Iedere club heeft zo zijn eigen wetmatigheden. Een van de speciaalheden bij Genk is dat het voor een landstitel altijd een vliegende start nodig hebben: nooit tuften de Limburgers in het seizoen van de landstitel halfweg de (reguliere) competitie nog ergens in de middenmoot. Standard haalde al meermaals een desastreuze seizoensstart op, maar historisch gezien is het na de 20 op 42 onmogelijk dat aanvoerder Sébastien Dewaest binnen zes maanden de Jupiler Pro League-beker de lucht in mag steken. Daarmee zijn we al meteen toe aan de tweede Genkse wetmatigheid: het seizoen na een landstitel kennen de Limburgers steeds een stevige terugval. Ga maar na: na hun eerste twee titels werd Genk respectievelijk achtste en zesde, en na de derde titel werd het derde nadat het zich maar nipt voor Play-off 1 kon plaatsen. Wie deze zomer bij een gokkantoor heeft ingezet dat Genk zijn landstitel zou verlengen, was er bij het buitenstappen van het etablissement dus al aan voor de moeite.

Wat dan weer niét te voorspellen viel, was of Felice Mazzu zou slagen bij Genk. Bij Charleroi met drie Play off 1-deelnames in zes seizoenen zijn sporen meer dan verdiend, en als mijnwerkerszoon met Italiaanse roots paste hij perfect in het plaatje van Genk. Op menselijk vlak was er meteen een klik, hoewel Mazzu geen Nederlands sprak – maar dat kan het gros van de eersteklassespelers in België ook niet. De resultaten konden echter zelfs in een post-kampioenenjaar niet langer aanvaard worden, en nog geen week na de verdienstelijke 2-1-nederlaag tegen Liverpool werd Mazzu naar de uitgang verwezen. Jammer, zowel voor Genk als voor Mazzu, maar voor beide is er nog hoop. Voor Mazzu hoeft zijn snelle exit niet het einde van zijn carrière aan de top te betekenen – Hein Vanhaezebrouck haalde Kerstmis ook niet als Genk-trainer maar werd later wel kampioen met AA Gent. En Genk herpakt zich vast wel van zodra het post-kampioenengevoel is uitgedijd.

Wie ze dan best als trainer nemen? Laten we opnieuw naar die clubwetmatigheden kijken. Sommige clubs verbranden hun clubiconen wanneer ze hen als trainer aanstellen – Jan Ceulemans bij Club Brugge, Franky Vercauteren tot voor kort bij Anderlecht –, maar bij Genk blijkt die mayonaise telkens wél te pakken. Vier keer eerder deed een ex-speler van Genk het trainersplunje aan bij de fusieclub. Huidig teammanager Pierre Denier, die van 1988 tot 1992 bij Genk speelde, was van 1992 tot 2017 assistent-trainer en depanneerde in die periode tig keer als hoofdtrainer – de ene keer al wat langer dan de andere. Van januari tot mei 1994 deed hij dat samen met Norbert Beuls, die van 1990 tot 1994 actief was als speler bij Genk. Daarvoor was er ook nog ex-Rode Duivel Pier Janssen, die in het seizoen 1991/92 speler-trainer was bij Genk en daarna nog een dik jaar voltijds trainer. En uiteraard was er als vierde ook Philippe Clement, die Genk zijn vierde landstitel schonk. Denier, alfabetisch gezien nummer drie in de lijst als het duo Beuls-Denier nummer twee was, zorgde in 2009 trouwens voor de derde Beker van België. Dat belooft voor ex-speler-die-trainer-wordt nummer vijf.

Een snelle blik op de lijst van ex-spelers van Genk leert ons dat heel wat voormalige Genkies inmiddels in het trainersvak zijn gestapt. Hans Cornelis (speler-trainer bij SKV Zwevezele in Tweede amateurklasse) en Tom Soetaers (SC Out-Hoegaarden in Eerste provinciale) kunnen we alvast schrappen omdat ze nog niet ver genoeg staan. Voor Thomas Buffel (nog maar twee maanden aan de slag als T2 bij de Belgische U19) en Elyaniv Barda (sinds vorig jaar assistent bij Hapoel Beer Sheva, de club waar hij zijn profcarrière begon en afsloot) is het ook nog veel te vroeg. En ook voor Wim De Decker (T2 bij Antwerp) en Vincent Euvrard (OH Leuven) lijkt de stap nog wat te groot. Op Besnik Hasi en Bernd Thijs, respectievelijk T1 en T2 bij Al-Raed in Saoedi-Arabië, zit waarschijnlijk geen enkele Genk-supporter te wachten. Op Jacky Mathijssen en Bob Peeters vast nog minder. Zou iemand Tomislav Ivkovic, op een blauwe maandag in 1989 speler bij Genk en vorig seizoen met NK Rudeš uit de Kroatische hoogste klasse gezakt, nog kennen? Zou Sunday Oliseh, ex-bondscoach van Nigeria en twee seizoenen geleden trainer bij Fortuna Sittard, Genk nog kennen?

Als we terug even serieus worden, komen we uit bij slechts een handvol namen. Laten we ervan uitgaan dat huidig depanneur Domenico Olivieri niet de ambitie heeft om volwaardig T1 te worden. Dat huidig technisch directeur van de jeugd Koen Daerden geen zin heeft om zich op het trainerschap te gooien. Dat Wesley Sonck ondanks enkele jaren ervaring nog niet de juiste man op het juiste moment is. En dat Genk-voorzitter Peter Croonen het als Pro League-voorzitter niet kan maken om rijzende ster Wouter Vrancken in het midden van het seizoen weg te plukken bij Play-off 1-kandidaat KV Mechelen. Dan blijft één man over: Brian Priske. De 42-jarige Deen, die tussen 2003 en 2005 als rechtsback bij Genk speelde en later ook bij Club Brugge, was tussen 2011 en 2019 assistent-trainer bij FC Midtjylland, FC Kopenhagen en opnieuw Midtjylland. In augustus van dit jaar nam Priske de taak van T1 over van Kenneth Anderson. Aanvankelijk op interimbasis, maar drie maanden later staat Midtjylland eerste met zeven punten voorsprong. Het Deense voetbaltijdschrift Tipsbladet spaart zijn superlatieven over Priske alvast niet: “Waar Andersen onzeker leek als leider van het team, is Priske het tegenovergestelde: kalm en koel. Hij is er al meerdere keren in geslaagd om mogelijk slechte zaken om te keren”. Tel eens op: jarenlang in de schaduw van ervaren trainers – onder andere Jess Thorup – gerijpt, kan prima resultaten voorleggen, interimtrainer en dus makkelijk haalbaar, man met een Genk-verleden die met wat geluk zelfs nog een aardig mondje Nederlands spreekt. Hoog tijd dus voor een eerste buitenlandse ex-speler die trainer wordt. Om binnenkort onder zijn leiding de eerste buitenlandse prijs uit de clubgeschiedenis te pakken?