Inflatie in de voetbalwereld: de reden achter de stijgende transferprijzen

Waar de transfer van Zinédine Zidane jarenlang de duurste transfer ooit was, wordt het record van zijn transfer de afgelopen jaren maand na maand verbroken. In de top 25 duurste transfers ooit staan maar liefst 17 spelers die de afgelopen 3 jaar naar een nieuwe club vertrokken. De prijzen blijven maar stijgen en stijgen. De voetbalwereld heeft zich afgezonderd van de rest van de wereld en dat heeft gezorgd voor een inflatie binnen die specifieke markt.  

Zidane maakte in 2001 de overstap van Juventus naar Real Madrid voor een bedrag van omgerekend 73,5 miljoen euro. De eerstvolgende recordtransfer kwam pas 8 jaar later, toen Cristiano Ronaldo voor 94 miljoen euro van Manchester United naar Real Madrid kwam. Hoge prijzen natuurlijk, maar beide voor spelers die de boeken ingaan of zijn gegaan als wereldspelers. Tegenwoordig wordt er ook voor spelers als Paul Pogba, Romelu Lukaku of James Rodríguez makkelijk een bedrag rond de 100 miljoen euro neergelegd. Clubs als Paris Saint-Germain, Real Madrid of Manchester United hebben al jaren nauwelijks winst gemaakt op het gebied van transfers.

De voetbalbonden proberen een transfer-chaos te voorkomen door strikte regelgeving, maar fiscalisten en economen vinden té makkelijk omweggetjes. Zo werd vorig jaar bijvoorbeeld bekend dat Flamengo-speler Vinícius Júnior gekocht werd door Real Madrid, maar hij pas in het seizoen 2019/2020 zijn eerste wedstrijd in Spanje kan gaan spelen. En dat alles voordat de toen pas net 16-jarige ook maar 1 speelminuut voor het eerste elftal van Flamengo had gemaakt! AC Milan huurt spelers als Fabio Borini en Franck Kessié voor 1 en 2 jaar, om ze vervolgens pas daarna officieel over te nemen. Om alles af te toppen werd het transferrecord van Paul Pogba, waarbij 105 miljoen euro gemoeid was, letterlijk dubbel en dwars verbroken door Neymar, die voor 222 miljoen euro naar Paris Saint-Germain vertrok.

De oorzaak
De voetbalwereld is een soort bubbel in de moderne samenleving geworden, een wereld buiten het 9-tot-5-ritme of het flexwerken. Het is onvoorstelbaar hoe veel geld er heen en weer gaat en hoe hoog de salarissen en bonussen van sommige spelers liggen, niet te vergelijken met de “normale” wereld. Er is een heuse inflatie gevormd binnen die bubbel, of beter genoemd: markt. Er is sprake van inflatie wanneer je voor hetzelfde bedrag een tijd later een stuk minder kan kopen. Zo kan een flesje water in 2012 bijvoorbeeld €1,50 hebben gekost, waar datzelfde flesje water in 2017 €3,00 kost. Voor de oorspronkelijke €1,50 haal je dus nog maar een half flesje water.

Een inflatie binnen een markt kan verschillende redenen hebben. Zo kan een product groeien in vraag of dalen in aanbod, waardoor de prijs van het product een heel stuk hoger kan gaan liggen. Ook wanneer de kostprijs van een product, of de belasting op een product, aanzienlijk stijgt, kan er inflatie ontstaan. Van beide deze gevallen is op het product waar het ons om gaat, de voetbalspelers, geen sprake. Inflatie kan echter ook ontstaan wanneer er binnen een markt opeens veel meer geld wordt toegevoegd dan de waarde van de producten eigenlijk is. Stel je hebt 10 spelers en alle clubs die diezelfde spelers kunnen kopen hebben in totaal 10 miljoen euro te besteden. Gemiddeld is één speler dan dus 1 miljoen euro waard. Wanneer er echter plots 40 miljoen euro bijgestopt wordt, maar er niet opeens extra spelers bijkomen, is iedere speler dus gemiddeld 5 miljoen euro waard.

Precies dat laatste voorbeeld heeft zich in de afgelopen jaren laten gebeuren in de voetbalwereld. Oliesjeiks uit het Midden-Oosten, investeerders uit Azië en ga zo maar door pompten miljoenen, misschien zelfs miljarden, euro’s in de voetbalwereld. Clubs werden opgekocht en kregen vervolgens een immense som geld om te investeren in de toekomst. Al dat geld is echter niet verdiend in de voetbalwereld, maar in de “normale” wereld, het geld komt dus van buitenaf.

Het gevolg
Als logisch gevolg zou je kunnen zeggen dat de gemiddelde speler hierdoor meer waard zou zijn. Er is in de voetbalwereld echter nog een groot verschil tussen de toplanden en de wat lagere landen. Clubs uit de Premier League of LaLiga zijn niet bang om absurde bedragen voor hun spelers te vragen. In landen als België en Nederland zijn technisch directeuren, bestuursleden en trainers vaak nog te bang om een dermate grote prijs te vragen dat het de potentiële koper afschrikt. Aan de ene kant logisch natuurlijk. Er is maar een kleine vijver van echte topspelers, waardoor grote clubs die hoge transfersommen makkelijk kunnen vragen. Van de meeste spelers uit de wat lagere competities zijn er echter honderden. Het zou inderdaad zo kunnen zijn dat een topclub gewoon naar een volgende kandidaat gaat, wanneer jij als club te veel vraagt voor jouw speler.

De oplossing
Het is dus een enorm lastige kwestie voor de wat kleinere clubs in de wereld. De oplossing zou simpelweg het verhogen van de vraagprijzen zijn. Het meegaan met de inflatie in de rest van de voetbalwereld zou ervoor zorgen dat ook in die competities meer geld kan gaan rollen en er dus ook meer uitgegeven kan gaan worden. Voetballers zijn echter, ook al leven ze niet echt meer in “onze” wereld, toch nog steeds mensen en daardoor komt ook het morele aspect kijken. Als een speler graag wil vertrekken is het voor clubs soms lastig om hem binnen te houden. Wanneer je als club simpelweg geen aanbieding accepteert loop je het risico dat de speler zijn contract gaat uitzitten en vervolgens gratis de deur uitloopt, waardoor je helemaal geen geld vangt. Ondernemen is echter risico nemen, en dat risico moet dus genomen worden. Het wordt tijd dat clubs uit lagere competities zich niet meer zo makkelijk omgepraat laten worden en ook prijzen durven te gaan vragen die voor eigen begrippen niet normaal lijken.

Een economische oplossing voor de algehele inflatie die erg simpel zou kunnen zijn is om een apart belastingstelsel te maken voor voetballers. Aangezien de salarissen toch al immens hoog zijn, kunnen de spelers ook best wat meer afstaan. Er zal buiten de landsgrenzen gekeken moeten worden. De voetbalwereld moet dan als één land gezien worden, waarin dus een apart belastingstelsel geldt. Hierdoor wordt er dus ook weer meer geld uit de specifieke wereld gehaald en zal ook de gemiddelde spelersprijs weer gaan dalen. Het risico hiervan is echter dat de investeerders simpelweg met nog meer geld kunnen gaan smijten, waardoor het probleem nog niet opgelost is. Daarnaast zal het ook wettelijk een lastige kwestie gaan worden.

Een echte oplossing is er dus niet. De voetbalwereld zit toch echt in een financiële chaos, die van buitenaf niet meer te redden lijkt. De regelgeving wordt keer op keer met gemak omzeilt. Als het zo door blijft gaan, betalen clubs over 10 jaar zo’n 500 miljoen euro voor spelers die voor hen misschien wel interessant lijken. Net zolang tot de sjeiks en miljardairs er genoeg van hebben en stoppen te investeren. Het is een financieel drama, waarbij menig voetballiefhebber met een getreurd oog toekijkt, veel meer kan hij helaas niet doen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s