Erling Braut Haaland speelde 18 wedstrijden in zijn eerste halve seizoen bij Borussia Dortmund. Daarin liet hij maar liefst 16 doelpunten noteren. De spits lijkt veel binnentikkers te scoren, maar een analyse van de treffers toont aan dat hij torinstinct, timing en rust voor doel weet te combineren. Bovendien liet Haaland meermaals een – en steeds dezelfde – speciale loopschijnbeweging zien.

WedstrijdenDoelpunten
Bundesliga1513
DFB-Pokal11
Champions League22

Een slechte spits zou drie van de zestien treffers van Haaland ook tegen de netten gewerkt hebben – een frommelgoal, een simpele binnentikker na een counter en een eenvoudige rebound -, maar bij de andere doelpunten toonde de Noor steeds waarom hij zo’n geweldenaar is.

Beginnen doen we met de meest opvallende vaststelling: vijf keer scoorde hij na een loopschijnbeweging. Net voor een potentiële voorzet lijkt de onervaren maar duidelijk zeer intelligente aanvaller met één been een loopbeweging in te zetten waarmee hij of voor of achter ‘zijn man’ zou uitkomen. Telkens past hij zijn koers aan en verschijnt hij onverwacht aan de andere kant van de verraste verdediger. Viermaal werkte Haaland de voorzet rechtstreeks af, één keer stond hij door zijn typische schijnbeweging moederziel alleen toen de voorzet hem via een teamgenoot bereikte.

De loopschijnbewegingen getuigen van een uitstekende timing, en die komt eveneens tot uiting bij zes andere goals. Hij loopt op het juiste moment diep of duikt precies wanneer het nodig is (om niet buitenspel te staan) op uit de rug van zijn verdediger. Zo zet hij vele steekpassjes van de spelers achter hem en voorzetten vanop de flanken om in doelpunten.

Dankzij zijn timing en loopacties hoeft Erling Haaland de bal vaak maar binnen te tikken, een kwaliteit die hij natuurlijk ook bezit. Zijn eerste acht schoten op doel in de Bundesliga leverden maar liefst zeven goals op. Hij toonde echter dat ook moeilijkere afwerksituaties geen probleem vormen. Zo deed hij de netten eenmaal trillen na een prachtig gekruist schot in één tijd en scoorde hij één ander doelpunt toen hij uit evenwicht was. Verder scoorde hij ook één doelpunt met het hoofd, een knappe plaatsbal.

Drie keer moest Haaland zelf nog werk verrichten met de bal alvorens hij tot scoren kon komen. Eenmaal legde hij de bal met enkele baltoetsen klaar voor zijn linkervoet alvorens rustig af te werken, een andere goal viel nadat hij de keeper omspeelde en het leer vanuit een scherpe hoek kalm tegen de touwen werkte. Composure is duidelijk een grote kwaliteit van Haaland. Tot slot scoorde hij één afstandsschot, een wereldgoal tegen PSG in de Champions League.