Uiteraard moet het eerst nog voorbij Fiorentina, de winnaar van de Europacup II in 1961, maar als dat lukt, staat Club Brugge in de finale van de UEFA Conference League. Daarin wacht Aston Villa of Olympiakos. Op papier lijken de Engelsen sterker, maar de geschiedenis leert ons dat Club de ploeg uit de agglomeratie Athene best mijdt.

Van de elf Europese finales waarin een Belgisch team in actie kwam, ging het acht keer om een eindstrijd die in één wedstrijd en op ‘neutraal terrein’ werd afgewerkt. In maar liefst drie van die duels mocht een van beide clubs in eigen land, stad of zelfs stadion aantreden. Na een doelpunt van ene Kenny Dalglish op Wembley verloor Club Brugge in 1978 de finale van de Europacup I van Liverpool. Twee jaar eerder had RSC Anderlecht de Europacup II op zijn naam geschreven in het Heizelstadion (2-4-winst tegen West Ham), en in 1982 ging Standard in Camp Nou ten onder tegen FC Barcelona en scheidsrechter Walter Eschweiler.

Vanwaar die duik in de geschiedenisboeken? Wel, de finale van de derde editie van de Conference League vindt straks plaats in het stadion van AEK Athene, op een steenworp van Piraeus.

Als Club Brugge en Olympiakos de finale halen, zullen Nicky Hayen en co de mosterd moeten halen bij het CSKA Moskou van 2005. In het hol van de leeuw versloegen de Russen toen Sporting, wat hen een UEFA Cup-trofee opleverde. Op het hoogste Europese toneel voerde zowel Liverpool als Chelsea al een gelijkaardig kunststukje op: de Reds tegen AS Roma in het Stadio Olimpico, de Blues tegen Bayern München in de Allianz Arena.