Luis Pedro Cavanda kan ontzettend goed met een bal overweg. Te goed. Na de nederlaag in Amsterdam, overigens geen schande tegen een selectie die in La Liga 5e zou zijn qua spelerswaarde, kreeg de in Angola geboren rechtsachter veel kritiek. 

Die kritiek is deels terecht. Er vielen inderdaad gaten aan zijn kant, waar intelligente spelers als Tadic en Ziyech maar wat graag gebruik van maakten. Met de geniale maar minder defensieve Carcela voor je is het lastig om de ruimtes gesloten en de linies dicht bij elkaar te houden. En dan was er nog het grote kwaliteitsverschil tussen beide teams.

De mindere prestaties van Cavanda tegen Ajax waren dus aanvaardbaar. De criticasters denken echter ook terug aan zijn eerdere prestaties in het shirt van Standard. En zeer belangrijk: slechte momenten worden vaker onthouden dan goede.

De meeste flankverdedigers spelen het leer erg vaak terug naar hun centrale verdedigers. Ze lijden geen balverlies, maar zetten anderzijds ook geen aanvallen op. Cavanda is anders. Cavanda kiest nooit voor de gemakkelijke, ongevaarlijke pass. Hij zet zelf een dribbel of één-twee op, of pakt uit met een verschroeiende versnelling. Daar haalt Standard veel voordeel uit, want zo worden er veel meer kansen gecreëerd.

Drie à vier keer per wedstrijd maakt hij het zichzelf te moeilijk en zorgt hij voor duizenden hartstilstanden op Sclessin. Meestal komt hij ook daar wel uit, maar één of twee keer per wedstrijd mislukt het. Dan gaat de bal verloren in een cruciale zone op het veld. En die fases worden onthouden. Ongetwijfeld levert zijn speelstijl meer mogelijkheden op voor de Rouches dan voor de tegenstander, maar daar houden critici uiteraard geen rekening mee.

De oplossing is niet zo moeilijk voor Cavanda: in een te lastige situatie moet hij kiezen voor de meest simpele oplossing. Als hij dat nog aan zijn speelstijl kan toevoegen, hebben Preud’homme en co beschikking over een zeer sterke rechtsback.

Advertenties