Gastcolumn van de pen van ‘Statler Gantoise’

Hoe de terugkeer van Jess Thorup de recente turbulente maanden van KAA Gent scherpstelt.

Hoop

Eindelijk.

Eindelijk was er voetbal. Een pak transfers, een terecht uitgesproken ambitie, een nieuw seizoen. Een moment van verpozing, afleiding, na de dorre coronaquarantaine, het afgebroken seizoen, de fratsen van de Pro League. Een veld, een bal, 22 spelers, een fluitsignaal.

Ook al kon je niet naar het stadion, ook al kon je het niet samen bekijken, de bal zou rollen en het leven van iedereen die KAA Gent genegen was, zou er wat beter uitzien. Er was hoop op betere tijden, ook al was die tijd slechts om de week een luttel anderhalf uur.

En er was reden tot hoop.

KAA Gent was vice-kampioen, had Europees overwinterd, speelde aanvallend voetbal, in de Ghelamco was het voor bezoekende ploegen moeilijk winnen en de kern was kwalitatief sterk. De onvermijdelijke transfer van Jonathan David zou ons financieel secuur maken in coronatijden en toelaten uit te halen op de transfermarkt. Iets wat in Brussel niet kon, kon in Gent wel.

Toen voorzitter Ivan De Witte eind juni, varend op een bootje op de Leie, het champagneglas heffend, zei dat we Club Brugge zouden uitdagen, dat de Gantoise bijna haar voet naast de favoriete rivaal had gezet, anderen voorbij was, vond ik dat geen grootspraak, maar een blijk van gezonde ambitie. Goed zo Ivan! Gaan met die banaan! Durf!

Dit zou het jaar worden van de tweede titel. Voor de voorzitter de kroon op het harde werk. Het was tijd om te oogsten. Onze kapiteins Ivan, Vadis en Jess zouden daarvoor zorgen.

Helaas.

Wanhoop

Het seizoen begon met twee zwakke wedstrijden, te veel ballen op de paal, te veel defensieve blunders en nul punten. Dat was even slikken. Dat stond niet in het script. Maar hé, nog 32 wedstrijden te gaan. Vervelend, geen ramp.

Toen ontsloeg onze voorzitter Jess Thorup, tot verbijstering van velen.
De blauw-witte keet stond meteen in brand. Wat was dit? Ontslag? Voor de twee verloren wedstrijden dit seizoen? Voor de twee verloren wedstrijden op het eind van het seizoen? Voor de verloren bekerfinale? Wie zal het zeggen? De redenen bleven in de interne keuken. Nog steeds.

De voorzitter stelde László Bölöni aan, tot verbijstering van allen.
De keet ontplofte. Wat was dat? Los van zijn kwaliteiten, hoe paste een coach als Bölöni bij dit Gent?

De nieuwe trainer zijn eerste wedstrijd was ironisch genoeg op Antwerp. Middenvelders deden mandekking in de verdediging. 0 op 9. Weg hoop. Welkom onrust, onbegrip en ontgoocheling.

De blinde supporter

Nu, een supporter heeft altijd zijn gedacht. Hij is echter blind: hij leest de media, hij ziet de wedstrijd. Hij kent nooit het volledig verhaal noch wat de toekomst brengen kan.

Misschien was Jess Thorup vooral goed in het verzorgen van zijn eigen PR, misschien was de ruit — zo succesvol vorig jaar — niet zijn idee, misschien was hij tactisch niet onderlegd, misschien zorgde hij niet voor de ontbolstering van ene Jonathan David, misschien was hij ons vertrouwen niet waard.

Misschien zou László Bölöni het voetbal brengen dat hij in 2008 met Standard bracht. Misschien was hij de man om de zomerweemoed van bepalende spelers te doorbreken, misschien bood hij een grotere kans om de ambities van dit KAA Gent te realiseren. Misschien speelden we met hem wel los kampioen.

We gaan het nooit weten. Na drie wedstrijden en scherpe kritiek uit de spelersgroep zette KAA Gent László Bölöni aan de deur. We waren 3 op 15 punten ver.

De bocht in de Leie

Trainers worden overal ontslagen. Fouten worden overal gemaakt. Het vervangen van Jess Thorup door László Bölöni deed de Buffalo’s fronsen omdat het niet louter een wissel van een coach was. Het was een koerswijziging, een bocht, gemaakt in de Leie, die het wezen van KAA Gent raakte. Welke ploeg wou KAA Gent zijn? Laat dat net iets zijn wat iedere Buffalo aanvoelt en gevoelig voor is. Voelde het bestuur dat dan niet?

Jess Thorup werd trainer van KAA Gent in oktober 2018. Een moedige keuze: een buitenlander, een vrij jonge coach met nieuwe ideeën. Iemand met oog voor data, de onderbouw van het moderne voetbal. Kampioen in Denemarken. Een voormalige spits die stond voor aanvallend voetbal. Een Deen. Een gentleman in korte broek. Zijn aanstelling was een trendbreuk. Niet langer werd in de stille vijver van Belgische trainers gevist.

Het was ook een noodzakelijke keuze. Yves Vanderhaeghe, zijn voorganger, bereikte na de valse start van Hein en diens vertrek naar Anderlecht nog PO1 (chapeau!). Het zwoegende voetbal waar hij voor stond kon echter de tribunes nooit bekoren. Zeker niet na de 1–5-nederlaag tegen KRC Genk. Na die match werd de voorzitter door supporters belaagd. Zo kon het niet verder.

De trendbreuk werd bevestigd door de komst van Peter Verbeke — een week later — als sportief manager. Hij zou, samen met de scoutingscel, garant staan voor een meer datagericht transferbeleid.

In oktober 2018 koos de leiding van de club bewust voor een verdere professionalisering van KAA Gent. Het was een stap naar modern sportief management, onderbouwd door een duidelijke visie, data en een drang naar voren. Want aanvallend voetbal is het DNA van KAA Gent. De voorzitter had het zelf gezegd. De tribunes — altijd al kritisch — willen het zien. Het is de nalatenschap van Hein, van de titel, van de Champions League, van Wembley.

En het werkte.

Ja, we verloren die verdomde bekerfinale maar vorig seizoen was het weer plezant in de Hellamco, tot in Rome toe. Data heerste, alles — tot ingooicoaches toe — werd uit de kast gehaald. De kleedkamer was rustig, de sfeer was er goed. Er was een lijn te ontwaren in de transfers en op het veld. Het voetbal was aanvallend, borst vooruit. De ruit was verrukkelijk. Iedereen was bang van Buffalo. We waren klaar voor meer.

Totdat de voorzitter Thorup torpedeerde.

Was het daar maar bij gebleven.

De verwarde Buffalo

De trainerswissel (de eerste, die van Thorup) knaagde aan de vertrouwensband tussen de supporters en het bestuur van KAA Gent. Het ontslag kwam arbitrair en eigengereid over, de persoonlijke keuze voor Bölöni in tegenspraak met het geliefde aanvallende voetbal waar de Gantoise voor zou moeten staan.

De vertrouwensband, het onuitgesproken contract tussen de supporters en de leiding van een voetbalploeg, is iets cruciaal. Een supporter, in welke mate hij ook geprivilegieerd mag zijn, vereenzelvigt zich met zijn club. Van de leiding van zijn club verwacht hij dat die de zaak beheren als een goede huisvader. Een voetbalploeg weet dat haar supporters essentiële belanghebbenden zijn. Zonder hen is een club een lege doos.

De Buffalo’s hebben veel redenen om enorm dankbaar te zijn: het vermijden van het faillissement, het stadion, de titel, de Champions League-saga, Wembley, de financiële veiligheid die de recordtransfer van Jonathan David brengt.

De onverwachte koerswijziging, de timing en aard ervan, deed het geloof dat de Gantoise in bekwame handen was wankelen. Pijnpunten, die voorheen met de mantel der liefde werden bedekt, kwamen in fel licht te staan. Wat was er aan de hand? De Buffalo’s vatten het niet. De communicatie uit de club maakte ze niets wijzer.

Integendeel, de club deed er nog wat schepjes bovenop.

De kelk en de bodem

Het begon met de regeling voor wedstrijden in de coronaperiode. KAA Gent kondigde die trots enkele dagen voor de eerste thuiswedstrijd aan. Eindelijk. Het leek prima: een beperkt aantal supporters (uiteraard), in bubbels.

Toen vielen de e-mails met tickets in de bus. Vriendengroepen werden uit elkaar getrokken, ouders werden van hun minderjarige kinderen gescheiden. Verontwaardiging volgde. Enkele supporters dachten eraan hun club in gebreke te stellen. KAA Gent moest noodgedwongen een dag voor de wedstrijd de oefening opnieuw doen.

Die storm was amper geluwd of daar was de compensatieregeling voor de abonnementen. Een opgelegde verdeling, zonder keuzemogelijkheid, waarbij de abonnee een kwart van zijn geld terugzag en de rest direct of indirect naar de club terugstroomde, en waarvan de wettelijkheid een vraag was. Gebaseerd op een enquête door supporters die meteen duidelijk maakten dat ze zich niet in de conclusies en het verplicht karakter konden vinden.

De collectieve reactie van de Buffalo’s hierop ging voorbij ontgoocheling, langs verbijstering, richting woede. Enkele supporters stelden KAA Gent in gebreke. Dit begreep niemand meer. Waar was de goede huisvader bij deze club die “one family” als motto heeft? Had niemand dit aangevoeld? Leefde men in een ivoren toren?

De club reageerde. Met ontgoocheling over gebrek aan clubliefde en supportersgevoel, olie op een laaiend vuur. Dan met persoonlijke telefoontjes van de manager en directeur communicatie, inclusief een individuele, andere regeling. Tenslotte met een alternatief, de keuzemogelijkheid voor de wettelijke tegoedbon, voor iedereen.

Opnieuw moest KAA Gent achter de feiten aanhollen. Opnieuw kreeg de vertrouwensband tussen Buffalo’s en de leiding van KAA Gent een deuk. Was dit het beheer van een professionele club?

Gelukkig was er nog het voetbal. Nee dus. Nauwelijks punten en zware nederlagen in de competitie, geen vuist in de Champions League, verlies tegen de zwakste ploeg in onze Europa League-poule. Ook het voetbal bracht geen soelaas, integendeel.

Terugkeer in mineur

Sinds dat ontslag in augustus vaart de blauw-witte boot niet in de kalme Leie, maar vertoeft het in zware zee, zonder duidelijke koers. En maakt het water.

Straks staat Jess Thorup voor het eerst weer in de Ghelamo,
een lege Ghelamco.

Het zou mooi geweest zijn mocht hij op het eind, ongeacht de score, nog even een laatste keer zijn klassieke ronde van het veld hebben kunnen doen. Voor een vol huis.

Een staande ovatie zou volgen. Voor wat ie deed en waar hij voor stond: een Gantoise zoals ze had kunnen zijn en die we missen.

Zelfs dat is ons niet gegund.

De kelk is nog niet leeg.

Ondanks alles, COBW!