Als derde zoon van Frans van Saksen-Coburg-Saalfeld, hertog van het gelijknamige hertogdom dat deel uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk, had de jonge Leopold van Saksen-Coburg weinig kans op de oppergaai. Hij zocht dan maar elders zijn weg en vond die bij Charlotte Augusta van Wales, de dochter van de latere Engelse koning George IV van Engeland. Een jaar na hun huwelijk stierf Charlotte echter, één dag nadat ze van hun doodgeboren zoon beviel. Weg was Leopolds kans op de Engelse troon. Ruim tien jaar later werd hem de troon van het pas onafhankelijke Griekenland aangeboden, maar Leopold vond uiteindelijk geen akkoord en zag ervanaf. Kort daarop stemde hij wél in om koning van het eveneens pas onafhankelijke België te worden. De militair uitstekend geschoolde Leopold behoedde België tijdens haar kinderjaren van Franse en Nederlandse invasies en gaf bij zijn dood in 1865 een sterk gegroeid land door aan zijn zoon Leopold II.

Het verhaal van Leopold I deed me denken aan Bernd Storck, vooral door die geweigerde aanbieding van Griekenland. Ook Storck is een Duitser die met een mooi spelerspalmares – acht seizoenen in de Bundesliga met VfL Bochum en Borussia Dortmund – als potentiële prins van de Duitse trainersgilde aan zijn trainerscarrière begon. Niet als kroonprins, gezien de grote concurrentie, maar toch op zijn minst als prins. Nadat hij aan verschillende hoven (lees: clubs) ervaring ging opdoen als assistent-trainer – Hertha BSC, VfL Wolfsburg, Partizan Belgrado en Borussia Dortmund –, gooide hij zich in Kazachstan voor het eerst op het hoofdtrainerschap. Pas op zijn 52e trad Storck eindelijk uit de schaduw door de Magische Magyaren van Hongarije voor het eerst in dertig jaar nog eens naar een groot toernooi te leiden. Op het EK 2016 wonnen de Hongaren van Oostenrijk, waarmee het ooit een dubbelmonarchie vormde, en speelde het gelijk tegen toernooirevelatie IJsland en de latere eindwinnaar Portugal. Goed voor een ticket voor de achtste finale, waar België veel te sterk bleek.

België, juist. Het land waar Storck vijftien maanden later zou neerstrijken bij Royal Excel Moeskroen. De opvolger van het ooit zo gerespecteerde Excelsior Moeskroen, dat de Mpenza’s, de Zewlakow’s, Luigi Pieroni, Nenad Jestrovic en vele anderen had gelanceerd. Dat bij zijn eersteklassedebuut in het seizoen 1996/97 meteen derde was geëindigd, nadat de KBVB er Georges Leekens was komen wegplukken. Maar dat in december 2009 in vereffening ging. De Henegouwers fusioneerden al gauw met derdeklasser RRC Péruwelz en stonden vier jaar later al weer in Eerste klasse. Erg warm werd Mouscron-Péruwelz toen echter niet onthaald: de club was toen voor 51 procent eigendom van Lille OSC en was in die tijd niet meer dan een satellietclub van de Franse topclub. Dat leverde de Jupiler Pro League op tijd en stond eens een goede speler op – de latere Club Brugge-spits Abdoulay Diaby maakte zo zijn opwachting op onze velden –, maar erg populair maakte Lille B, zoals de club toen genoemd werd, zich er niet mee. Mouscron-Péruwelz wist zich in zijn eerste twee seizoenen in de Jupiler Pro League steeds slechts ternauwernood te redden.

Sinds Lille zich in 2015 terugtrok als hoofdaandeelhouder, is er echter nooit echt veel transparantie geweest over wie Moeskroen nu in handen heeft. We kennen de naam van de huidige eigenaar wel – Pairoj Piempongsan heet-ie –, maar het ziet er allemaal heel schimmig uit. Dat totale gebrek aan transparantie maakt dat Moeskroen geen greintje sympathie meer opwekt bij de goegemeente. Of toch tenminste tot ze begin dit kalenderjaar begonnen te doen wat je van een voetbalclub mag verwachten: goed voetbal brengen. Vorig seizoen startte Royal Excel Moeskroen onder Frank Defays met 0 op 15, maar Storck maakte van een huurlingen- en vreemdelingenlegioen een swingende middenmotor. Jean Butez groeide van een ex-Lille-huurling uit tot een van de beste doelmannen van de competitie, Taiwo Awoniyi en Benson Manuel bewezen het ongelijk van Gent en Genk, Mbaye Leye en Georgios Galitsios brachten met hun ervaring het nodige tegengewicht voor jonge snaken als Sidney Friede en Frank Boya, en het trio Amallah/Vojvoda/Dussenne versierde op het einde van het seizoen een transfer naar Standard. Met op de achtergrond ook de stille werkkracht van mannen als Marko Bakic en Benjamin Van Durmen pakte Moeskroen na Nieuwjaar 23 op 27, het beste resultaat van de zestien eersteklassers. Oke, Moeskroen is nog steeds een uitstalraam waarlangs bevriende makelaars profijt trachten te halen. Maar dat is zowat het gros van de Belgische clubs geworden, dus kunnen we maar beter voor mooie uitstalramen gaan.

Als Storck nu ook de schwung krijgt in Cercle Brugge –  een blauwdruk van het Moeskroen dat hij van Defays overnam, met zelfs nog meer huurlingen – zal hij voor mij méér Trainer van het Jaar zijn dan trainers die prijzen pakken met miljoenenelftallen. Zijn eerste werk in het Jan Breydelstadion: de huurlingen inpeperen dat ze niet bij Monaco maar bij Cercle Brugge zitten, en dat een zwaai van de toversto(rc)k van de trainer niet voldoende zal zijn om een grote carrière te maken. Snel puntengewin zal nodig zijn na de 3 op 30, om te vermijden dat het reeds door Monaco geïnvadeerde Cercle helemáál van het toneel verdwijnt bij een eventuele degradatie. Trouwen met de dochter van de Franse koning om het bondgenootschap te verzekeren, zoals Leopold I destijds deed, is voor Bernd Storck immers geen optie.