Het ging er ooit van komen, maar liefst hadden we nog een paar wedstrijden langer op onze roze wolk doorgesurft. In Westerlo vergat Standard te verdedigen en leed het bijgevolg zijn eerste seizoensnederlaag.
Naïef
“De vraag is eveneens in hoeverre Euvrard in die moeilijkere wedstrijden zal vasthouden aan het systeem met twee centrale verdedigers – waarvan eentje Karamoko – en drie eerder voetballende middenvelders. Het zou niet verbazen mocht Fosso bijvoorbeeld in de ploeg komen voor meer stabiliteit, of Karamoko een rij opschuiven en vervangen worden door een centrale verdediger van opleiding.”
Bovenstaande bedenking uit de fanalyse van vorige week werd zaterdag omstreeks 17:10 beantwoord: Euvrard hield vast aan de formatie die hem tegen Antwerp de drie punten had opgeleverd. Sterker nog: met Mohr op de linksachter, in plaats van de geblesseerde Mortensen, koos Euvrard op papier zelfs voor een nóg offensievere ploeg.
Dat pakte slecht uit. Mohr bewees voor de zoveelste keer waarom hij geen pure linksachter is; Karamoko bewees waarom hij voor mij een centrale verdediger ad interim blijft. Of toch zeker in een viermansverdediging; in een 5-3-2 of 5-2-3 hadden beiden nog wél kunnen renderen. Neem daar nog eens bij dat ook gevestigde waarden als Hautekiet en Nielsen plots geen pass van tien meter konden trappen, en 4-2 is geen onlogisch resultaat. Nochtans was Standard aan de bal wederom verre van slecht. En die hadden ze.
Het valt echt op dat het Standard van dit seizoen vaker de bal heeft dan dat van de voorbije jaren. Een snelle blik op de statistieken bevestigt dat: gemiddeld 53 procent balbezit in de eerste zes wedstrijden van dit seizoen, tegenover 44 procent vorig seizoen en 41 procent in het seizoen onder Leko. De reden daarvoor ligt voornamelijk op het middenveld, waar Trouillet en Touzghar balvaster en nauwkeuriger zijn dan voorgaande middenvelders als pakweg O’Neill, Kuavita of Ilaimaharitra. Misschien was dat gisteren net de reden van de nederlaag.
Het viel op dat Westerlo, in vergelijking met zijn normale doen, wat meer achteroverleunde dan gewoonlijk. Dat zorgde bij de Rouches voor een vals gevoel van controle, wat de tegenaanval des te gevaarlijker maakte. Zeker zonder échte nummer zes die er counters uit kan halen. Ja, op papier is Trouillet een verdedigende middenvelder, maar dan eerder een opbouwende. Het is geen type Kanté dat passlijnen dichtloopt of de angel uit aanvallen van tegenstanders haalt. Ook gisteren niet. Fosso zou dat volgens bronnen wél kunnen zijn. Niet dat Trouillet uit de ploeg moet verdwijnen – integendeel: hij was gisteren aan de bal opnieuw meer dan degelijk – maar een middenveld Fosso-Trouillet-Nielsen tegen Gent lijkt me geen slecht idee.
Door dat gebrek aan een ouderwetse voorstopper of stofzuiger was het gat tussen verdediging en middenveld bij balverlies – iets wat we ook al opmerkten tegen Cercle en La Louvière – vaak groot. Te groot. Westerlo kon er daardoor makkelijk doorheen voetballen en creëerde zo verschillende overtalsituaties. Laat dat nu precies het soort situaties zijn waarmee ‘verdedigers’ als Mohr en Karamoko het moeilijk hebben. Niet onlogisch, want het zijn gewoon geen verdedigers. Dat zie je aan alles. Beiden worden ongemakkelijk wanneer ze in een ondertalsituatie terechtkomen en hebben dan maar al te vaak de neiging om te happen of uit te stappen – zie de 1-0. Men zou dan ook kunnen stellen dat een hoge defensieve lijn dé lakmoesproef is waarbij goede verdedigers zich van mindere onderscheiden; Karamoko en Mohr horen, met alle respect, tot die tweede categorie. Een systeem met vijf verdedigers had hen gisteren kunnen helpen – dan hadden ze altijd nog iemand in dekking – maar Euvrard hield (naïef) vast aan het systeem dat hem 11 op 15 had opgeleverd.
Stilstaande fases, letterlijk
Dan iets anders. Weet u wanneer Standard voor het laatst scoorde op hoekschop? Waarschijnlijk niet. Dat is namelijk geleden van 16 februari 2024, toen Laifis een hoekschop van Kawabe binnenkopte. In Het Kuipje, nota bene.
In datzelfde doel kreeg Standard gisteren twee doelpunten uit stilstaande fases tegen. Bij beide goals zag de verdedigende organisatie er niet goed uit en werd de uiteindelijke doelpuntenmaker moederziel alleen gelaten. Misschien moet iemand de verdedigers uitleggen dat ze de term ‘stilstaande fases’ niet te letterlijk mogen nemen. Het lijkt dan ook geen overbodige luxe om op zoek te gaan naar een nieuwe setpiece-coach. Eentje die wél garantie kan bieden op een goede verdedigende structuur.
Change a losing team
Los van die – misschien overdreven pessimistisch geformuleerde – kritiekpunten was verre van alles slecht. Aan de bal voetbalde Standard opnieuw gewoon degelijk, in lijn met zijn competitiestart. Daarbij is het ook geen ramp om op Westerlo te verliezen. Alleen leefde misschien de hoop dat dit Standard iets matuurder was dan hoe het zich gisteren presenteerde. Westerlo was, ondanks het feit dat zijn oudste titularis 25 was en de gemiddelde leeftijd van de basiself 22 jaar bedroeg, uitgekookter. Misschien waren we na vorige week gewoon iets te overmoedig – of zelfs naïef, gezien het kaliber van de tegenstanders die we tot dan toe hadden gehad.
Dat lijkt me echter niet. Een offday kan, al leek die mij gisteren niet collectief. Abid en Trouillet waren wederom top en ook Touzghar speelde opnieuw zijn match. Daarbij lijkt het mij evenmin geheel terecht om Mohr of Karamoko af te schieten. Ook zij deden hun best, maar zijn vooral het slachtoffer van de manier waarop ze worden gebruikt. Het zou dan ook niet verbazen mocht Euvrard op Gent wél voor verdedigende profielen kiezen achterin. Ook een vijfmansverdediging lijkt, gezien het huidige gebrek aan een échte linksachter, geen overbodige luxe. Euvrard kan na Westerlo immers niet langer teren op de leuze ‘never change a winning team’. In die optiek is ook Nguene – zeker na zijn mindere prestaties van de voorbije weken – niet langer zeker van een basisplaats. Drammeh kan je immers niet blijven beperken tot invalbeurten.
Soit, het zou niet correct zijn om alle positieve signalen van de afgelopen weken plots te minimaliseren, maar deze nederlaag heeft de ploeg – en ons – wel opnieuw met beide voeten op de grond gezet. De weerbaarheid na de dubbele achterstand was een bevestiging dat deze ploeg stappen heeft gezet; de kapitteling vlak erna dan weer een teken dat er nog een paar moeten worden bijgezet wil deze ploeg echt meedingen voor het allerhoogste. Een goed resultaat op Gent zou, zeker gezien de recente geschiedenis, één van die stappen kunnen zijn.
