Van een geslaagde entree gesproken: Oumar Diouf, die deze winter de overstap maakte van RFC de Liège naar STVV, viel zaterdag tegen RAAL La Louvière in de 88e minuut in bij een 1-1-tussenstand en scoorde een minuut later het winnende doelpunt voor zijn nieuwe club. Het is niet de eerste keer dat de Truienaars met succes gingen shoppen op Rocourt.


Vincent Vilenne (1985)
Met Vincent Vilenne zwaaide RFC de Liège in 1985, dat onder Robert Waseige pas derde was geworden in Eerste klasse, een kind van het huis uit. Vilenne had zich destijds op achtjarige leeftijd aangesloten bij de club, zo vertelde hij in maart 2015 aan de Franstalige krant La Meuse. Hij stroomde door naar het eerste elftal van de club, maar mede door blessureleed slaagde hij er niet in om een vaste plaats te verkrijgen in het elftal van Waseige. “Ik werd driemaal geopereerd wegens spierproblemen die ontstaan waren uit de opeenvolging van spierblessures”, duidde Vilenne in dezelfde krant. In 1985 tekende hij op z’n 20e voor tweedeklasser STVV, waar hij eveneens geremd werd door blessures. Vilenne maakte de promotie in 1987 nog mee, maar in 1988 zakte hij af naar vierdeklasser KAS Eupen. Vilenne zette uiteindelijk al heel vroeg een punt achter zijn spelerscarrière. en ging later een heel andere weg op: de oud-middenvelder ging aan de slag in de diervoedersector en bekleedde later leidinggevende functies bij firma’s als L’Oréal, Nutricia, Novartis en Omega Pharma.

Gaëtan Englebert (1997)
Bij deze nog wat munitie voor wie eestdaags nog eens aan de klaagbel trekt over de beperkte aandacht van de media voor het tweede niveau: er was een tijd dat Panini een revelatie van het seizoen aanduidde voor Eerste én Tweede klasse. In mei 1997 stonden respectievelijk Emile Mpenza (Excelsior Moeskroen) en Cédric Roussel (La Louvière) op het hoogste schavotje. Op de tweede plaats: Mbo Mpenza (Excelsior Moeskroen) en Gaëtan Englebert (RTFCL). Royal Tilleur FC de Liège, het is een mond vol, maar dat is hoe de club tussen 1995 en 2000 heette als gevolg van de opslorping van Royal FC Tilleur – Saint-Nicolas na de (voorlopig definitieve) degradatie uit Eerste klasse.

Englebert groeide op in Villers-l’Évêque, een deelgemeente van Awans, op zo’n kwartier rijden van Rocourt. Net als Vilenne sloot hij zich al op jonge leeftijd aan bij RFC de Liège. In het seizoen 1995/96 maakte hij zijn officiële debuut voor het stamnummer vier, dat dat seizoen de titel pakte in… Derde klasse – de club degradeerde in één ruk van het eerste naar het derde niveau. In de Beker van België deden de Luikenaars dat seizoen ook nog een beetje mee met de grote jongens: in de achtste finale ging eersteklasser RWDM voor de bijl, een ronde later had Club Brugge verlengingen nodig om Englebert en co uit te schakelen. De 19-jarige Englebert kwam die avond met Gert Verheyen, Dany Verlinden, Sven Vermant en Tjörven De Brul jongens tegen met wie hij later jarenlang de kleedkamer zou delen in het Jan Breydelstadion.

Maar eerst was er natuurlijk STVV. Englebert, die zich ook in Tweede klasse prima staande wist te houden, kon volgens een artikel van Het Nieuwsblad uit februari 1999 al in 1996 rekenen op interesse van de Truienaars. Het is evenwel pas een jaar later dat Freddy Luyckx hem binnenloodste op Staaien, ondanks vermeende concurrentie van Charleroi SC. “De sfeer in Sint-Truiden sprak me aan”, liet Englebert in datzelfde Nieuwsblad-artikel optekenen. “Al keek ik aanvankelijk wel op van de speelstijl. Al die lange ballen vooruit: dat was ik niet gewoon. Er werden veranderingen aangebracht. Onder Poll Peters zochten we steeds meer voetballendeoplossingen. Onze trainer dringt aan op vlotte balcirculatie.”

Al gauw was Englebert ook niet meer weg te denken bij STVV. De interesse bleef niet uit, en in de zomer van 1999 haalde Club Brugge hem in huis. Er werd destijds veel gesproken over ‘de opvolger van Franky Van der Elst’ – die hing dat jaar zijn voetbalschoenen aan de haak –, maar Englebert liet er zich niet door destabilseren en groeide uit tot een gewaardeerde pion in de kampioenenploeg van Trond Sollied. In 2001 debuteerde hij als Rode Duivel onder Robert Waseige, de man die Rocourt als trainer verschillende Europese successen had geschonken, soms met de jonge Englebert als ballenraper.

Na acht seizoenen bij Club Brugge droeg Englebert nog het shirt van Tours FC (2008-2010), FC Metz (2010-2011) en KVV Coxyde (2011-2012), om vervolgens zijn grote terugkeer bij RFC de Liège te vieren. De negenvoudige Rode Duivel begon er als sportief verantwoordelijke voor de jeugdopleiding, alvorens in januari 2013 sportief directeur te worden en er in maart 2022 de functie van hoofdtrainer bij te nemen. In het seizoen 2021/22 greep hij nipt naast promotie naar Eerste klasse B – ten voordele van FCV Dender EH –, om vervolgens een jaar later de deur naar het tweede niveau open te breken, dertien jaar na de degradatie in 2010. Onder zijn leiding houden Les Sang et Marine zich prima staande in de Challenger Pro League… en spelen er zich met spelers à la Adriano Bertaccini en Oumar Diouf al eens leuke spelers in de kijker.

Jean-François Lecomte (1997)
Er zijn van die doelmannen die bovenal de geschiedenisboeken ingaan als doublure. Of een doelman die geuzennaam al dan niet volledig verdient, is vaak voor interpretatie vatbaar. Zo ook bij Jean-François Lecomte, die meer dan honderd officiële wedstrijden voor de club speelde. Robert Waseige gunde de doelman in het seizoen 1990/91 kort voor z’n 22e verjaardag z’n eerste basisplaats. Lecomte zou in de zes daaropvolgende seizoenen ook steeds ingezet worden, maar op het seizoen 1993/94 na was-ie nooit echt incontournable bij de vijfvoudige landskampioen. Enfin, dat was hij bij STVV (zeven officiële wedstrijden tussen 1997 en 1999) en Sporting Charleroi (21 officiële wedstrijden tussen 1999 en 2001), laat staan bij La Louvière, waar hij ook een tijdje als keeperstrainer actief was. Waren het bij STVV Dušan Belić en later Robert Volk die hem blokkeerden, dan heette zijn voornaamste concurrent bij Charleroi Istvan Dudas – en dan kwam ook de jonge Olivier Renard nog piepen. In het Tivolistadion slaagde enkel Ola Tidman (2001/02) en Jan Van Steenberghe (2002/03) erin om toenmalig supertalent Silvio Proto minuten te ontfutselen.

Lecomte speelde na zijn vertrek bij La Louvière nog voor RCS Verviers en Union La Calamine, later maakte hij nog carrière als keeperstrainer – die passage in het Tivolistadion was dan toch niet helemaal voor niets geweest. Van 2008 tot 2010 vervulde hij deze functie bij Standard Luik. Bij de herenploeg van Standard welteverstaan, want de damestak van de club nam hij pas later onder handen – van 2013 tot 2016. In het spoor van Patrick Wachel werd hij later ook keeperstrainer van de damesploeg van RSC Anderlecht. Lecomte opende ooit een doelmannenacademie, maar die sloot inmiddels de deuren.

Adriano Bertaccini (2024)
Jean-François Lecomte, volgens de meeste bronnen geboren in Huy, beschouwen we nog als een Luikenaar. Adriano Bertaccini valt uiteraard niet onder die noemer: de zoon van ex-aanvaller Toni Bertaccini werd geboren en getogen in Charleroi, waar hij als kind de kleuren van Sporting Charleroi droeg. Op zijn tiende trok hij samen met zijn tweeënhalf jaar oudere broer Paolino naar Luik – niet om voor RFC de Liège te voetballen, wel voor Standard. Van daaruit ging het naar Club Brugge en nog later naar KRC Genk, waar Paolino doorstroomde naar het eerste elftal maar Adriano pas als huurspeler bij KMSK Deinze zijn eerste minuten in het profvoetbal versierde. Dat was toen nog in Eerste klasse amateurs, een reeks waarin hij later zou ontploffen in het shirt van Thes Sport… maar niet alvorens een ommetje te maken bij de Oostenrijkse tweedeklasser SC Austria Lustenau.

In de zomer van 2023 haalde RFC de Liège de Henegouwer, die in augustus zijn 23e verjaardag vierde, naar Rocourt. Bertaccini was geen onbekende voor de neo-tweedeklasser: op de openingsspeeldag van het seizoen 2022/23 had hij de netten doen trillen tegen de Luikenaars. Die ambacht nam hij gewoon mee naar Eerste klasse B. Op de openingsspeeldag hield hij zich nog in tegen Dender, om vervolgens in de zes daaropvolgende competitiewedstrijden te scoren. Op de vijfde speeldag scoorde hij zelfs tweemaal in de 3-1-zege tegen Club NXT, waardoor zijn teller na zeven speeldagen op zeven goals stond. Mede dankzij de goals van Bertaccini kenden de Luikenaars verliep het eerste seizoen in het profvoetbal sinds lang vrij rustig, zonder degradatiezorgen. RFC de Liège kon weliswaar slechts een half seizoen op de diensten van Bertaccini rekenen, want na een half seizoen haalde STVV de toenmalige topschutter van de Challenger Pro League – elf goals in zeventien competitiewedstrijden – naar de Jupiler Pro League.

In zijn eerste halve seizoen bij STVV moest Bertaccini zich in de reguliere competitie tevreden stellen met drie invalbeurten. In de Europe Play-offs puurde hij vier goals uit vijf basisplaatsen en vijf invalbeurten. Allemaal klein bier in vergelijking met het seizoen 2024/25, waarin hij zich met 21 doelpunten tot medetopschutter van de Jupiler Pro League kroonde, samen met Genk-spits Tolu Arokodare. Opmerkelijk: terwijl Arokodare zijn vier laatste competitiegoals in de Champions Play-offs scoorde, kruiste Bertaccini zijn vijf laatste vakjes twee verdiepingen lager af – in de Relegation Play-offs, u begrijpt. Dat schrok RSC Anderlecht weliswaar niet af om in augustus 2025 zo’n vijf miljoen euro neer te tellen voor de aanvaller.

Ryan Merlen (2025)
Geboren in Lens en helemaal in de ban van het voetbal… dan is de kans groot dat je fan bent van Les Sang et Or. Dat is effectief het geval bij Ryan Merlen , die zijn eerste voetbalschoenen aantrok bij ASM Lensoise maar al gauw werd opgepikt door gemeentegenoot RC Lens. Merlen werd verliefd op de club en ondertekende er op z’n zeventiende zijn eerste profcontract. Een jaar later stroomde hij door naar het beloftenelftal van de club in de Championnat National 2, maar helaas voor hem spreken we dan van het seizoen 2020/21, dat in oktober 2020 werd stopgezet vanwege de coronapandemie. Een jaar later wist Merlen weliswaar toch een vaste stek te vergaren bij het B-elftal van zijn grote favoriet.

Om door te breken als profvoetballer besloot Merlen in de zomer van 2022 een ander pad te bewandelen. Zijn volgende club werd RFC de Liège, dat toen nog uitkwam in Eerste nationale. Dat was het plan niet, maar de Luikenaars hadden de promotie een paar maanden eerder aan hun neus zien voorbijgaan, ten voordele van FCV Dender EH. De jongens van Gaëtan Englebert bleven evenwel niet bij de pakken zitten en verzekerden zich in 2023 dan maar van een terugkeer naar het profniveau. Tot die ploeg behoort zeker ook Merlen, die een vaste waarde was op het derde niveau en zich ook perfect staande hield op het tweede niveau. In het seizoen 2024/25 ontpopte hij zich met zijn acht goals en vier assists zelfs tot een van de smaakmakers van de club én de Challenger Pro League. De supporters van Les Sang et Marine gaven hem alvast een mooie blijk van erkenning door hem in mei 2025 uit te roepen tot Speler van het Jaar.

Merlen wekte de interesse van verschillende Belgische eersteklassers, gaande van KV Mechelen over Sporting Charleroi tot zelfs Standard. En natuurlijk ook STVV, dat hem in juni 2025 effectief wist binnen te halen. Wouter Vrancken gebruikte de box-to-box-middenvelder aanvankelijk enkel als invaller, maar op 18 januari van dit jaar kreeg Merlen dan toch zijn eerste basisplaats bij de Kanaries.

Oumar Diouf (2026)
Oumar Diouf groeide op in Senegal, waar hij zijn eerste voetbalstappen zette bij de École de football Kalèle in Ziguinchor om vervolgens opgepikt te worden door de Académie Foot Darou Salam. Van daaruit begon een merkwaardige tocht in Europa. Diouf zette in december 2022 voor het eerst zijn koffers neer, zo bleek uit een recent interview van Het Belang van Limburg met de Senegalees, voor testperiodes bij KV Mechelen en nadien ook SK Beveren. Diouf kon nergens een contract versieren, waarna hij in de zomer van 2023 neerstreek bij de Turkse neo-eersteklasser Rizespor. De aanvaller zat al snel aan drie competitiewedstrijden in de Süper Lig, maar een enkelblessure later kreeg hij te horen dat hij maar beter kon vertrekken. Diouf slaagde er niet in om tijdig een nieuwe werkgever te vinden, waardoor hij in Noord-Cyprus moest gaan voetballen – een competitie die niet erkend wordt door de UEFA of FIFA.

Diouf vond bij Genclik Gücu vlot de weg naar doel, waarna hij vorig jaar… als testspeler bij RFC de Liège belandde. Ditmaal raakte hij wél binnen in België, met het gekende gevolg. De Senegalees vond op Rocourt vlot de weg naar doel en werd na een bevredigend eerste halve seizoen – acht goals in achttien competitiewedstrijden – aangekocht door seizoensrevelatie STVV. Daar raakte hij net op tijd speelgerechtigd voor de competitiewedstrijd tegen RAAL La Louvière op 24 januari. Diouf viel in de 88e minuut in bij een 1-1-tussenstand en scoorde nog geen minuut later het winnende doelpunt voor zijn nieuwe werkgever. Of hoe Peter Delorge, huidig teammanager en als speler goed voor zo’n 450 officiële wedstrijden voor STVV, nog altijd de perfecte assist kan geven.