Euvrard heeft geen, of onvoldoende, lessen getrokken uit de nederlaag op Westerlo. In Gent voetbalde Standard opnieuw goed mee, maar een fout van Karamoko en een nieuwe tegengoal op stilstaande fase stuurden de Rouches met een 0 op 6 huiswaarts.

Frustrant. Het is het eerste woord dat ik hoor als ik de bus opstap. Eigenlijk volstaat dat ene woord om deze nederlaag te omschrijven, maar ondanks de teleurstelling probeer ik er toch iets van te maken.

Minuut 31: Karamoko bewijst opnieuw waarom hij geen centrale verdediger is en leidt in zijn eentje de openingsgoal van Gent in. Zou Euvrard nu eindelijk inzien dat hij daar niet thuishoort? Het is te hopen, want de middenvelder – en daarmee ook Euvrard – mag zich inmiddels een tweede opeenvolgende nederlaag aanwrijven. Vijf seconden vóór de 1-0 ging hij onnodig – noem het gerust onbegrijpelijk – in de tackle. Tijdens het uitvoetballen, nota bene.

Jammer, want Standard speelde in Gent opnieuw een verdienstelijke wedstrijd. In dat opzicht leek de match sterk op die van vorige week. Ook toen was de nederlaag vermijdbaar. Ook toen stond de verdediging te slapen op stilstaande fases.

Tot die winning goal van Burgess zat Standard nochtans goed in de wedstrijd. Het speelde mee en had bij momenten zelfs het betere van het spel, maar net als vorige week leverde dat geen punten op. In dat opzicht is dit Standard haast het omgekeerde van vorig seizoen. Toen lagen de Rouches in het merendeel van hun wedstrijden onder, maar pakten ze toch punten. Dit Standard is beter. Een stuk beter zelfs. Alleen voetbalt het daar ook naar, en dat is gevaarlijk. Zeker tegen een gedisciplineerde tegenstander die perfect weet wat hij wel en niet kan.

Slecht was het echter opnieuw niet. Totaal niet. Dat is het frustrerende. Eigenlijk maakte Standard maar twee fouten, maar beide waren dodelijk. Voor het overige maakte het de hele wedstrijd aanspraak op minstens een punt, en met wat meeval zelfs drie. In Gent betekent dat vooruitgang tegenover de voorbije seizoenen. Het bevestigde wat we intussen al wisten: dit Standard kan meedingen aan de top van het klassement – waarmee we de plaatsen 3 tot 6 bedoelen.

Kan, benadrukken we wel. Want dit soort wedstrijden wordt beslist door details. Details die concentratie vereisen als je ze in je voordeel wil laten uitdraaien. Stilstaande fases bijvoorbeeld; Burgess op die manier moederziel alleen laten inkoppen, is onvergeeflijk. Na drie tegengoals in twee wedstrijden op set-pieces is het op dat vlak vijf na twaalf.

Maar ook uitvoetballen vergt concentratie. Daarvoor heb je spelers nodig die dat van in hun opleiding gewoon zijn. Karamoko bewees voor de zoveelste keer dat hij niet tot dat type behoort. De beste man is structureel te laks aan de bal en schat fases te vaak verkeerd in. Dat kan niet als centrale verdediger. Westerlo revisited. Hopelijk hoeven we die punten in de toekomst niet meer aan te halen.

Dan het positieve: met een klein beetje geluk had deze Fanalyse er helemaal anders uitgezien. Euvrard – en met hem Wilmots – heeft een ploeg op het veld gekregen die in al haar wedstrijden competitief is. Meer nog: mocht voetbal een bokswedstrijd zijn, dan had Standard tot dusver al zijn wedstrijden op punten gewonnen. In Westerlo was daar wel een rood-witgezinde ref voor nodig, maar toch. We kunnen ons dan ook niet van de indruk ontdoen dat dit voetbal – mits de pijnpunten worden aangepakt – op de lange termijn zijn vruchten zal afwerpen. Deze ploeg hoort bij de beter voetballende ploegen van het land en kan op een goede dag – zoals tegen Antwerp – elke tegenstander verslaan.

De 11 op 21 voelt dan ook als een oneerlijke weerspiegeling van het rood-witte seizoensbegin. Die 11 punten hadden er gemakkelijk 16 kunnen zijn. Op voorwaarde dat die eerder besproken details beter worden beslecht, weliswaar. Helemaal ongelegen komt die interlandbreak dus niet.