Sinds de Bundesliga in het seizoen 1963/64 werd afgetrapt, werden veertien van de zestien deelstaten van Duitsland al vertegenwoordigd door minstens één club. Het is voorlopig nog wachten op Saksen-Anhalt en Thüringen. Welke clubs uit die deelstaten staan het dichtst bij een historische promotie naar de Bundesliga, los van een eventueel verblijf in de voormalige hoogste divisie van Oost-Duitsland?
Mocht FC Coburg, de club uit de stad waar onze eerste vorst koning Leopold I geboren werd, plots de promoties aaneenrijgen, zou het niet de eerste Bundesliga-club uit Saksen-Anhalt zijn. In tegenstelling tot wat je door het Belgisch koningshuis zou kunnen denken, ligt Coburg heden ten dage immers in de deelstaat Beieren, en die leverde al zeven clubs af – van 1. FC Nürnberg en TSV 1860 München in 1963 tot Bayern München in 1965 over FC Ingolstadt 04 in 2015. De strafste leverancier is vooralsnog Noordrijn-Westfalen: alleen al in het debuutseizoen leverden zij vijf clubs af, SC Paderborn 07 werd in 2014 zelfs de achttiende club uit de deelstaat in de Bundesliga.
Tien jaar na Paderborn mocht ook Holstein Kiel zijn Bundesliga-debuut vieren. De club zakte meteen weer naar de 2. Bundesliga, maar daarmee had Sleeswijk-Holstein – de enige Duitse deelstaat die grenst aan Denemarken – toch ook zijn vertegenwoordiger gehad. Zoals hierboven gezegd wachten nog twee deelstaten op hun historische debuut: Saksen-Anhalt en Thüringen. Krijgen we dit decennium nog een volledige kraskaart wat betreft het aantal vertegenwoordigde deelstaten in de Bundesliga? Daar moeten we even de klassementen in de lagere divisies bijnemen.
In de 2. Bundesliga spelen dit seizoen slechts twee clubs die nooit in de Bundesliga aantraden… en dat zijn uitgerekend de koploper en de rode lantaarn van de competitie. SV Elversberg komt uit Saarland en valt dus aan de boot, maar met 1. FC Magdeburg uit Saksen-Anhalt komen we al meteen een eerste club tegen die aan ons criterium voldoet. De club werd drie keer Oost-Duits kampioen en won in 1974 zelfs de Europacup II, maar werd na de hereniging van Duitsland onderverdeeld in de lagere reeksen en raakte daar nooit meer uit. De ex-club van Jürgen Sparwasser – de man die eeuwige bekendheid verwierf door op het WK 1974 het enige doelpunt te scoren in de groepswedstrijd tussen West-Duitsland en de DDR – is de hoogst vertegenwoordigde club uit Saksen-Anhalt… al zal de club zich na de interlandbreak wel moeten herpakken. Met hun schamele drie punten uit acht competitiewedstrijden staan ze immers (gedeeld) laatste in de 2. Bundesliga. Dan mogen SV Elversberg, met 19 op 24 alleen koploper, voorlopig toch een betere vertegenwoordiger van Saarland noemen.
Van de twintig clubs in de 3. Liga hebben acht clubs nog nooit in de Bundesliga gespeeld, maar geen van hen heeft zijn thuishaven in Thüringen – zelfs niet in Saksen-Anhalt. Voor de volledigheid: het betreft twee clubs uit Beieren (SSV Jahn Regensburg en FC Schweinfurt 05), twee clubs uit Nedersaksen (VfL Osnabrück en TSV Havelse), twee clubs uit Noordrijn-Westfalen (FC Viktoria Köln 1904 en SC Verl) en een club uit Hessen (SV Wehen Wiesbaden) en Saksen (FC Erzgebirge Aue).
Zakken we nog een divisie, dan komen we uit in de Regionalliga, waar clubs uit Saksen-Anhalt en Thüringen allebei thuishoren in de Regionalliga Nordost. We zijn er dan eindelijk gekomen, want naast een club uit Saksen-Anhalt (Hallescher FC uit de Duitse stad Halle) komen we in deze reeks maar liefst drie clubs uit de deelstaat Thüringen tegen: naast FC Carl Zeiss Jena – de drievoudige Oost-Duitse kampioen die in 2013 in handen kwam van Roland Duchâtelet – hebben we er ook FC Rot-Weiß Erfurt en ZFC Meuselwitz. Carl-Zeiss Jena staat er momenteel het beste voor: na elf speeldagen staat de club tweede, op amper twee punten van leider Lokomotiv Leipzig. Rot-Weiß Erfurt volgt weliswaar op amper drie punten van FCC. Voor ZFC Meuselwitz zit een promotie naar de 3. Liga er dit seizoen zo goed als zeker niet in, want na elf speeldagen heeft de club nog maar tien punten op de teller staan.
