Het is vandaag precies vijftig jaar geleden dat Feyenoord als eerste club uit de Lage Landen een Europese hoofdprijs wist te winnen. Op 6 mei 1970 wonnen de Rotterdammers de finale van de Europa Cup I, de voorloper van de huidige Champions League.

De Europa Cup I was destijds meer een Champions League dan het huidige gedrocht. Aan dit toernooi mochten alleen de landskampioenen mee doen. Feyenoord schakelde achtereenvolgens KR Reykjavik (12-2 en 4-0), bekerhouder AC Milan (0-1 en 2-0), Vorwärts Berlin (0-1 en 2-0) en Legia Warschau (0-0, 2-0) uit, om in de finale in San Siro na verlengingen te winnen van Celtic (2-1).

Feyenoord stond onder leiding van Ernst Happel en bestond onder meer uit spelers als de op 28 april overleden doelman Eddy Pieters Graafland, het betonnen verdedigingsblok Theo Laseroms en Rinus Israël, de middenvelders Wim Jansen en ‘de Kromme’ Willem van Hanegem en de aanvallers Coen Moulijn en Ove Kindvall.

De zege van Feyenoord luidde een periode van Hollandse hegemonie in Europa in. De drie volgende Europacups werden gewonnen door Ajax. In Rotterdam zijn ze er echter nog altijd trots op dat zij “Voor altijd de eerste” zijn. Het is niet alleen de titel van een boek, maar ook een steek onder water die geregeld wordt uitgedeeld als fans van aartsvijand Ajax weer eens lopen te stoefen over de Europese prestaties van hun club.

In 1970 won Feyenoord overigens niet alleen de Europa Cup I, maar legde het ook beslag op de Wereldbeker voor Clubteams. In een dubbele confrontatie waren de Rotterdammers het Argentijnse Estudiantes de la Plata de baas: 2-2 en 1-0.

Feyenoord schreef later ook nog twee keer de UEFA Cup op zijn naam. In 1974 (finale gewonnen met 4-2 van Tottenham) en in 2002 (finale gewonnen met 3-2 van Borussia Dortmund).