Toen hij op 1 december 2011 op z’n 85e overleed, was Hypoliet van den Bosch de laatste overlever van de allereerste kampioenenploeg van Anderlecht, in 1947. Zijn beste periode bij paars-wit kende hij weliswaar pas na zijn ommetje bij White Star, het leverde hem als late twintiger nog een WK-selectie op. Ook nadat hij zijn schoenen aan de wilgen hing was hij nog belangrijk voor Anderlecht, allicht nog meer als jeugdtrainer dan toen hij depanneerde bij de hoofdmacht. Met zijn zoon Roland van den Bosch (72) fietsen we doorheen de carrière en het leven van Poliet, die vandaag honderd jaar geworden zou zijn.

“Weet ge wat gij zijt, Dorothea?”
Neje, Hypoliet, maar ik weet wel wat gij zijt, een grote muil en verder niks.”

FC De Kampioenen-fans zullen de echtelijke ruzie tussen Doortje en Pico Coppens blindelings kunnen situeren: seizoen 1, aflevering 5. De paspoortnaam van Doortje werd in latere seizoenen nog meermaals bovengehaald, de naam ‘Hypoliet’ is nooit meer genoemd in de serie. In het najaar van 2018 voegde een anonieme Wikipedia-gebruiker aan de pagina van Pico Coppens toe dat de naam van het personage van de donderdagochtend overleden acteur Walter Michiels een samensmelting van Rik Coppens (nationaal topschutter in de seizoenen 1952/53 en 1954/55) en Hypoliet van den Bosch (topschutter in het seizoen daartussen) zou zijn. Bij die stelling heeft weliswaar nooit een bron gestaan, maar niets is onmogelijk. Anderzijds zou het niet de eerste kwakkel over Hypoliet van den Bosch zijn die online staat – later meer daarover.

Van den Bosch haalde niet per se de geschiedenisboeken van Anderlecht omwille van die topschutterstitel, wel om de blijvende stempel die hij heeft nagelaten op lange termijn. Toen hij op 30 april 1926 het levenslicht zag in Laken, was SC Anderlechtois nog een liftploeg die schipperde tussen het eerste en het tweede niveau. Degradatie in 1926, promotie in 1927, degradatie in 1928, promotie in 1929: het was niet per se omwille van de grandeur van de club dat Van den Bosch zich destijds aansloot bij de club uit de gemeente waar hij zich als kind installeerde en waar hij altijd zou blijven wonen. Anderhalf jaar voor zijn dood vertrouwde hij Bruzz toe dat de club hem met schoolkameraden zag voetballen en dat de jonge Hypoliet achteloos een papier ondertekende dat hem aan de club verbond, zonder toestemming van zijn ouders. Dat zijn vader volgens de legende een Anderlecht-supporter was, zal zeker geholpen hebben om de kwestie te laten passeren.

In het seizoen 1943/44, in volle oorlogstijd, maakte Van den Bosch op zijn zeventiende zijn officiële debuut voor het eerste elftal van Anderlecht. Op 27 februari 1944 deed hij voor het eerst de netten trillen tegen Cercle Brugge, waar veertienvoudig international Robert Braet toen in doel stond. Scoren was in zijn beginperiode bij de hoofdmacht van Anderlecht nog niet zijn specialiteit: Van den Bosch speelde destijds eerder in het midden. Dat liet hij, zo schreef de club in 2020 op zijn clubwebsite, “draaien dat het een lieve lust was”. De doelpuntenproductie werd in die dagen voornamelijk verzorgd door Jef Mermans, die zich in 1947, 1948 en 1950 tot topschutter van de competitie kroonde. Mede dankzij de vele goals van de Bombardier kroonde paars-wit zich in 1947 voor het eerst tot landskampioen, ondanks het feit dat het niet echt favoriet was.

Mermans was met zijn 38 goals hét gezicht van de landstitel van 1947, maar met 18 goals droeg Van den Bosch – die bij zijn overlijden in 2011 de laatste overlever was van die historische kampioenenploeg – toch ook een aardig steentje bij. Dat hij in de titelwedstrijd tegen Lyra niet had mogen meespelen, hoewel hij niet geblesseerd was, heeft er bij Van den Bosch lelijk ingehakt. Mogelijk was dat een eerste aanleiding naar zijn exit in 1948, en anders wel de spanningen met Mermans, die zich als sterspeler iets meer kon veroorloven dan de rest. “Dat er spanningen geweest zijn tussen Mermans en mijn vader is klaar en duidelijk, maar ja, je weet hoe dat gaat hè, in een voetbalploeg. Zolang ze samen kunnen functioneren, lukt dat, hè, vertelt zoon Roland aan Door Fans Voor Fans. “Als zoon heb ik hem altijd als schitterende mens ervaren, maar het was gene gemakkelijke als speler en als trainer – da’s het karakter van een mens, hè. Ach, ik denk dat ze het uiteindelijk wel met elkaar konden vinden. Ze hebben later ook samengespeeld bij de nationale ploeg. Uiteindelijk waren Arie Haan en Robbie Rensenbrink ook niet de grootste vrienden van de wereld, maar samen konden ze wel goed voetballen.”

Comeback als diepe spits

In hoeverre de spanningen met Mermans uiteindelijk hebben bijgedragen aan de transfer van Van den Bosch naar gewestgenoot White Star AC in 1948, zullen we nooit weten, maar Van den Bosch maakte wel deel uit van een ruiloperatie met Arsène Vaillant, de latere sportcommentator. De club uit Sint-Lambrechts-Woluwe, die later opging in Racing White – en niet te verwarren valt met de latere club van Felice Mazzu en John Bico –, speelde op dat moment in Tweede klasse. Later volgde een terugkeer langs de grote poort, lang voordat mannen als Juan Lozano, Enzo Scifo, Bertrand Crasson, Pär Zetterberg of Vincent Kompany terug naar het Astridpark gehaald werden. Van den Bosch werd in zijn tweede periode bij Anderlecht wat dieper uitgespeeld, en Mermans wat meer naar achteren. Dat kwam de doelpuntenproductie van Poliet zeker ten goede en leverde hem in het seizoen 1953/54 zowaar de topschutterstitel op. Dat seizoen maakt hij op 22 november in Zwitserland zijn interlanddebuut voor België, hoewel hij ook voor Nederland had kunnen kiezen – de kleine v in de familienaam komt wel degelijk door Nederlandse roots, bevestigt zoon Roland.

In juni 1954 is hij een van de geselecteerden voor het wereldkampioenschap in datzelfde Zwitserland. De historische 4-4 tegen Engeland maakt Poliet vanop de bank mee, bij de 4-1-nederlaag tegen Italië drie dagen later is hij wél van de partij. Opgemerkt dient te worden dat de Belgen die tweede WK-wedstrijd in Lugano, niet ver van de Italiaanse grens, dienden af te werken… Hoe dan ook, de terugkeer naar Anderlecht heeft hem op z’n 28e dus nog een WK opgeleverd. Van den Bosch klokte door de loodzware concurrentie af op ‘slechts’ acht A-caps, waarin hij twee keer scoorde: de eerste keer bij zijn debuut tegen Zwitserland, vervolgens ook op Kerstdag 1955 tegen Frankrijk. Die laatste goal – een corner van Jef Jurion die hij buiten de backlijn overnam in volley – noemde hij later zijn mooiste doelpunt ooit.

Europese beginjaren

Uit zichzelf heeft Van den Bosch in familiekring nooit veel over zijn WK-avonturen verteld, getuigt zoon Roland, die op dat moment nog geen jaar oud was. Over weinig van zijn voetbalavonturen, zo blijkt. “Wij spraken thuis heel weinig over voetbal. Over zijn eigen carrière heeft mijn vader niet al te veel gesproken. Ik kwam als kind wel veel met foto’s, albums en artikels naar voren, maar voor hem was dat vanaf een bepaald moment verleden tijd. Als ik ergens iets over wilde horen, dan moest ik het zelf gaan halen.” Het hield Roland niet tegen om zelf een mooie carrière in het voetbal uit te bouwen – later meer daarover.

Van den Bosch bleef tot 1958 voor Anderlecht voetballen, nog net genoeg om de allereerste Europacup I-campagne mee te maken in het seizoen 1955/56. Het is zonde dat er in de ‘piekseizoenen’ van Poliet nog geen officiële UEFA-competities werden georganiseerd, of hij had ongetwijfeld hoger gestaan op de huidige Europese topschutterslijst van Anderlecht. In de allereerste Europese wedstrijd van Anderlecht, tegen Budapesti Vörös Lobogó op 7 september 1955 scoorde hij twee van de drie doelpunten die paars-wit in Hongarije scoorde. De allereerste Europese goal ooit van een Belgische club werd evenwel niet door hem gescoord, die eer is weggelegd aan René Vanderwilt. De 6-3-nederlaag in Hongarije werd gevolgd door een 1-4-nederlaag in eigen huis, ondanks een derde Europese goal van Van den Bosch.

Vóór de intrede van Europacup I stond er weliswaar geregeld een prestigieuze oefenwedstrijd op het programma: in de prestigieuze 2-3-oefenzege tegen Arsenal in oktober 1953 – voor het eerst in negentien jaar kwam er nog eens een buitenlandse club winnen op Highbury – speelde Poliet een hoofdrol, en ook de oefenpot tegen toenmalig wereldmacht Racing Club Buenos AIres in maart 1954 was historisch in de zin dat het de eerste wedstrijd op Belgische bodem werd met kunstmatige verlichting. Ter illustratie: Manchester United diende Anderlecht in de Europacup I 1956/57 een 10-0-nederlaag toe, maar deed dat op het veld van stadsgenoot Manchester City omdat United op dat moment nog niet over stadionverlichting beschikte.

Aalst en Izegem

Op z’n 32e zakte Van den Bosch af naar Eendracht Aalst, dat toen in Tweede klasse speelde maar in 1960 weer naar het hoogste niveau promoveerde. “Aan die periode heb ik nog wel wat herinneringen”, vertelt zoon Roland aan DFVF. “Wat me het meest is bijgebleven, is een wedstrijd tegen Anderlecht. Bij een 0-0-stand kreeg Aalst een strafschop, die mijn vader gemist heeft. Hij miste normaal gezien zo goed als nooit een strafschop, maar net op dat moment… Er zijn mensen die stelden dat hij dat met opzet heeft gedaan omdat hij een Anderlecht-man was, en dat heeft toch wel het begin van het einde bij Eendracht Aalst ingeluid – dat is nog moeilijk goed gekomen. Ik ga hem niet beter voorstellen omdat hij mijn vader was, maar had hij hem binnen kunnen trappen, dan had hij dat gedaan, dat is een certitude.”

Er volgde nog een last dance bij KFC Izegem, een West-Vlaamse club die in 2017 opging in het huidige Mandel United. Hoe is Van den Bosch daar in godsnaam beland, in de wetenschap dat hij naast voetballer destijds ook bankier was, een job die hij tot aan zijn pensioen heeft volgehouden? Ook zoon Roland heeft er het raden naar. “Lang heeft dat niet geduurd. Er zijn al snel betalingsproblemen opgedoken bij Izegem, na pakweg vier maanden is hij daar niet meer naartoe geweest. Daarna is hij gestopt met voetballen en kort daarop is hij trainer geworden bij Anderlecht. Hoe hij als Brusselaar in West-Vlaanderen beland is? Hij heeft nooit over cijfers gesproken met mij, maar als je op een bepaalde leeftijd nog een mooie aanbieding krijgt… Ik heb me altijd die vraag gesteld. Van Brussel naar Izegem, je moet er maar naartoe rijden na je dagtaak bij de bank, vier trainingen per week en dan de wedstrijd. Maar als er beloftes gemaakt zijn die achteraf niet nagekomen zijn… mijn vader zijn karakter kennende, dat zal niet lang geduurd hebben.”

Anderlecht-DNA

Ondanks de pijnlijke exit in het begin van het decennium was Van den Bosch in het seizoen 1969/70 trainer van Eendracht Aalst, in die dagen aan de slag in Derde klasse. De Brusselaar zou evenwel pas weer hoge gooien bij Anderlecht, waar hij als jeugdtrainer aan de slag was toen hij in maart 1971 werd opgetrommeld om over te nemen na het ontslag van Pierre Sinibaldi. Op 27 maart 1971 gunde Van den Bosch de toen achttienjarige Hugo Broos zijn profdebuut – al gaf die later in zijn biografie toe dat hij het maar niets vond om in te vallen. Drie weken later kon Standard zich mits een zege tegen Anderlecht van zijn derde opeenvolgende landstitel verzekeren, maar met Broos voor het eerst in de basis won Anderlecht met 1-3 in Luik, waardoor de Rouches pas later de titel kon pakken.

Standard, het is een mooi brugje naar de bekerfinale van 1973. Na anderhalf seizoen onder leiding van de autoritaire Georg Kessler, die in december 1972 werd weggestemd door de spelers, stond Poliet zowaar een half seizoen aan het hoofd van de club. In de competitie leidde dat tot een teleurstellende zesde plaats in het eindklassement – pas in het seizoen 2018/19 zou Anderlecht nog eens zo laag eindigen –, maar op 27 mei 1973 pakte paars-wit wel de volle buit in de bekerfinale tegen Standard, een heruitgave van de editie daarvoor die veel meer in het geheugen bleef hangen: is het niet door de beenbreuk van Georges Heylens na een paar minuten, dan wel door de tweeklapper van Attila Ladinszky, die nog maar pas zijn koffers had neergezet in Brussel en nog geen volle week had meegetraind met Anderlecht.

Van den Bosch doet ergens denken aan Jean Dockx, een van Poliet’s basisspelers tijdens die bewuste bekerfinale. Een paar keer ingevallen als interimtrainer bij de club waar hij zijn grootste successen kende als speler, maar bovenal bewaker van de Anderlecht-stijl. De achtvoudige Rode Duivel was inderdaad jarenlang actief bij de jeugdopleiding van Anderlecht, waar hij een hand had in de transfers van onder andere François Van der Elst en Pär Zetterberg, maar waar hij ook het club-DNA zo goed mogelijk probeerde in te slepen. Hoe ver zijn invloed reikte is niet makkelijk te meten, maar een van de vele jeugdspelers die Poliet ooit coachte bij Anderlecht was René Peeters, die in december vorig jaar met pensioen ging na meer dan twee decennia als opleider bij de Anderlecht-jeugd.

Venezuela

Wat misschien wat tussen de plooien van de geschiedenisboeken is gevallen, is dat Van den Bosch naast Anderlecht nog een andere club heeft gecoacht op het hoogste niveau. In het seizoen 1973/74 dwong hij met Olympic Charleroi promotie af naar het hoogste niveau, waar hij quasi een heel seizoen aan het roer is gebleven… en waar hij zoon Roland heeft laten debuteren in Eerste klasse. Van den Bosch junior zal vooral de geschiedenisboeken ingaan door zijn jarenlange inzet voor FC Denderleeuw en het huidige FCV Dender EH, maar de huidige zeventiger heeft dus ook van eersteklassevoetbal mogen proeven, in het seizoen 1974/75 dat door het uitzonderlijke aantal van twintig clubs de geschiedenisboeken inging als het langste seizoen ooit van de Belgische competitie.

“In slechts twee van de vijf wedstrijden die ik dat seizoen gespeeld heb, was mijn vader trainer. Hij heeft het seizoen 1974/75 niet uitgedaan: er waren problemen gekomen tussen de spelers en de trainer, zoals dat gaat wanneer het slecht gaat. Toen voorzitter Jacques Lamotte zich dan ook nog eens terugtrok, is het daar dan helemaal in duigen gevallen – ze zijn nooit meer in Eerste klasse geraakt”, aldus Roland, die destijds deel uitmaakte van een Brussels enclave aan de Samber. “Wij hadden er het gezelschap van Michel Poels van Union, Willy Tuyaerts van RWDM, Jacques Van Welle en Daniël Vervoort van Anderlecht. Francesco Anton Martinez was ook een Brusselaar. Ach, het was eigenlijk een topjaar: op een bepaald moment stonden we zevende, wat fantastisch was voor een promovendus, en al zeker als dat Olympic Charleroi was. Wij trainden en speelden op hetzelfde veld, hè, en zijn in de zomer zelfs twee maanden in Jumet gaan trainen om het terrein te sparen. Maar zo’n twaalf wedstrijden voor het einde is het schip beginnen zinken, en dan kan het snel gaan.”

Spelen onder zijn vader was speciaal, in verschillende opzichten. “Veel mensen hebben daar een slecht gedacht van. Als jouw vader bij de club zit, is dat geen voordeel, en al zeker niet als hij zo’n fameuze geschiedenis meedraagt. Mensen denken soms van wel, maar dat is niet zo. Je moet het kunnen zonder mij, zei hij altijd. Hij kwam wel naar de wedstrijden kijken en gaf wel de nodige raad, maar zich moeien heeft hij nooit gedaan. Ik zal nooit vergeten hoe hij heeft gezegd: als je ooit het eerste elftal haalt, ik kan je misschien helpen tot daar, maar eenmaal je erin staat, moet je het zelf doen. Die woorden zijn me altijd bijgebleven, omdat het de waarheid is”, aldus Roland, die ter afsluiting een kwakkel van jewelste de wereld uithelpt die al anderhalf decennium foutief op zijn Wikipedia-pagina staat en bij zijn overlijden door verschillende kranten werd vermeld.

“Bondscoach van Venezuela van 1986 tot 1989? Nooit ni! Ik weet niet wie dat op een dag geschreven heeft, maar dat is absoluut niet waar. De enige mogelijkheid waar ik op de hoogte van ben, is dat hij als speler de kans had om als prof bij MVV (in Maastricht, red.) te gaan voetballen. Hij heeft daar toen voor bedankt, doordat hij bankier was en mijn moeder kapster in Anderlecht. Hij heeft zijn job bij de bank nooit willen opgeven, zelfs toen hij later ooit de kans kreeg om fulltime trainer te worden van het eerste elftal van Anderlecht. Alles laten vallen voor die delicate voetbalwereld, neen, dat zag hij niet zitten.”