Ook in COVID-19-tijden blijft DFVF actief, want, neen, sportjournalisten zijn niet technisch werkloos (vrijwilligerswerk is ook werk!). ‘Expected goals’ is ondertussen een ingeburgerde term in de voetbalwereld, maar ‘expected assists’ toch wat minder. Aan de hand van een uitmuntende Kevin De Bruyne leggen we ‘xA’ uit.

“Kevin De Bruyne moest minstens drie assists hebben”, hoor je gefrustreerde Fantasy Premier League-spelers wel eens zeggen na een wedstrijd van Manchester City. Als toeschouwer is dit makkelijk om te zeggen. Een clichématige kwaliteit van ‘KDB’ is dat hij kansen ‘uit het niets’ creëert. Wat dat eigenlijk betekent? Dat hij uit onwaarschijnlijke plekken spelers voor doel kan zetten.

In theorie kan iedere speler dat doen, maar KDB weet dat zijn ploeggenoten wanneer dan ook richting gevaarlijke posities zullen lopen. Dat gelinkt aan zijn ongelooflijke techniek en het aantal keer dat hij dergelijke passes aandurft, laat hem uitblinken in de statistieken. Maar wat is een ‘expected assist’ nu?

Eigenlijk is het heel erg gelinkt aan ‘Expected Goals’ (xG). Statistiekenverzamelaars als Opta of Statsbomb hebben een database van tienduizenden doelpunten. Daar kijken ze hoe vaak een bepaalde soort kans binnengaat. Hun berekeningen kunnen licht verschillen, maar zijn ongeveer gelijk. Een letterlijke ‘honderd procent-kans’ bestaat dus niet. Een penalty heeft, afhankelijk van het bedrijf, een xG-waarde van 0,75 tot 0,8. Het doelpunt van Gabriel Martinelli tegen Chelsea in januari lijkt een open doelkans, maar krijgt een xG-waarde van ongeveer 0,35.

Een xA-waarde is dus de xG-waarde die wordt toegekend aan het schot dat voortvloeit uit een sleutelpass – dat is een pass die leidt tot een schot. In de onderstaande grafiek zien we de gemiddelde xA-waarde per negentig minuten en het aantal sleutelpasses per wedstrijd van een hoop creatieve centrale middenvelders, behalve Kevin De Bruyne. Luis Alberto en Santi Cazorla blinken uit. Maar waarom zien we geen KDB?

In onderstaande, volledige grafiek is onze landgenoot toegevoegd. Daarom staat hij dus niet in de vorige. Pep Guardiola’s spilfiguur zet niet zomaar de toon, maar is haast buitenaards. Hij speelde dit seizoen 2.156 minuten in de Premier League. Hij kwam dus 23,95 keer negentig minuten in actie. Vermenigvuldig dat met zijn xA-waarde (0,44), dan bekom je 10,54. Op lange termijn hoopt een trainer dat de xA-waarde, of voor spitsen de xG-waarde, ongeveer gelijk loopt met het effectieve aantal. Dat consistent overpresteren is enkel weggelegd voor de allerbesten. De jongen uit Drongen verzamelde dit seizoen al zeventien assists in de Premier League.