Carl Hoefkens is de nieuwe trainer van NAC Breda. Toen de naam van de ex-Rode Duivel voor het eerst gelinkt werd aan de Nederlandse club, was de club officieel nog lid van de Keuken Kampioen Divisie. De Parel van het Zuiden verzekerde zich op 2 juni evenwel van promotie naar de Eredivisie. Bedankt, Jean-Paul van Gastel, moet Hoefkens gedacht hebben. Net zoals Scott Parker dat in februari vorig jaar misschien gedacht heeft toen hij zijn Europese debuut als trainer meteen in de knock-outfase van de Champions League mocht maken. Een reis door de nog vrij prille maar toch reeds rijkgevulde trainerscarrière van de 22-voudige Rode Duivel.

22 mei, het is een datum die bij Carl Hoefkens allicht niet onopgemerkt voorbijgaat. Op 22 mei 1997 stond hij (weliswaar als invaller) op het veld toen Lierse SK op Sclessin zijn vierde landstitel veroverde. Een prachtig begin voor de carrière van Hoefkens, die er in vier seizoenen met Club Brugge (2009-2013) nooit in slaagde om de oppergaai te grijpen. Zijn palmares spekken deed hij wel nog met Germinal Beerschot (Beker van België in 2005) en West Bromwich Albion (Championship in 2008).

Dag op dag 25 jaar na die landstitel met Lierse SK maakte Club Brugge, de club waar Hoefkens vier seizoenen had gespeeld, bekend dat de Lierenaar de vervanger van de vertrokken Alfred Schreuder zou worden. Een mooie kans voor iemand die weliswaar de nodige métier had opgebouwd bij de jeugd – assistent bij de U18 en U21, Talent Coach, assistent bij de A-kern –, maar nog geen enkele ervaring als hoofdtrainer had vergaard. Eerlijk gezegd: ondergetekende had dit niet meer verwacht na de crossfitfoto’s van Hoefkens in Marbella vijf jaar eerder – de ex-Rode Duivel leek een totaal andere weg te zijn ingeslagen. Maar kijk.

Een eigen goal

Na de gewonnen Supercup (1-0 tegen KAA Gent) begon Hoefkens ook in de competitie met een zege, 3-2 tegen KRC Genk. Met dank aan een doelpunt van Andreas Skov Olsen in de blessuretijd. Ook de eerste Champions League-wedstrijd tegen Bayer Leverkusen werd met het kleinste verschil gewonnen, met dank aan een kopbalgoal van Abakar Sylla zowaar. Dat is best wel een knappe prestatie, als we denken aan het superseizoen 2023/24 van Die Schwarzroten – trainer Xabi Alonso was er nog net niet bij in het Jan Breydelstadion, maar latere kampioenen als Lukáš Hrádecký, Piero Hincapié, Jeremie Frimpong en Patrik Schick stonden wél allemaal aan de aftrap. Club Brugge won uiteindelijk zijn eerste drie groepswedstrijden en was na vier speeldagen zeker van overwintering in de Champions League, iets wat enkel RSC Anderlecht (2000/01 onder Aimé Anthuenis) en KAA Gent (2015/16 onder Hein Vanhaezebrouck) hadden geflikt. Simon Mignolet had op het moment van de kwalificatie nog geen enkele tegengoal geslikt op het kampioenenbal.

In de Jupiler Pro League slikte Club Brugge daarentegen wél tegengoals – logischerwijs, zo’n Guy Luzon die pas op de zevende competitiespeeldag zijn eerste tegengoal slikt is hoogst uitzonderlijk. Toen Antwerp op de tiende speeldag voor het eerst puntenverlies leed in het seizoen 2022/23, bedroeg de achterstand op Club Brugge nauwelijks vijf punten. Toen blauw-zwart op de laatste speeldag voor de WK-break thuis 2-2 gelijk speelde tegen The Great Old, bedroeg de achterstand op leider Genk – dat later die dag met 30 op 30 de WK-break inging – dertien punten. Dat is pittig. Het deed wat denken aan het seizoen daarvoor, toen Club Brugge met 4 op 6 begon in de Champions League maar in de competitie al gauw in de schaduw van Union stond – pas na de elegante exit van Philippe Clement naar AS Monaco werd blauw-zwart weer dominant in eigen land. Het voetbal viel onder Hoefkens bij momenten dan ook nog eens echt tegen. Op Boxing Day, vijf dagen na de zware 1-4-bekernederlaag tegen STVV, leed Club Brugge tegen OH Leuven opnieuw puntenverlies na… een doelpunt in de blessuretijd van Nachon Nsingi. Hoefkens had Kerstmis overleefd, maar Nieuwjaar niet. Zijn opvolger Scott Parker hield het nóg minder lang uit, slechts drie maanden. Hij mocht wel de twee Champions League-knockoutwedstrijden tegen Benfica coachen.

Boskamp

Na een cool down periode werd de naam van Hoefkens gelinkt aan enkele mooie clubs. De voormalige verdediger van Stoke City en West Bromwich Albion werd gelinkt aan het pas uit de Premier League gedegradeerde Leicester City, al leek dat nooit echt concreet te zijn. Dat zou ergens wel symbolisch geweest zijn, want The Foxes waren de allereerste Champions League-tegenstander van Club Brugge in het Verhaeghe-Mannaert-tijdperk. Swansea en Southampton werden ook genoemd in de pers, alsook… Stoke City. Dat zou ook wat geweest zijn, kort na de promotie van Vincent Kompany naar de Premier League met Burnley. Kompany maakte er komaf met het kick-and-rushvoetbal, iets wat Hoefkens een kleine twintig jaar eerder al zag gebeuren onder Johan Boskamp.

“Stoke City was bij mijn komst een sleeping giant. De club, die kampioen was geworden in de oude jaren, had een megagrote traditie en een enorme aanhang. Wereldspelers als Stanley Matthews en Gordon Banks hadden er ooit gespeeld. Stoke was altijd een heel rijke industriestad geweest. The Potteries, wat ook nog altijd hun bijnaam is. Maar dat is volledig op zijn gat gevallen. Stoke was heel zwaar verloederd, kampte met financiële problemen. Ze stonden altijd op nummer één in de lijstjes van de slechtste plaatsen om te leven in Engeland. Door omstandigheden hadden ze een soort voetbal gecreëerd van kick and rush and fight. Als je het over Engels voetbal hebt… dát was Engels voetbal. Maar Boskamp heeft dat veranderd”, vertelde Hoefkens een paar maanden na zijn ontslag bij de pocast MID-MID. De Lierenaar rakelde ook de anekdote op van ex-ploegmaat Michael Duberry, wiens opwarming eruit bestond de bal richting doel te trappen tot hij de deklat raakte. Had hij de lat geraakt, dan zat zijn opwarming erop. “Dat zijn dingen die je ziet in series”. Hoefkens had dus ook de andere kant van de medaille gezien in Stoke-on-Trent.

Lady Red

Wie de volledige podcast van MID-MID met Hoefkens beluisterd heeft, zal begrijpen dat Hoefkens zich als een vis in het water zou gevoeld hebben in het bet365 Stadium, zoals het Britannia Stadium sinds 2016 heet. Hoefkens en zijn (inmiddels ex-)vrouw Vanessa D’Hooghe waren er enorm populair en deden hun huis in Stoke-on-Trent nooit van de hand. Maar het werd een andere club die doet denken aan de gokwereld: Standard Luik. 777 Partners, de Amerikaanse investeringsmaatschappij die tot spijt van menig Standard-supporter de sleutels van de Luikse club in handen heeft, staat weliswaar volledig los van het gelijknamige casinoplatform, maar ergens is het wel een mooie toevalligheid dat ze hun nummer delen. De Amerikanen kochten traditieclubs met wat stof op bij de vleet bij elkaar, wat aanvankelijk op een goed businessplan leek, maar al gauw bleek 777 Partners allesbehalve kredietwaardig. De netten rond de Amerikaanse investeringsgroep, die onlangs naast de aankoop van Everton greep, beginnen zich stilaan te sluiten.

Edoch, hoe somber de wolken boven het Maurice Dufrasnestadion ook moge zijn, Standard en Hoefkens waren in principe een match made in heaven. De schoenen om te vullen qua energie langs de zijlijn waren groot na het vertrek van Ronny Deila naar… Club Brugge, zeker als je daar het stoïcijnse gezicht van Hoefkens bij een 0-4-voorsprong in Porto naast denkt. De Lierenaar zag Standard alleszins meteen zitten. “Een waanzinnig mooie vrouw die je alles kan geven. Passie en trots. Om geweldige nachten met haar te kunnen beleven moet je haar eerst verleiden. Door met haar op restaurant gaan, door met haar te dansen. Dit wordt mijn eerste dans met Lady Red met als uiteindelijke doel het stadion in vuur en vlam te zetten”, gebruikte de Lierenaar een prachtig metafoor.

Niet tot bij de paal

Willen de Standard-supporters nog met énige glimlach terugdenken aan het seizoen 2023/24, dan denken ze vast terug aan de nuit de folie op 22 oktober. Standard stond na 25 minuten al 0-2 in het krijt tegen aartsrivaal Anderlecht, maar Standard kreeg door wat interventies van Hoefkens weer grip op de wedstrijd en won uiteindelijk nog met 3-2. Dat Anderlecht een derde doelpunt afgekeurd zag worden – de 0-2 had een 0-3 kunnen worden –, maakte volgens Hoefkens niet uit. “Zelfs dan hadden we deze match nog gewonnen met 4-3”, aldus Hoefkens, die we anderhalve maand later in een motivatiespeech aan zijn spelers hoorde zeggen dat ze niet mochten twijfelen om op doel te trappen, want als ze de bal in de hoek plaatsten zou het gegarandeerd goal zijn. Deze keeper raakt niet tot bij de paal, doelde hij op Kasper Schmeichel.

Anderlecht, dat op Sclessin twee goals slikte maar Schmeichels overbuurman Arnaud Bodart toch ook tweemaal kon kloppen, moet de zoetste herinnering van Hoefkens als trainer van Standard zijn – nog meer dan de 2-1-zege tegen Club Brugge een wedstrijd voor de 3-2 tegen Anderlecht. Lichtpunten in een verdere zee van ontgoochelingen, met inspiratieloos voetbal en op Wapenstilstandsdag een 6-0-nederlaag bij Antwerp. Enkele dagen na het 1-1-gelijkspel tegen STVV op 27 december, waarin Wilfried Kanga diep in de blessuretijd vanop de strafschopstip een punt redde voor de Rouches, krijgt Hoefkens de bons. Nieuwjaar haalt hij opnieuw net niet. 777 Partners mag zich stevig in de boezem kijken: met beter materiaal had Hoefkens beslist beter kunnen doen met zijn Lady Red. Een boutade zo oud als de straat.

30 mei

Wie oud zegt, denkt misschien aan Egypte. In het land van de farao’s hebben ze kort na zijn ontslag bij Standard ook aan Hoefkens gedacht. Eind januari klonk het al dat Hoefkens een akkoord had met de Egyptische topclub Zamalek SC, die op dat moment slechts twaalfde stond. Die zogenaamde abnormaal lage plaats geeft wel een vertekend beeld: Zamalek moest toen nog heel wat competitiewedstrijden inhalen. Stel u maar eens voor dat Hoefkens instapt, een groot deel van zijn inhaalwedstrijden wint en plots weer ‘tussen de mensen’ staat. De situatie deed zich niet voor, want Zamelek koos voor de Portugese coach José Gomes.

Een paar maanden later werd de naam van Hoefkens genoemd bij NAC, op dat moment nog actief in de Keuken Kampioen Divisie. Op dat moment, jawel, want kort daarop won de club uit Breda de play-offs. Niet iedereen zou er geld op hebben ingezet na de achtste plaats in de reguliere competitie, de laagste plaats die recht gaf op de nacompetitie – what’s in a name. Roda JC werd met een 8-1-totaalscore opzijgezet, FC Emmen ‘slechts’ met 4-1. Telkens haalde NAC het hardst uit in de terugwedstrijd, die telkens buitenshuis werd gespeeld. In de finale tegen Excelsior Rotterdam was het net iets anders. Na de 6-2-zege in de heenwedstrijd vielen er buitenshuis opnieuw veel goals, maar ditmaal was het de thuisploeg die meeval had. Na vijftig minuten stond Excelsior zowaar 4-0 voor, ondanks de verdedigende aanpak van NAC. Casper Staring deed de rollercoaster kort voor het uur nog een extra looping doen door de 4-1-eerredder te scoren. Een pleister op een houten been voor de wedstrijd, want het bleef 4-1, maar wel een ontzettend belangrijke goal voor het eindresultaat. NAC Breda mocht na vijf seizoenen weer naar de Eredivisie.

Het stond nog voor de nacompetitie al vast dat trainer Jean-Paul van Gastel niet zou meepromoveren bij een gunstig resultaat. De Nederlander had eerder dit jaar immers te kennen gegeven dat hij op het einde van het seizoen zou vertrekken. De ex-speler van onder andere Willem II en Feyenoord sprak zijn wens uit om ooit nog eens in het buitenland te werken, zoals hij in het begin van het decennium al deed bij het Chinese Guangzhou City, eerst als assistent van Giovanni van Bronckhorst en vervolgens als hoofdtrainer. Van Gastel onderstreepte wel dat hij tot het einde van zijn contract alles zou geven om het hoogst mogelijke te bereiken met NAC. Waarvan akte. Van Gastel, van wie woensdag bekend raakte dat hij Van Bronckhorst zal volgen naar Beşiktaş, schonk zijn opvolger Hoefkens een mooi decor om te starten. Zoals Hoefkens destijds ook op Europees vlak een mooi startpakket had klaargelegd voor Parker. Ach, wat is het balen dat alles − de nacompetitie, de handtekening van Hoefkens − is gebeurd. Op 30 mei 1999 won Lierse immers de Beker van België… met Hoefkens op het veld. Een kwarteeuw, jawel.