De afgelopen speelronde van de Eredivisie speelden AZ en Feyenoord gelijk tegen elkaar in de onderlinge topper. Voor AZ is dit een acceptabel resultaat, gezien de matige optredens tegen de drie grootste ploegen in de afgelopen jaren. Voor Feyenoord is dit een teleurstelling, maar wat vooral beangstigend moet zijn, is het gebrek aan alternatieven. Want waar Ajax en PSV een bank met veel breedte hebben, lijken de keuzes voor Feyenoord maar mager. Het probleem is dat Feyenoord veel lijkt te bouwen op dezelfde namen, terwijl het spel weinig hoop biedt. De Club van Zuid heeft altijd geschemerd met het hebben van een grootse jeugdopleiding en hoewel dat in zekere zin ook waar is, lijkt jeugdig talent bij Feyenoord maar niet door te stromen. Waar Ajax en PSV altijd hebben uitgedragen een goede jeugdopleiding te hebben, leek het bij Feyenoord iedere keer slechts een noodgreep. Maar wat als Feyenoord nou hetzelfde zou doen? Hier kan je lezen waarom Feyenoord de jeugd een échte kans moet geven en wat de Rotterdammers kunnen zien als er goed naar AZ wordt gekeken.

Als we puur kijken naar deze wedstrijd, zien we twee gelijke ploegen. AZ, de club die al seizoenen lang last heeft van het zogeheten “top drie-complex”. De laatste keer dat AZ heeft gewonnen van een club uit de traditionele top drie (Ajax, PSV en Feyenoord) was in januari 2016, toen Feyenoord met 4-2 werd verslagen, onder meer door een hattrick van Vincent Janssen, nota bene opgeleid door Feyenoord. Kijken we naar de tegenstander van vandaag uit Rotterdam, dan kunnen we alleen maar de conclusie trekken dat Feyenoord met veel vertrouwen deze wedstrijd in gaat. Op de eerder beschreven nederlaag na, heeft de ploeg hier met regelmaat op een dominante manier de match naar zich toegetrokken, met de 0-4 van afgelopen seizoen als een lichtend voorbeeld. Gezien het spelersmateriaal dat beide ploegen op het veld zetten, is er wel duidelijk geworden dat zowel AZ als Feyenoord op een eigen manier proberen in de buurt te komen/te blijven van PSV en Ajax.

AZ en Feyenoord hebben allebei spelers (gehad) die vanuit de Eredivisie of de Eerste Divisie de stap naar Alkmaar of Rotterdam hebben gemaakt. Waar AZ spelers haalt of haalde als Jahanbakhsh (NEC), Weghorst (Heracles Almelo), Idrissi (FC Groningen), Vincent Janssen (Almere City) en Ben Rienstra (PEC Zwolle), aangevuld met veel jongens uit Scandinavië en veel eigen jeugd, kwam Feyenoord met jongens als Ayoub en Sofyan Amrabat (FC Utrecht), Larsson (sc Heerenveen), Vejinovic (Vitesse) en Kramer (ADO Den Haag), aangevuld met meer geroutineerde spelers. Tot op deze hoogte lijken beide clubs hetzelfde te doen. Toch zijn er best veel verschillen tussen twee clubs die, bij monde van verschillende media, worden gezien als gelijkwaardig.

Bij AZ lijken spelers echt beter te worden of dermate op te vallen dat clubs er een hoop geld voor neer willen leggen, met grote winsten voor de club en een mooie stap voor de spelers als gevolg. Ook het betrekken van de jeugdopleiding bij het eerste lijkt een grote zet van de clubleiding aldaar. Het spelersaanbod bij de jeugd lijkt eindeloos, met de recente basisplaatsen van Myron Boadu als meest recente voorbeeld. Nauurlijk, AZ heeft ook gehusseld met spelsystemen en is regelmatig op zijn plaat gegaan, maar daardoor krijg je wel  spelers die op meer dan één vaste positie kunnen spelen. Doordat spelers uit het eerste bovendien best snel vertrekken, krijgen jonge talenten sneller de kans. Omdat deze spelers niets kosten, pak je ook de volle winst bij een verkoop. En Feyenoord dan? Daar lijkt precies het tegenovergestelde te gebeuren. Spelers lijken veelal stil te staan in hun ontwikkeling of vallen gewoon niet op. Gewogen en te licht bevonden door de grotere clubs. Opvallend, want veel jongens spelen al langer dan een seizoen samen. Maar vooral het aanhouden van altijd dezelfde tactiek met dezelfde spelers lijkt voor Feyenoord het beproefde recept. Echter, door het aanblijven van steeds dezelfde spelersgroep met erg weinig mutaties, is een slechte doorstroming vanuit de jeugd een logisch gevolg. Talenten zullen ergens anders een heil zoeken om daar door te groeien. Niet alleen de ‘mindere’ jongens, maar ook je toptalenten.

Dit verschil tussen AZ en Feyenoord is erg opvallend, want beide clubs hebben flinke financiële ellende gekend in een recent verleden. En zoals het AD in een nieuwsartikel schreef afgelopen week, lijkt Feyenoord opnieuw in zwaar weer te zitten met als gevolg de uitspraak “meer focus op de jeugd” vanuit de clubleiding. Maar hoe realistisch is deze uitspraak? Met de huidige staat van Feyenoord en haar statuut in het Nederlandse voetbal van 2018? En vooral de vraag “wat Feyenoord kan leren van AZ?”.

Om deze vraag te beantwoorden moeten we terug naar de jaren ’90 van de 20e eeuw. Feyenoord was een zieltogende club die zelfs streed tegen degradatie uit de Eredivisie. Ineens, als uit de dood herrezen, was daar opnieuw de beklimming naar de top van het Nederlandse voetbal met de KNVB-bekers van 1991, 1992, 1994 en 1995 en de kampioenschappen van 1993 en 1999 op nationaal gebied. Samen met een debuut in de Champions League en de halve finale plaatsen in de Europa Cup II. Hierin speelde de jeugd maar een kleine rol, met enkele spelers die vanuit Varkenoord, het jeugdcomplex van Feyenoord, doorbraken. Maar het belang van de jeugdopleiding zou in het nieuwe millennium veel groter zijn, mede door de inval van de FIOD in 1998. Na de millenniumwisseling won Feyenoord nog wel de UEFA-cup van 2002 en de KNVB-beker van 2008, maar in de buurt van het landskampioenschap is Feyenoord nimmer geweest in het eerste decennium na de eeuwwisseling. Dit komt onder meer door de financiële wanorde die de club destijds had, met als dieptepunt het bijna-faillissement in 2006 en de klasseringen buiten de top 5 in de jaren daarna als gevolg. Wel floreerde de jeugdopleiding van de club met de veel grotere inbreng van jeugdig talent dat doorbrak, met jongens als Leroy Fer, Jonathan de Guzman, Georginio Wijnaldum, Stefan de Vrij en natuurlijk de grote doorbraak van Robin van Persie.

In de laatste jaren krabbelde Feyenoord er weer bovenop, al leek daar in 2011 nog geen enkele sprake van te zijn met een beschamende 10-0-nederlaag tegen PSV en een elfde plek in de Eredivisie. Vanaf 2012 beklom Feyenoord weer de plekken richting de top en ging het ook weer Europees voetballen. In het seizoen 2015-2016 werd er na donkere jaren weer eens een prijs gewonnen en het opvolgende seizoen pakte Feyenoord na 18 jaar weer eens de titel. Met het opnieuw winnen van de beker afgelopen seizoen lijkt Feyenoord weer de topclub van weleer. Gek genoeg lijkt de doorstroming uit de jeugd van spelers naar Feyenoord 1 steeds minder te worden. Waar in het begin van de jaren ’10 van de 21e eeuw nog spelers als Bruno Martins Indi, Tonny Vilhena, Jordy Clasie en Terence Kongolo doorstroomden, is er de laatste jaren eigenlijk geen noemenswaardige speler te noemen die echt uit zou kunnen groeien tot topper. En het feit dat Feyenoord zijn tweede team (Jong Feyenoord) in een aparte beloftecompetitie laat uitkomen, zal daar weinig aan veranderen.

Hoe anders is dat bij AZ. Na zeer magere jaren begin jaren ’90 van de 20e eeuw is er in 1993 de overname door Dirk Scheringa met grote betrokkenheid van Willem van Hanegem, als trainer. Na het pendelen tussen Eredivisie en Eerste Divisie speelt AZ sinds 1998 weer een vaste rol in de hoogste voetbalafdeling van Nederland. Hierin is de rol van de jeugdopleiding nog een vrij magere. Na 2000 blijft AZ een vrije anonieme rol vertolken in de Eredivisie tot het jaar 2004. Vanaf dit jaar groeit de club uit tot een gerenommeerde club in Nederland, met vaste top drie-plekken na 2005 en dus boven Feyenoord dat, zoals eerder beschreven, door donkere jaren gaat. Hoewel er in 2008 een magere 11e plek wordt behaald, neemt de club revanche in het volgende seizoen door het tweede kampioenschap in de clubgeschiedenis te behalen, na 1981. Hand in hand gaat daarmee een fantastische jeugdopleiding waar spelers doorstromen die uitgroeien tot spelers met naam. Goede voorbeelden zijn Ron Vlaar, Jermain Lens, Ruud Vormer en Aron Gunnarsson. Bovendien werd er een nieuw stadion betrokken in 2006. Niets leek de status van ‘nieuwe’ topclub in de weg te staan, maar in 2009 was er wel het faillissement van DSB, dus ook de val van Dick Scheringa. Zou AZ ook mee gaan in de val?

Waar Feyenoord door een heel diep dal ging, was dit bij AZ niet het geval. Grote namen als Dembélé, El Hamdaoui en Mendes da Silva werden verkocht, maar Nederlandse jeugdinternationals als Benschop, Falkenburg en Viergever werden aangekocht. Tel erbij op dat enkel de salariskosten moesten worden verlaagd en dat leningen moesten worden afgelost. Toch is dat niet het belangrijkste waar de club van heeft geprofiteerd. Dat is de uitstekende jeugdopleiding geweest. Terwijl heel veel mensen loofden waar Feyenoord mee bezig was, namelijk een beter zicht op de jeugd verzekeren, is dit iets waar AZ al een ruimere tijd mee bezig was. Grote talenten zoals Adam Maher, Thom Haye, Derrick Luckassen en meer recent Thomas Ouwejan, Guus Til en Teun Koopmeinders stromen en stroomden makkelijk door naar het eerste elftal. De beste keuze is misschien wel het laten deelnemen van Jong AZ in de Eerste Divisie, in plaats van de deelname in een aparte competitie. Hierdoor krijg je als speler een snellere ontwikkeling, waardoor doorstroming naar het eerste makkelijker wordt. Dit ging en gaat veelal gepaard met sportief succes. Hoewel de KNVB-beker van 2013 de enige echte prijs is die de club heeft gehaald, samen met twee tweede plekken in datzelfde toernooi in 2017 en 2018, maakt AZ wel een redelijk stabiele top vijf-club in Nederland.

De conclusie die getrokken kan worden? Het lijkt erop dat Feyenoord veel op kortstondig succes bouwt, met alle risico’s van dien, zonder een échte focus op de jeugd. Alleen wanneer de club in financieel zwaar weer zit, lijkt de club terug te vallen op de jeugd, een nieuw trainingscomplex ten spijt. Want veel jongens maken wel hun debuut om vervolgens weer te verdwijnen, zonder echt langere tijd wedstrijden te hebben gespeeld. Bij AZ krijgen talenten de volledige ruimte om uit te groeien tot toppers, zij het op nationaal vlak, zij het als internationale topper. Maar vooral het vertrouwen in deze jongens en het spelen van wedstrijden zorgen voor een goede doorstroming naar het eerste. En dat geeft AZ natuurlijk niet het onmiddellijke succes dat zij zich zouden wensen. Bovendien heeft bouwen op langere termijn ook risico’s, maar er is een fundament. Dat is de voorsprong die AZ heeft op Feyenoord op dit moment.

Advertenties