Heinz Schönberger, een naam die bij velen waarschijnlijk weinig belletjes doet rinkelen. Toch heeft deze man voor KSK Beveren op acht jaar tijd meer gewonnen dan Sporting Lokeren in heel zijn bestaan.
Sinds 1977 woont Schönberger al in Beveren. Hij speelde acht jaar voor KSK Beveren en nog een jaar voor KVC Westerlo, een transfer waar hij erg veel spijt van had. Vandaag blikt hij met ons terug op zijn fijne tijd op de Freethiel. Een vervlogen tijd. “Ik vind dat het gezellige dat Beveren had in die tijd een beetje weg is. Iedereen kende iedereen. De sfeer en gemoedelijkheid vond ik geweldig.”
Schönberger heeft met name goede herinneringen aan zijn interacties met de Beverse supporters. “Niet dat het altijd even plezant was, als je dan bijvoorbeeld op restaurant zit en iedereen komt vragen stellen, maar dat hoort erbij. We wonnen dan ook twee keer de Beker van België en twee keer de competitie. Vooral na die bekerwinst en dan zeker na de zege tegen Inter Milaan was ik plots een beroemdheid.”

Transfersaga
Zoals vele voetballers stond hij na een geweldig seizoen bij Racing Mechelen, dat in Tweede Klasse speelde, in de belangstelling van drie clubs. Toevallig alle drie uit de regio: KSK Beveren, Royal Antwerp en Sporting Lokeren, de aartsrivaal van Beveren.
“Ik werd na dat jaar in Tweede Klasse gehuldigd als beste speler van de competitie. Toen Beveren en Antwerp aanklopten, had ik bijna bij Antwerp getekend. Zij kwamen, voor mij persoonlijk, met het beste financiële voorstel”, legt Schönberger uit. “Maar Racing Mechelen vond dat ik naar Beveren moest, omdat zij het hoogste bod deden: acht miljoen Belgische frank en nog twee spelers in ruil. Lokeren kwam als laatste, maar toen had ik al getekend bij Beveren. Toen was het natuurlijk wel anders en was je als speler echt eigendom van de club, nu is dat minder het geval.”
Na zijn carrière bij Beveren speelde Schönberger nog een jaar bij KVC Westerlo, nu een vaste waarde in Eerste Klasse, toen in Derde Klasse. “Ik was 35 of 36 jaar, dus ik wist van mezelf dat Eerste Klasse met Beveren niet meer ging lukken. Westerlo deed dan een voorstel waarop ik ben ingegaan. Na een drietal maanden had ik daar ongelofelijk veel spijt van, ik kreeg daar stampen van jewelste. Na een tijdje ben ik met de voorzitter van Westerlo in gesprek gegaan en uiteindelijk gestopt. Nadien werd ik wel nog speler-trainer bij Melsele.”

Beverse successen
In 1977, toen hij arriveerde bij Beveren, was dat geen topclub, in tegenstelling tot Antwerp. “Na een jaar samenspelen voelde je wel dat we een sterke ploeg aan het opbouwen waren, en de relaties onderling waren goed”, vertelt Schönberger. “Dan begin je te winnen en te dromen van de titel. Uiteindelijk eindigden we als vijfde en speelden we de bekerfinale. Daar zat dan ineens 50.000 man, terwijl we 10.000 man gewoon waren. Een wereld van verschil.” KSK Beveren won de beker, tegen Charleroi, met 2-0. “We waren toen ook favoriet, Charleroi stond pas twaalfde, en wonnen verdiend.”
Bij een bekerwinst hoort natuurlijk Europees voetbal. Die campagne was er één voor de geschiedenisboeken. Beveren trof in de kwartfinales van de Europese beker voor Bekerwinnaars het grote Internazionale, dat het uit de beker knikkerde na een 0-0-gelijkspel in het legendarische San Siro en een 1-0-winst op Beverse bodem. “Onze trainer, Robert Goethals, kwam terug van de loting en zei dat als we met 5-0 zouden verliezen, we niet moesten wenen.” Dat draaide even anders uit. “We hebben veel te danken aan Jean-Marie Pfaff. Die heeft er heel veel uitgehaald die dag.”
Nadien wachtte het grote FC Barcelona met onder andere de legendarische Nederlandse voetballer Johan Neeskens in de ploeg. “We verloren zowel thuis als uit met 1-0. We speelden daar een zeer goede match, maar we verloren door een penalty, die volgens velen trouwens onterecht was. Thuis hielden we de Catalanen lang af, maar toen begonnen we meer risico’s te nemen en kregen zij een penalty in de 88ste minuut. Twee keer met maar 1-0 verliezen tegen Barcelona, dat is geen schande.”
Werk en voetbal combineren
In de jaren ‘80 was het niet zoals vandaag. Voetballers verdienden vaak niet genoeg om rond te komen en moesten dus nog extra werken naast hun voetbalcarrière. Van Gouden Schoen Jean Janssens was het algemeen geweten dat hij naast het voetbal een dokwerker was, van Heinz Schönberger niet. Het was eerst ook niet de bedoeling dat hij ging werken, maar Beveren had zich zo ingesteld op de werkende spelers dat ze alleen ‘s avonds trainden. Overdag kon hij dus weinig doen. “Uiteindelijk ben ik na twee à drie maanden aan de voorzitter gaan vragen of ik niet ergens kon gaan werken. Dat was een beslissing waar ik geen spijt van had.”

Erkenning door de huidige generatie
SK Beveren zet de laatste jaren elke thuiswedstrijd een oud-speler in de bloemetjes. Schönberger is zelfs al twee keer mogen passeren. Voor het laatst toen hij 75 jaar werd, vlak voor dit interview. “Dat de jonge generatie mij niet echt kent? Daar schrok ik niet van, ik ben exact 40 jaar gestopt, dus dat is logisch. Dat mijn naam gescandeerd werd toen ik de aftrap gaf, deed wel deugd, het gaf mij een soort van voldoening. Natuurlijk is het leuk dat je nog herkend wordt.”
Onlangs kwam de Pro League met het initiatief om een Hall of Fame te creëren. De Beverse fans mochten twee spelers nomineren. Jean-Marie Pfaff en Heinz Schönberger kwamen als de winnaars uit de bus. Maar enkel Pfaff haalde de Hall of Fame. “Toch vond ik het zeer prettig dat ik genomineerd werd door de fans, want er stonden toch pittige namen tussen.”
