Michel Vandevelde, oud-voetballer van onder andere Union Sint-Gillis en Crossing Schaarbeek, is op 68-jarige leeftijd overleden. De Brusselaar speelde zich in de geschiedenisboeken van Crossing, maar bleef in zijn hart toch altijd een Unionist. Vandevelde kende vreugde en verdriet met l’USG, waarmee hij tweemaal op rij promoveerde maar ook een bitter (tijdelijk) afscheid meemaakte.

Wie informatie nodig heeft over een ex-speler van Union, is bij Bernard Cerf aan het juiste adres. De huidige syndicus van de regerende landskampioen, die als journalist jarenlang verbonden was aan het persagentschap Belga, schreef mee aan verschillende boeken over de club. Voor één van die boeken, dat werd uitgebracht na de promotie naar de Jupiler Pro League in 2021, werd voor elk seizoen na de degradatie in 1973 een speler geïnterviewd. Vandevelde werd aan het woord gelaten voor het seizoen 1984/85, het seizoen waarin de club na een back-to-back-promotie weer z’n plaats had ingenomen in Tweede klasse.

Vandevelde had mee de bodem geraakt: toen hij in 1982 op z’n 25e neerstreek in het Dudenpark, begon Union aan z’n tweede seizoen in Vierde klasse – nooit eerder was de club zo diep gezakt. Zijn leeftijd doet het niet vermoeden, maar de Brusselaar draaide op dat moment al bijna een decennium mee in de nationale reeksen. “Hij heeft 182 wedstrijden voor Crossing gespeeld, verspreid over negen seizoenen – van 1973/74 tot 1981/82. Niemand speelde ooit meer wedstrijden voor de club, zelfs de legendarische doelman Jos Smolders niet”, vertelt Cerf, die in voornoemd boek – L’Union en D1A 1973-2021: la longue attente – neerpende dat Vandevelde zich op zijn achtste had aangesloten bij de Ezels.

Met Delentdecker, zonder Ost

Vandevelde, die in 1982 ook Thierry Bassem van Crossing naar Union zag verhuizen, mocht in zijn eerste twee seizoenen meteen aan het feest. “Hij maakte deel uit van het legendarische elftal dat onder leiding van trainer André Colasse in één ruk van Vierde klasse naar Tweede klasse promoveerde (na titels in 1983 en 1984, red). Die ploeg mag dan wel nooit in Eerste klasse hebben gevoetbald, het was echt wel een goede ploeg. Niet in het minst dankzij trainer Colasse, die het heel goed gedaan heeft en het volk terug naar het stadion heeft gelokt – toen ze aan de kop stonden in Derde klasse kwam er 10.000 man kijken. Er waren in die periode ook gewoon goede spelers, zoals Didier Electeur die van Anderlecht kwam. In dat elftal was Michel de libero”, kadert Cerf, die Vandevelde een goede voetballer vond, maar ook een fijne kerel.

“Hij had een goede techniek, goed schot en de nodige vista. Hij had eigenlijk alles in huis om het ook tot in Eerste klasse te schoppen, maar hij was natuurlijk geen profvoetballer. Hij werkte als wisselagent en had in dat verband een vennoot, maar als ik me goed herinner is dat zaakje niet zo goed afgelopen. Later heeft hij wel met succes een café opengehouden in de Wolvengracht, samen met Danny Ost. Ik kan me de zaak nog zo voor de geest halen, maar de naam ontsnapt mij. Ze serveerden ook spaghetti, wat handig was voor de mensen die in de buurt naar het theater gingen”. Een café hebben ze wel degelijk samen uitgebaat, maar Cerf wil graag benadrukken dat Ost niet samen in de verdediging stonden, zoals hij hier en daar gelezen heeft. “Ost speelde in die fameuze ploeg als rechtsback, Vandevelde stond met Bruno Delentdecker centraal achterin. Delentdecker was de stopper, Vandevelde de libero.”

Vandevelde en Ost deelden later ook nog eens de kleedkamer bij futsalploeg Crandard, een samentrekking van Crossing, Anderlecht en Standard. De recordspeler van Crossing was een bezige bij, dat kan zeker gezegd. “Michel was een levenslustige jongen, die kon genieten van zijn pintje zo nu en dan. Hij kon de sfeer er goed inbrengen, hij was dan ook de man die de organisatie voor de etentjes onder ploeggenoten in handen nam. Dat was althans zo bij Auderghem, ik vermoed dat dat ook zo moet geweest zijn bij Union. Destijds gingen we geregeld naar Le Pré Salé, op de eerste vrijdag van de maand was er daar telkens een groot spektakel – imitaties van Frank Sinatra enzo. Dat was natuurlijk allemaal op amateurbasis, maar altijd van hoog niveau. Michel kende de mensen die dat spektakel verzorgden, Henri Diricx (oud-Rode Duivel die in de jaren ’40 en ’50 meer dan driehonderd wedstrijden voor Union speelde en ook later nog bij de club betrokken was, red) zat daar ook bij”, aldus Cerf.

Driemaal Bassem

Bij Auderghem? Jawel, op z’n 30e ruilde Vandevelde het inmiddels weer naar Derde klasse gezakte Union in voor tweedeprovincialer RU Auderghem. “Hij is destijds niet in de beste omstandigheden vertrokken bij Union. De club had destijds een nieuwe libero weggeplukt bij Francs Borains, Waldemar Tuminski. Hij mocht als libero spelen, en Vandevelde werd prompt op het middenveld gedropt. Dat was evenwel niet de beste positie voor hem, het liep niet lekker. Vandevelde was dan ook niet gelukkig meer, en na afloop van het seizoen 1986/87 is hij voor Auderghem komen voetballen in Tweede provinciale. Dat heeft weliswaar niet lang geduurd, want uiteindelijk is hij teruggekeerd naar Union”, schetst Cerf, die bij Auderghem de kleedkamer deelde met Vandevelde.

“Tuminski was natuurlijk wel een goede libero, maar Union had op dat moment geen nieuwe libero nodig, ze hadden Vandevelde al. Maar ja, die was met Jagiello meegekomen, hè, dat waren twee Polen ondereen. Ze wisten heel goed dat dat niet zou werken als verdedigende middenvelder, Michel had daar de fysieke conditie niet voor. Dat was nu niet per se het beste punt van Michel, die eerder op zijn klasse teerde”. En dus trok Vandevelde in 1987 naar het oosten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar hij… nog maar eens met Thierry Bassem in een ploeg kwam te staan. “Ze zijn elkaar gevolgd, maar waren twee verschillende types. Niet alleen qua positie – Bassem was de doelpuntenmaker van dienst – maar ook qua karakter. Bassem, die als sportleraar verbonden was aan het Sint-Michielscollege, was zo’n type dat vijf kinderen had en nooit bleef plakken. Die liet zich hoogstens eens vijf minuten zien in de kantine, maar vertrok dan meteen naar zijn gezin. Michel daarentegen was meer een uitgaanstype. Het is best wel opmerkelijk dat ze alles samen gedaan hebben – Crossing, Union en Auderghem –, maar eigenlijk zelden samen te zien waren”, aldus Cerf.

Bij zijn volgende club kwam Vandevelde die dekselse Bassem niet meer tegen. Niet méér, jawel, want de club zelf was geen onbekende voor hem: in 1989 keerde hij nog voor een paar seizoenen terug naar Union, toen nog steeds in Derde klasse. Tuminski had het Joseph Mariënstadion toen reeds verlaten. Het is mooi dat Vandevelde toch nog in schoonheid afscheid heeft kunnen nemen van Union, want hoewel hij langer in een shirt van Crossing Schaarbeek voetbalde, is de Brusselaar toch altijd een Unionist gebleven. “Toen ik hem ben gaan opzoeken voor die reportage – zijn gezondheid was toen al niet zo geweldig meer –, heb ik hem gezegd: in jouw leven zijn er twee clubs geweest, Crossing en Union. Michel heeft dat ontkracht: er is alleen Union, zei hij. Over zijn tijd bij Crossing maalde hij niet echt meer, hij heeft me zelfs ronduit gezegd dat het hem niet meer interesseerde.” Voor de volledigheid: volgens het boek L’Union en D1A 1973-2021: la longue attente droeg Vandevelde na zijn tweede periode bij Union ook nog het shirt van Uccle Sport en Drogenbos.