Standard won vrijdag met 2-0 van Dender in de beker: na de nul op negen in de competitie een welgekomen opsteker. Toch heeft die overwinning Euvrard misschien met meer vraagtekens dan antwoorden achtergelaten. Want hoewel Standard de eerste helft domineerde, kwam het in de tweede nauwelijks aan voetballen toe en mocht het blij zijn dat het niet naar verlengingen moest. En dat tegen een tweedeklasser. En dat op Sclessin.
Het doet de vraag rijzen of Euvrard niet te veel vasthoudt aan de ploeg die hem in de eerste vijf wedstrijden 11 op 15 bezorgde. Vermoeidheid of een gebrek aan automatismen door rotatie kon hij na de wedstrijd moeilijk als excuus inroepen. Ten opzichte van de nederlaag tegen Charleroi wisselde hij enkel zijn spits en rechtsbuiten, net de twee posities waarop hij al sinds het seizoensbegin zoekende is. En dat ondanks de bijzonder brede kern die Wilmots hem ter beschikking stelde. Het kwaliteitsverschil tussen basisspelers en bankzitters lijkt bovendien niet dermate groot dat die laatsten nauwelijks aanspraak kunnen maken op speelminuten.
Hieronder de basisploeg van vrijdag, met per positie de alternatieven in de Luikse kern.

De goede seizoensstart verdient intussen nuance
De mindere prestaties van de afgelopen weken, met grotendeels dezelfde ploeg, plaatsen het goede seizoensbegin in perspectief. Standard begon de competitie namelijk met een voorsprong op heel wat concurrenten. Euvrard is een van de langstzittende coaches in 1A en kon voortbouwen op het werk van vorig seizoen. Bovendien hadden Wilmots en co. hun huiswerk op transfervlak al vroeg in de mercato af. Buiten Said verloren de Rouches ook geen sterkhouders, een groot contrast met heel wat andere Belgische clubs.
Daar komt bij dat Standard in zijn eerste vijf wedstrijden, waarin het 11 op 15 pakte, tegen vijf van de zes laagst geklasseerde ploegen uit de huidige rangschikking speelde. Nu de tegenstand wat zwaarder wordt, rijst de vraag of die sterke start geen vertekend beeld heeft geschetst van het werkelijke plafond van deze ploeg. Ik herinner me dat ik na de 1-0 tegen Antwerp nog droomde van de titel. Ik was gefopt door de kalendermaker.
4-3-3 of 3-4-3?
Dat brengt ons bij de eerste tactische vraag: is een 4-3-3 wel de ideale formatie voor deze spelersgroep? In de eerste vijf wedstrijden leek dat zo, maar die resultaten verdienen zoals gezegd intussen dus enige nuance. Misschien schepten ze zelfs een een vertekend beeld van hoe goed deze ploeg werkelijk is.
Dat de keuze bij aanvang van het seizoen op een 4-3-3 viel, hoeft niet te verbazen. Het is de voorkeursformatie van sportief directeur Marc Wilmots, die ze onder andere bij de Rode Duivels hanteerde. Vorig seizoen maakte hij zowel Rednic als Euvrard duidelijk dat hij Standard graag in die formatie zag spelen. Na de 0-4-nederlaag tegen Gent draaide Euvrard het roer echter om. En met succes. Hij greep terug naar zijn geliefkoosde 3-4-3 en koos resoluut voor reactievoetbal. Daarmee bezorgde hij Standard ei zo na nog Europees voetbal.
Dit seizoen zien we een ander Standard. Een ploeg die zelf het initiatief wil nemen en bij momenten ook erg goed voetbalt, maar tegelijk moeite heeft om wedstrijden over de streep te trekken. Opvallend genoeg was Standard in zijn wedstrijden zelden beduidend de mindere. Toch gingen er al heel wat punten verloren door late tegengoals, inefficiëntie in beide boxen, tegengoals op stilstaande fases of scheidsrechterlijke beslissingen. Sommige puntenverliezen waren vermijdbaarder dan andere, maar elf punten na acht speeldagen blijft een mager rapport voor een club die Europees voetbal ambieert.
Groeipijnen, maar zijn ze allemaal onvermijdelijk?
Het heeft alles van een overgangsjaar. Een jaar waarin Standard zijn spelfilosofie probeert aan te passen om daar op lange termijn de vruchten van te plukken. Vanzelfsprekend brengt dat groeipijnen met zich mee. Alleen is het maar de vraag hoeveel van die groeipijnen werkelijk onvermijdelijk zijn.
Standard heeft dit seizoen meer de bal en doet daar vaak ook betere dingen mee dan de voorbije jaren. Daartegenover staat dat de ploeg verdedigend minder stabiel oogt. Vorig seizoen leek defensieve zekerheid de absolute prioriteit. Pas daarna werd gedacht aan tegenprikken. Dit jaar krijgen aanvallende patronen meer aandacht en wordt de verdediging wat vaker aan haar lot overgelaten. Dat Euvrard op de zes niet voor een defensiever profiel als Fosso kiest, maar voor iemand die de opbouw kan verzorgen, illustreert die verschuiving. Het probleem is alleen dat een ploeg die hoger voetbalt, ook beter georganiseerd moet staan wanneer ze de bal verliest. Net daar loopt het bij Standard geregeld mis.
Dat betekent niet dat de 4-3-3 na enkele mindere prestaties plots overboord moet. Aanvallend voetbal en verdedigende stabiliteit hoeven elkaar namelijk niet uit te sluiten. Sterker nog: met de brede kern waarover Euvrard beschikt, zou hij beide moeten kunnen combineren. Misschien ligt de oplossing dus niet in een andere formatie, maar in een betere invulling ervan. We doen een voorstel.
Iedereen coach: de verdediging
Eerst de duidelijkste vaststelling: deze ploeg is achterin kwetsbaar. Om te beginnen halen de backs, Fossey en Mortensen, niet hun gebruikelijke niveau. Ook aanvallend niet, al kan dat deels komen doordat ze in een viermansdefensie meer defensieve verantwoordelijkheid dragen dan in een vijfmansdefensie. Puur defensief schat ik Lawrence hoger in dan beide. Bovendien heeft hij de voeten om ook in de opbouw een meerwaarde te zijn. Dat is zelfs een understatement. Hij is weliswaar iets minder explosief, maar met vier achterin lijkt dat van ondergeschikt belang. Dat hij dit seizoen vrede moet nemen met een statuut als bankzitter, is moeilijk te begrijpen.
Dan het centrale duo, waar Karamoko toch wat Bokadi-vibes geeft: prima in een vijfmansdefensie, minder betrouwbaar met vier achterin. De middenvelder, want dat is hij, schat situaties al te vaak verkeerd in en wordt ongemakkelijk wanneer hij in ondertal komt. Waar een echte verdediger dan eerder zou wijken, heeft Karamoko de neiging om uit te stappen. In dat opzicht heeft hij veel van een ouderwetse ‘voorstopper’, maar het voetbal is geëvolueerd. Ook aan de bal is hij niet altijd secuur genoeg. Misschien klinkt dat allemaal wat (te) streng – Karamoko doet meer goede dan slechte dingen in een wedstrijd – maar nagenoeg iedere match gaat hij wel een keer serieus de mist in.
We vragen ons af wanneer Lavalée, die garant zou staan voor zekerheid, vast in de ploeg komt. Al zou Homawoo nóg beter zijn, maar dat verhaal kennen we.
Het middenveld: Standard mist zijn Rodri
Dan het middenveld, dat duidelijk een breker mist. Trouillet is een geweldige voetballer, maar geen Kanté. En dat mag je vooral ook niet van hem verlangen, want dan beperk je hem net in zijn vista. In dat opzicht herken ik in dit Standard wel iets van het Barcelona van de voorbije seizoenen of Manchester City mét Pep, maar zonder Rodri. Zelfs die ploegen, met bakken talent, kenden kwetsbare periodes wanneer ze op het middenveld een speler misten die het evenwicht bewaakte.
Neem nu City mét of zonder Rodri. In de 298 wedstrijden waarin hij speelde, verloor de ploeg 12,1% van haar wedstrijden. In de 122 wedstrijden waarin hij, bijvoorbeeld door een blessure, ontbrak, liep dat percentage op tot 26,2%. Meer dan dubbel zoveel. In die wedstrijden werd Rodri vaak vervangen door types als Nico Gonzalez, Bernardo Silva, Kovacic of Gundogan. Stuk voor stuk fantastische voetballers, maar geen van hen is een breker.
Het significante verschil dat ik net schetste valt deels te verklaren door de manier waarop dominante ploegen, zoals Manchester City, voetballen. Wie met veel spelers hoog op het veld staat, laat bij balverlies onvermijdelijk ruimte achter. Dan heb je iemand nodig die tegenaanvallen kan tackelen, letterlijk of figuurlijk. Een ballenveroveraar die passlijnen dichtloopt, goed positie kiest en weet wanneer hij moet wijken of happen. Rodri beheerst dat als geen ander. Niet toevallig dat Barcelona hem haalde: ook daar worstelde men de voorbije seizoenen met een gebrek aan evenwicht op het middenveld, de zeldzame keren dat Barca de bal niet had.
Op papier leunt Fosso van de hele Standard-kern het dichtst bij dat profiel aan. Zijn inbreng lijkt me daarom het overwegen waard. Uiteraard lever je met hem mogelijk wat in aan de bal, maar daar staat tegenover dat Trouillet een rij hoger kan spelen, op de acht, waar hij zijn vista vaker kan benutten en beslissender kan zijn in de final third. Want ‘de opbouw’ is in het voetbal toch overrated, en zeker in de Jupiler Pro League.
Nielsen kan hem daar vergezellen, al zou ik idealiter El Hankouri op die positie willen zien, maar diens verhaal kennen we. Touzghar verhuist in die filosofie naar de bank. De Marokkaan heeft oerdegelijke voeten, maar mist de metier om in beide zestienen een echte meerwaarde te zijn. Zie de wedstrijd tegen Charleroi, waarin hij met een oerdomme fout de 0-1 inleidde en aan de overkant een reuzenkans miste op 1-0, vroeger in de wedstrijd. Nielsen is aan de bal minder, maar is beter in beide boxen. Zijn infiltraties zorgen in nagenoeg elke wedstrijd voor concreet doelgevaar. Bij een gebrek aan El Hankouri, verkies ik hem daarom boven Touzghar.
Een middenveld Fosso – Trouillet – El Hankouri zou echter het ideale zijn. Het lijkt me uitgebalanceerder dan het huidige, zonder noodzakelijk aan voetballend vermogen in te boeten. Integendeel: door Trouillet hoger op het veld uit te spelen, zou Standard creatiever kunnen zijn in de zone van de waarheid. Daarnaast zouden Trouillet en El Hankouri Abid aanvallend kunnen ontlasten, zodat die zich meer op zijn eigen flank kan richten. Dat zou op zijn beurt Lawrence, in mijn ideale elf de linksback, toelaten om zich voornamelijk op zijn verdedigende taken te concentreren.
De aanval: Abid is zeker, de rest allerminst
Tot slot de aanval. Abid op links is een no-brainer. De andere twee posities liggen moeilijker, schijnbaar ook voor Euvrard.
In de spits liet Ayensa van alle opties de beste indruk, onder andere door zijn bereidheid om te ploeteren, zelfs lager op het veld, bij gebrek aan een échte nummer tien. Hij verricht werk dat eigenlijk niet in het takenpakket van een doorsnee spits zit.
In mijn ideale elf speelt El Hankouri echter, waardoor dat type aanvaller minder noodzakelijk zou zijn. De voornaamste taak van de centrumspits wordt dan om kansen af te werken. En laat dat nu net een rol zijn die Zeqiri, pinchhitter pur sang, op het lijf geschreven staat. Ik geef hem daarom het voordeel van de twijfel, en wil hem wel eens bezig zien in een ploeg die wél dominant voetbalt, in tegenstelling tot het Standard van Ivan Leko.
Op rechtsbuiten opteer ik tot slot voor Drammeh. Ondanks zijn matige seizoensstart oogt hij behendiger dan de wat logge Nguene. Niet dat die laatste het talent niet heeft, maar hij is nog verre van een afgewerkt product. Bijgevolg moet Fossey veel oplossen, waardoor die regelmatig uit positie loopt.
Daarbovenop is Nguene door zijn kracht, snelheid en lengte niet echt het ideale profiel in een aanvallende 4-3-3. Of toch niet op rechtsbuiten. Drammeh, die beter is in de combinatie en de korte ruimte, is dat meer.
Hieronder mijn ideale elf op papier.

De vraag lijkt mij dus niet zozeer of Euvrard moet vasthouden aan zijn 4-3-3, maar vooral hoe hij die invult. Standard heeft dit seizoen stappen gezet aan de bal, maar lijkt daarvoor een prijs te betalen die niet noodzakelijk zo hoog hoeft te zijn. De brede kern biedt Euvrard genoeg mogelijkheden om bij te sturen, zonder zijn aanvallende ambities op te bergen. Dat een nieuwe speelstijl tijd vraagt, valt te begrijpen. Maar niet alles hoeft een groeipijn te zijn.
