Geef supporters een vinger en ze nemen een hele parking over. Dat komt ervan als je je stadion in een industriepark naast een snelweg bouwt. Tussen een supermarkt en een tuinbouwwinkel zien losers met vuurpijlen het potentieel voor alle mogelijke slagvelden uit hun wildste fantasieën. Die naam alleen al, ‘de Slag om Vlaanderen’, het doet terugdenken aan een tijd van ridders en jonkvrouwen, waar geweld een way of life was.
De Buffalo’s hebben nog maar eens bewezen dat zij het waard zijn om tot de meest gehate clubs van België te behoren. Niet alleen dat zielloze stadion – de Ghelamco-bokaal die amper gevuld raakt – niet alleen die naar aandacht hunkerende voorzitter, niet alleen die rotverwende middenklassers met hun bourgeois r-klanken uit godbetert Het Zuid, maar nu dus ook laffe hooligans. Ik begrijp dat het makkelijk is om te wijzen naar een collectief, maar het is makkelijker om te schuilen achter ‘criminele individuen’. Hoe kan je dat nog zeggen als je eigen spionkop een haatdragende spandoek uithangt al waren het hun vuile onderbroeken? Hoe kan je dat nog zeggen als diezelfde zwarthemden tijdens de wedstrijd tientallen vuurpijlen aansteken, waarvan er verschillende op een haar na hun eigen doelman missen?
Hoe kan je nog spreken van ‘supporters’ in een tijd waar week om week zinloos geweld plaatsvindt in stadions en voetballiefhebbers welwillend op vliegtuigen naar Qatar stappen? Supporter is een hol woord en de tranen van Kristof D’Haene zijn daar het summum van. Na een zoveelste nederlaag op het veld van Oostende eisten de meegereisde Kortrijkzanen uitleg van hun kapitein. De spelers werden dierlijk geprovoceerd. Enkel D’Haene was trots genoeg om bijna tegen het gezicht van een supporter te plakken, waarop hij in tranen naar binnen trok. ‘Kortrijk is alles voor mij’, reageerde hij gisteren. ‘Het lukt niet en dat doet pijn.’ Wie draagt de meeste pijn van Kortrijk: de kapitein die beseft dat het niet lukt of de supporter die de kapitein verrot scheldt?
Iedere fan die dat gedrag rechtvaardigt, omdat ‘hij veel geld betaalt om zo’n wanprestatie te zien’, moet zich schamen. Dan relativeer je het supporter-zijn tot een boekhouding als excuus voor iedere oprechte vorm van toewijding.