Er is een generatie op komst die enkel SK Pepingen-Halle gekend zal hebben, maar voorlopig doet vooral KSK Halle een belletje rinkelen bij het brede publiek. Is het niet via vader en zoon Buelinckx, dan wel via pakweg Stéphane Demol, Alan Haydock of Werner Deraeve. Wie nóg ouder is, weet dat KSK Halle ruim een decennium geleden ontstond uit een fusie van Union Halloise (de liberalen) en RCS Hallois (de katholieken). Een van die twee clubs vond zijn oorsprong… in het huidige Wallonië. Door Fans Voor Fans ging op voetbaltoerisme rond de taalgrens, op zoek naar de Franstalige wortels van een van de ‘grootouders’ van het huidige SK Pepingen-Halle. Dat de club honderd jaar geleden een grens overstak die er destijds nog niet was, zou tijdens de hele trip een thema blijven.
Zaterdag 12 oktober. Uw twee dienaars van de dag spreken na de middag af in het station van Halle voor een (half) dagje groundhopping in grensgebied – wie Halle zegt, denkt al gauw ook aan Tubeke, en laat die in het voetbal net wat verder geraakt zijn dan de Vaantjesboeren. Ondergetekende heeft aan zijn compagnon, die kennelijk vol ongeduld was en had aangekondigd al iets na twaalven te zullen aankomen in Halle, beloofd om spoedig zijn aankomstuur te communiceren. Uiteindelijk zouden we elkaar pas om 13u40 ontmoeten in Halle. Ach, ik had Halle, in tegenstelling tot mijn compagnon, al meermaals bezocht. Eenmaal aan de gezinsplichten op zaterdagmorgen voldaan in Vilvoorde, was ondergetekende meteen op de trein naar Brussel gesprongen op weg naar Halle. Vilvoorde-Brussel-Halle in plaats van Brussel-Halle-Vilvoorde, of zoiets. Het doet me denken aan die keer dat mijn zus een vriendin in Nederland was gaan opzoeken, en dat haar ouders haar vroegen hoe het nu zat met BHV toen ze verteld had dat ze in Vilvoorde woonde. Mijn zus hoorde het in Keulen donderen…
Ik weet niet of ik het er zoveel beter vanaf zou hebben gebracht met mijn uitleg over BHV, maar ik ben er alleszins wel vrijwel zeker van dat we het desbetreffende gebied hebben verlaten tijdens onze wandeling. Op de trein naar Halle was ik alvast beginnen… opsplitsen. Met mijn vierkleurenbalpen begon ik linksboven wat informatie over Union Halloise neer te pennen. Geheel toevallig voor een van inslag liberale club, deed ik dat in het blauw. Rechts die van Cercle Sportif Hallois, in het groen – de kleur van het Algemeen Christelijk Vakverbond, hoe toevallig! Centraal daaronder ging ik in het zwart verder met het fusieresultaat van bovengenoemde clubs, KSK Halle.
Wist u trouwens dat fusieclubs KSK Halle en RWDM in hetzelfde jaar boven het doopvont werden gehouden, 1973 om precies te zijn? Terwijl RWDM – niet meer de oorspronkelijke versie weliswaar – dat gouden jubileum vierde met een promotie naar de Jupiler Pro League, zakte Pepingen-Halle in 2023 naar de Derde afdeling. Nog een weetje: RWDM en Pepingen-Halle hadden nog niet zo lang geleden een samenwerkingsverband, in het seizoen 2022/23 zelfs vijf spelers uit aan de club, waaronder Djovkar Doudaev, die vorig seizoen vijf wedstrijden in de Jupiler Pro League speelde. Er waren destijds zelfs concrete plannen om het eerste elftal van RWDM te laten trainen op Lamme Guiche, zoals Union Sint-Gillis dat al jaren doet in Lier. Lamme Guiche is de voormalige thuishaven van Cercle Halle, KSK Halle en SK Pepingen-Halle. Maar er kwam een kink in de kabel – het vertrek van Thierry Dailly zal daar zeker niet vreemd aan zijn. Hoe dan ook was er werk nodig geweest, want de drie jaren leegstand hadden hun sporen nagelaten, zo bewezen de foto’s van de Facebookpagina Brussels Groundhopper.


Zoals ook in het voetbal al vaak gebeurd is, waren de ogen van mijn compagnon en ik vooraf groter dan onze buik – enfin, de mijne, want ik was het die de route heb voorbereid. Én Lamme Guiche, én het naburige Stade Leburton van voormalig eersteklasser AFC Tubize, én het Proximus Basecamp van de voetbalbond in Tubize, én het dorpje Saintes aandoen, en dat allemaal te voet: dat gaat niet allemaal op één dag als je er zo laat aan begint. Wacht, hoor ik u denken, kun je dan dat dorpje Saintes niet schrappen? Dat heeft toch niets te maken met Pepingen-Halle of Tubize-Braine, thans clubs in respectievelijk Eerste provinciale en Eerste nationale ACFF? Toch wel, want Cercle Halle, een van de ‘ouders’ van het latere KSK Halle en bijgevolg een van de ‘grootouders’ van het huidige SK Pepingen-Halle, begon meer dan honderd jaar geleden als Union Sportive Saintoise, zo las ondergetekende op de Franstalige Wikipedia.
Als volbloed Wikipediaan weet ik als geen ander dat er al eens makkelijk een foutje kan sluipen in de online encyclopedie – de Nederlandstalige variant heeft het enkel in de resultatentabellen over Saintoise –, maar een snelle raadpleging in de kranten van destijds biedt uitsluitsel. Op 13 juni 1924 schreef het toenmalige dagblad Le Vingtième Siècle het volgende: “Dimanche, trois rencontres figurent au calendrier et verra aux prises: A Hal, l’U.S. Saintoise, qui est devenue le C.S. Hallois, recevra la fougeuse équipe du F.C. Leuven; ceux-ci sont favoris de cette rencontre.” Vrij vertaald is dat: “Op zondag staan er drie wedstrijden op de kalender: in Halle ontvangt US Saintoise, dat voortaan CS Hallois heet, het vurige team van FC Leuven, zij zijn favoriet in deze wedstrijd.” De naamswijziging moet niet lang daarvoor gebeurd zijn, want nauwelijks vijf dagen daarvoor had dezelfde krant het nog over een zaak voor het provinciaal comité van Brabant, die Excelsior SC twee punten toekende voor hun wedstrijd tegen Union Saintoise, dat niet-speelgerechtigde spelers had opgesteld. Dat had hoogstwaarschijnlijk betrekking op het seizoen 1923/24, toen beide clubs uitkwamen in Tweede provinciale Brabant, toen het vijfde niveau in het Belgisch voetbal.
Brabant, we zijn er gekomen. U zal later in deze alinea ontdekken dat de verhuis van Saintes naar Halle er slechts een van een paar kilometer geweest is… maar wel een van de ene provincie naar de andere. Althans, dat zou nu zo het geval geweest zijn, ware het niet dat Saintes – of Sint-Renelde, zo u wil – en Halle in 1924 nog allebei in dezelfde provincie lagen, namelijk de provincie Brabant. Pas op 1 januari 1995, toen KSK Halle in Tweede provinciale vertoefde, werd onze laatste taalgemengde provincie opgesplitst in de huidige provincies Vlaams- en Waals-Brabant. In eerdere tijden hadden we de verkiezingsaffiches van ex-Rode Duivel Walter Baseggio, afkomstig uit Tubeke’s deelgemeente Clabecq maar voor deze verkiezingen van oktober 2024 ook op de provinciale lijst geplaatst door de PS, dus mogelijk al eerder op onze 6,92 kilometer durende wandeltocht van het station van Halle naar het Stade René Kiermeer – zo heeft Strava het toch opgemeten – kunnen tegenkomen.



RAS Saintoise, de huidige voetbaltrots van Saintes – Sint-Renelde zullen we enkel in de naar de heilige Reinildis vernoemde kerk in het dorp uitspreken –, promoveerde vorig seizoen voor het eerst naar de hoogste provinciale reeks. Deze club heeft ongetwijfeld geen fluit meer te maken met het US Saintoise dat een eeuw geleden CS Hallois werd, maar toch hadden we dat Stade René Kiermeer eens vanbinnen gezien… al was het maar omdat Les Vert et Blanc het op verkiezingsdag opnemen tegen RFC Saint-Michel, een club uit Sint-Pieters-Woluwe waarvan ondergetekende de resultaten wekelijks opzoekt wegens een aanzienlijk deel van zijn jeugd nabij hun thuishaven doorgebracht. Omdat we in Tongeren ooit omsingeld werden door de politie toen we ons toegang hadden verschaft tot de restanten van het stadion van Cercle Tongeren zaliger – allicht hadden verschillende vandalen het ons voorgedaan –, besloten we in het nog steeds operationale stadion van Saintes braafjes het eerste het beste telefoonnummer van de club in te toetsen dat we online konden vinden.
“Ik denk niet dat er vandaag wedstrijden zijn… ziet u niemand op het veld? Is er niemand aan het trainen?”, vraagt de man aan de andere kant van de lijn ons. “Als het hek gesloten is, zijn we vandaag jammer genoeg gesloten.” Onze gesprekspartner, die we aan zijn stem te horen in de categorie ‘vijftiger of zestiger’ durven mikken, moet de gerechtelijke correspondent van de club zijn. Misschien was hij wel op de hoogte van de toevallige aanwezigheid van de ene of de andere goede ziel die met plezier de stadionpoort voor ons had geopend? Helaas. De man biedt ons evenwel nog een potentiële levenslijn.
“U ziet vast dat ze tegenover ons stadion aan het werk zijn voor de aanleg van een synthetische veld. Als we een weekend vrij hebben, maken we daar natuurlijk gretig gebruik van. Het wordt geen nieuw stadion, maar een extra veld voor de jeugd. De eerste ploeg blijft voetballen in het huidige stadion, dat weliswaar ook een opknapbeurt krijgt. Voor de jeugd is het natuurlijk beter om op een kunstgrasveld te spelen.” Als de man erop gegokt had dat een van de werkmannen ons toegang tot het stadion zou verschaffen, zat hij ernaast.


We staren ons dan maar blind op de voorgevel, waar we onderaan het clublogo het jaar ‘1920’ zien gedrukt. Zou dat kunnen kloppen als oprichtingsjaar, gezien het CS Hallois-verhaal? Een eerste blik op de pagina van RAS Saintoise op de doorgaans zeer gedetailleerde website Extreme Football Tourism biedt geen uitsluitsel: na de verhuis van US Saintoise naar Halle zou er nog een andere AS Saintoise geweest zijn, stamnummer 6158 zou volgens de website pas in 1958 zijn opgericht. Onder de graafmachines beginnen zoeken naar sporen uit het zwartwittijdperk heeft geen zin, want nog volgens Extreme Football Tourism speelt de huidige eersteprovincialer pas sinds 1988 in de Rue du Radoux. Dat kan kloppen met wat onze correspondent aan de telefoon heeft gezegd.
“Ik ben er toch al minstens 25 jaar bij, ik schat dat Saintoise nu zo’n 35 jaar op z’n huidige locatie speelt”. Op een jaar na correct. “De club heeft weliswaar zijn eerste stappen gezet in de Chaussée d’Hondzocht, op een klein veldje aan de zijkant.” Tiens, het gehucht Hondzocht zijn we tegengekomen tijdens onze wandeling op de Edingensesteenweg die in Vlaanderen begon en in Wallonië eindigde, inclusief het gedenkteken voor de Vrede van Hondzocht – op 3 september 1944 werd Halle als eerste Vlaamse stad bevrijd van de Duitse bezetter. De Chausée d’Hondzocht, dat is kennelijk nog iets anders. “Iemand die u daar meer over zou kunnen vertellen, is voorzitter Daniel Eeckhout. U bent hem vast al tegengekomen op de verkiezingsaffiches in de straten.” We hadden toch vooral Walter Baseggio herkend.


Had ondergetekende het iets hoger over ogen en buik… Nog voordat het in mij is opgekomen om het telefoonnummer van voorzitter Eeckhout op te zoeken op internet, stelt mijn compagnon voor om het rustige dorpje verder te verkennen. Een mooi kerkje, moet zeker kunnen, als er maar een café in de buurt staat. Gelukkig is dat in België vaak het geval. Voor u denkt dat het mijn compagnon om de drank te doen is: het is al straf dat hij ditmaal eens een Hoegaarden Rosée bestelt, meestal is het cola. Daartegenover plaatst waardin Jeannine een Mystic – symbolisch, gezien ik lang nog niet alle antwoorden heb gevonden op mijn vragen over de transfiguratie van US Saintoise in CS Hallois. Hoewel de Ronde van Lombardije opstaat en de dominantie van Tadej Pogačar gretig gevolgd wordt door enkele kroeggasten, heb ik niet het gevoel dat ik in dit café, hoe gezellig ook – naast de klassieke speelmachine en pooltafel zien we tegen bruinbakstenen interieur een kunstwerk hangen dat voor een vliegtuigpropeller moet doorgaan en een zwartwitfoto van iemand die we met wat hulp identificeren als Gone With the Wind-acteur Clark Gable –, veel wijzer zullen worden wat betreft US Saintoise.
Eerder dan de waardin te vragen of er een historische link hangt aan die propeller – pas na ons vertrek zou ik lezen dat Gable zijn derde vrouw tijdens de Tweede Wereldoorlog verloor bij een vliegtuigcrash en de Amerikaanse acteur nadien bij de luchtmacht diende –, wijs ik na de betaling van onze pintjes aan de toog naar het beeldje van heilige Reinildis dat plechtig in een nis in de muur is neergezet. Iedereen in Saintes heeft thuis zo’n beeldje staan, vertrouwt Jeannine ons toe. Een straffe madam, die Reinildis: niet alleen de naburige Sint-Reinildiskerk, maar zelfs de Nederlandstalige naam van het dorp is naar haar vernoemd. Geen dorpeling die niet zal weten dat ze in de zevende eeuw een leven van gebed en barmhartigheid leidde in Saintes, nadat ze als afstammelinge van een edele familie grote eigendommen in het dorp had geschonken aan de abdij van Lobbes, en dat aan haar leven een einde kwam door barbaren die Saintes waren binnengevallen. Het hele dorp was gevlucht, behalve de biddende Reneldis en haar dienaren Grimoald en Gonduphe. Toen het geweld voorbij was en de dorpelingen terugkwamen, vonden ze de lijken, die ze vervolgens met veel eer begroeven.
Met wat fantasie hadden we kunnen stellen dat de gemeente Tubeke honderd jaar geleden ook gedeeltelijk onthoofd werd door de verhuis van het latere stamnummer 120 naar Halle… ware het niet dat Saintes in die tijd nog geen deelgemeente was van Tubeke – de fusiegolf van 1977, weet u wel. Jeannine heeft het daar nog steeds moeilijk mee. “Saintes, dat is Saintes, en Tubeke is Tubeke”, zegt ze overtuigd. Gelukkig dachten les Saintois er in 1924 niet zo over, of Halle had misschien nooit een ploeg op het tweede niveau gehad: Cercle Halle speelde tussen 1941 en 1947 vier seizoenen in de toenmalige Eerste Afdeling, terwijl Union Halle nooit hoger dan het derde niveau speelde. Het plafond van KSK Halle, dat in 2017 z’n stamnummer 87 opgaf om als SK Pepingen-Halle verder te gaan, wist dan weer nooit de barrière van Vierde klasse te doorbreken.
Ik zal in dit charmante dorp eerder getuigenissen vinden van mensen die de ravage van de barbaren omstreeks 700 aanschouwden, dan mensen die me kunnen vertellen wat de motieven waren van de bestuurders uit 1924 om hun Saintes achter te laten om in ‘de grote stad’ te gaan voetballen. Een gebrek aan een geschikt veld, zoals op de Franstalige Wikipedia staat? Of is er meer gebeurd? Na het bezoek aan het Stade Leburton, waar eveneens geen levende ziel te bespeuren is maar waar de Tubekenaren op verkiezingsdag kennelijk kunnen komen stemmen, bedenk ik me bij een spotgoedkope doch oerdegelijke pizza in de Pulcinella – mede dankzij die portie pompoensoep van het huis in een shotglas erbij speelt dit restaurant qua prijs-kwaliteitverhouding op Champions League-niveau – dat ik die meneer Eeckhout écht eens moet opbellen. Ik ga het evenwel voor na de verkiezingsuitslag houden.
