Buenos Aires leeft al dagen in een roes en dat stopt nooit meer. Dat hadden we moeten zien aankomen toen Gonzalo Montiel de beslissende penalty scoorde en ingetogen het logo op zijn shirt kuste. Hij dacht niet aan zichzelf, maar aan het land (en ook aan Messi, uiteraard). Dat beeld is de apotheose van het 36 jaar lange wachten van een voetbalgekke natie. De uitzinnige Argentijnse commentator haalde in zijn tranen alle overleden helden naar boven, die een voor een vanuit de hemel prezen: ‘Argentina campeon del mundo!’
Qatar blijkt vooral een metafoor voor realiteitszin. Infantino noemde de afgelopen wereldbeker ‘de beste ooit, op alle mogelijke vlakken’. De beste PR tegenwoordig is een eigen waarheid: zolang je die maar genoeg herhaalt, en met een brede lachbek op ieder podium staat, zal die waar zijn. Infantino zou alles doen om de bal opnieuw te zien rollen over het zand van de woestenij, dat mooie groene zand.
Maar de constante katers zijn voorbij. Achtenveertig uur na de finale wandelden we in een striemende regen richting het stadion van KV Mechelen voor een Croky Cup-spektakel tegen Seraing. De andere kant van die realiteitszin zegt dat het verschil tussen de gifbeker en chipsbeker groot is. Het veld was bijna onbespeelbaar, niemand kon op zijn poten blijven staan, lange ballen schoten door over de achterlijn en niemand kon dit hele schouwspel serieus nemen. Het enige wat ik onthoud, is de ondertussen al legendarische quote van een voetbalvriend: ‘De airconditioning staat hier zo hoog dat de condens naar beneden valt.’
Voetbal is poreus door haar eigen absurditeit. Meer dan vijfduizend Malinwa-supporters gingen van staren naar sensationele verlengingen op televisie naar hopen op geen verlengingen tegen Seraing op een gedoemde dinsdagavond. Wie zijn zij, wat drijft hen? Fanatisme? Kameraadschap? Verveling? Zij zijn met de herinnering aan Maradona en Luque de helden van vandaag.