyne in de Champions League. Tegen De Koninklijke scoorde hij voor het eerst in het seizoen 2019/20, toen nog in de achtste finale. In de seizoenen 2021/22 en 2022/23 deed hij het in de halve finale.

Verder is er ook nog Wesley Sonck (drie goals tegen Club Brugge, 2003/04), Dries Mertens tegen SL Benfica (drie goals tegen SL Benfica, 2016/17) en Loïs Openda (drie goals tegen Manchester City, 2023/24).

Scoren tegen je toekomstige werkgever…
We verklapten het al: Wesley Sonck, die van 2007 tot 2010 het shirt van Club Brugge droeg, had al een stevig gemeenschappelijk verleden met blauw-zwart. Sonck is evenwel niet de enige Belg die in de Champions League scoorde tegen een latere werkgever van hem. Nacer Chadli deed in het seizoen 2010/11 in beide groepswedstrijden tegen Tottenham Hotspur de netten trillen namens FC Twente. Chadli, die in die campagne ook tegen Werder Bremen scoorde, droeg van 2013 tot 2016 het shirt van Tottenham.

Axel Witsel scoorde op 24 oktober 2018 dan weer voor Borussia Dortmund in het groepsduel tegen zijn huidige club Atlético Madrid. En er is ook Divock Origi, die drie van zijn vier Champions League-goals scoorde in de legendarische campagne 2018/19 (tegen Barcelona en Tottenham), en zijn vierde goal scoorde tegen AC Milan op 7 december 2021. Origi wordt momenteel door Milan, waar hij in 2022 een vierjarig contract ondertekende, uitgeleend aan Nottingham Forest.

… én je ex-club, daar slaagde er vooralsnog maar één in
De enige Belg die vooralsnog zowel tegen een ex-club als tegen een latere werkgever van hem scoorde, is Axel Witsel. Witsel opende zijn doelpuntenrekening in de Champions League op 16 september 2014 tegen Benfica. Dat deed hij als speler van Zenit Sint-Petersburg, de club die twee jaar eerder zo’n veertig miljoen euro overmaakte aan Benfica voor Witsel. Zijn vierde en vooralsnog laatste Champions League-goal scoorde hij op 8 december 2020 namens Atlético Madrid tegen… Zenit Sint-Petersburg.

Op 19 oktober 1994 scoorde Josip Weber tevergeefs de 2-1-aansluitingstreffer tegen Hajduk Split in de vierde groepswedstrijd van Anderlecht. Voor zijn komst naar België speelde de in 2017 overleden Weber een paar seizoenen bij Hajduk Split.

Vier op een rij voor Sonck en Van Buyten, manita voor Vanaken
Staelens-Schaessens-Verheyen-Albert-Boffin-Boffin. De huidige trainer van KFC Diest was niet alleen de eerste Belg met twee Champions League-goals op de teller, hij was ook de eerste die twee opeenvolgende nummers verzamelde. Doelpunten vijf en zes staan op zijn naam. Wesley Sonck verbrak dat record in 2003 door doelpunten 33, 34, 35 en 36 (tweemaal Club Brugge, Celta de Vigo en nogmaals Club Brugge) te scoren. Daniel Van Buyten evenaarde dat door doelpunten 46, 47, 48 en 49 (tweemaal AC Milan, Steaua Boekarest en Maccabi Haifa) te scoren tussen 2007 en 2009.

Los daarvan zette Hans Vanaken tussen 2020 en 2021 weliswaar een unieke reeks neer: de tweevoudige Gouden Schoen scoorde in de twee laatste groepsduels van het seizoen 2020/21 en de eerste drie groepsduels van het seizoen 2021/22, waardoor hij in vijf opeenvolgende Champions League-wedstrijden scoorde. Daarmee schaarde hij zich in een mooi internationaal rijtje. Voor hem waren al drie Belgen erin geslaagd om in drie opeenvolgende Champions League-wedstrijd te scoren: Gilles De Bilde (Newcastle-Dynamo Kiev-Barcelona in 1997), Dries Mertens (Liverpool-Genk-Barcelona in 2019) en Romelu Lukaku Slavia Praag-Barcelona-Borussia Mönchengladbach in 2019 en 2020).

Gert Verheyen als trage genieter
Tussen de eerste en laatste Champions League-goal van Gert Verheyen gaapt een kloof van maar liefst 12 jaar, 6 maanden en 27 dagen. Verheyen opende zijn doelpuntenrekening op 7 april 1993 tegen CSKA Moskou en scoorde op 2 november 2005 zijn derde en laatste Champions League-goal tegen Rapid Wien. Als we naar de nog actieve speler kijken, is Kevin De Bruyne momenteel de grootste kanshebber om dit record af te snoepen van Verheyen. De Drongenaar scoorde zijn eerste Champions League-goal op 21 oktober 2015 en scoorde zijn (vooralsnog!) laatste goal op 13 februari 2024. Dat is een kloof van een kleine negen jaar. De Bruyne moet dus nog minstens vier seizoenen actief blijven in de Champions League wil hij Verheyen op een dag van de troon scoren.

Bij twee reeds gestopte voetballers zitten er negen (weliswaar geen volle) kalenderjaren tussen hun eerste en laatste Champions League-goal. Eden Hazard zette op 22 oktober 2013 een eerste streepje achter zijn naam na zijn goal tegen Schalke 04 (met Chelsea) en sloot op 6 september 2022 af met een goal tegen Celtic (met Real Madrid). Bij Vincent Kompany is het simpeler: de huidige coach van Burnley scoorde ‘slechts’ twee Champions League-goals. De eerste op 6 december 2005 met Anderlecht tegen Real Betis, de tweede op 12 maart 2014 met Manchester City tegen FC Barcelona.

Wanderson: minder wedstrijden, meer goals dan vader Wamberto
Mannen als Romelu Lukaku, Divock Origi, Hans Vanaken, Jelle Vossen, Danny Boffin, Luc Nilis, Philip Haagdoren en Wanderson hebben naast het feit dat ze allemaal scoorden in de Champions League nog een gemeenschappelijk punt: allemaal traden ze als voetballer in de sporen van hun vader. De ene voetbalpapa wasal wat bekender dan de andere, maar allemaal hebben ze hun strepen verdiend. De vader van Wanderson, Wamberto, hoorde net als zijn zoon meermaals de Champions League-hymne weerklinken. De ex-speler van onder andere Seraing, Standard en Mons speelde acht groepswedstrijden voor Ajax. Daarin kwam hij niet tot scoren, in tegenstelling tot zijn zoon, die ‘slechts’ vier wedstrijden voor Krasnodar speelde.

Een eervolle vermelding is er voor Jan en Gert Verheyen. Laatstgenoemde speelde 22 Champions League-wedstrijden en scoorde daarin drie keer, vader Jan speelde negen Europacup I-wedstrijden in het shirt van Anderlecht waarin hij… niet tot scoren kwam.