Het is alweer eind augustus, onze Belgische Jupiler Pro League is alweer vijf speeldagen ver. Tijd dus voor een tussentijds en veel te voorbarig overzicht van de vijf belangrijkste conclusies.

1. Union is een echte aanwinst met grote gunfactor

Union Sint-Gillis, voluit Royale Union Saint-Gilloise, stamnummer 10, getooid in geel en blauw. Stop de klok. Met wat geluk waren dat de eerste kernwoorden waar de gemiddelde voetbalfan voor dit seizoen kon opkomen als het over de Brusselse Unionisten ging. Het Joseph Marienstadion of Dudenpark had menig volger van onze pintjesliga ook nog geweten. Wat velen schijnen te vergeten is dat de club de succesvolste Belgische club voor de Tweede Wereldoorlog was en elfmaal de landstitel wist te veroveren. Daarmee laten de Brusselaars vooralsnog enkel de buren van RSC Anderlecht (34) en Club Brugge (17) voor zich.

Sinds 2021 speelt de club na een afwezigheid van maar liefst 48 jaar terug in de Eerste klasse A, de hoogste voetbalklasse van België. Dat Union zijn start niet gemist heeft, zal de grote broer uit Brussel-West geweten hebben. Union liet op speeldag 1 namelijk al meteen zijn tanden zien in het Astridpark. Daarna volgde nog een nipte en onverdiende nederlaag tegen Club Brugge op speeldag 2 en een zes op zes tegen Beerschot en KV Kortrijk voor de tweede en veel pijnlijkere nederlaag op KV Mechelen. Zo start la Vieille Dame dus met een 9 op 15 aan het seizoen 2021-2022 en parkeert ze zich voorlopig op een knappe vierde plaats in het klassement. Van een rentree gesproken.

Meer nog dan de onverwacht vlotte start is het vooral het aangename, open en aanvallende voetbal van de jongens van Felice Mazzu dat indruk maakt en het stamnummer 10 zo een grote gunfactor bezorgt. Tel daar nog het nostalgische en iconische Dudenparkstadion bij, het jonge publiek en het feit dat het grotendeels dezelfde jongens zijn die vorig seizoen door 1B raasden en je hebt het perfecte recept voor een aantrekkelijke (tweede) favoriete ploeg.

2. Gent slikt te veel tegendoelpunten

Eerlijk is eerlijk, we trekken al conclusies over KAA Gent terwijl de club uit de Arteveldestad nog maar vier speeldagen ver is in de Jupiler Pro League. De wedstrijd tegen Anderlecht op speeldag vijf werd namelijk uitgesteld om onze Europese coëfficiënt nog wat te (proberen) beschermen. Waarom dan toch een conclusie over Gent? Na vier speeldagen in België en vijf wedstrijden in Europa kunnen we toch wel besluiten dat het team van Vanhaezebrouck veel te veel tegendoelpunten slikt.

Het euvel startte eigenlijk al in de voorbereiding, waar de Buffalo’s twee doelpunten tegen het grote Dikkelvenne (uit altijd moeilijk) slikten en zowel Utrecht als Sparta Rotterdam elk nog eens drie doelpunten in het mandje legden. Verder werd nog 1-1 gelijkgespeeld tegen Feyenoord, verloren ze nog met 0-1 van RFC Seraing en wonnen ze nog met 0-1 van de Franse kampioen LOSC Lille. Zo sloot Gent de voorbereiding met een 8-10-doelpuntensaldo af. Niet echt positief dus.

In de Conference League, nota bene de derde Europese beker, startte Gent met hernieuwde moed én een clean sheet: 4-0 tegen het Noorse Vålerenga Fotball. Een week later was er van die goede start alweer niets te merken en verloor Blauw-Wit met 2-0. De volgende tegenstander was het Letse RFS tegen wie de Buffalo’s alweer twee tegendoelpunten slikten (2-2 en 0-1-winst) om in de volgende ronde met 1-0 te gaan verliezen tegen het Poolse RKS Rakow Czestochowa. Huilen met de pet op, want Gent verdiende niet te verliezen. In onze JPL werd enkel thuis tegen KV Mechelen (2-0) de nul gehouden. En zo bengel je met een vier op twaalf ook in de Belgische Eerste klasse onderaan.

3. Blessin kan het nog, Yveske is een vakman

Ongetwijfeld het beeld van de vijfde speeldag, de handshake en het duo-interview van Standard-coach Mbaye Leye en Oostende-trainer Alexander Blessin na de wedstrijd en het discutabele slot. Standard won met 1-0, maar wel door een zeer discutabel en (hoogstwaarschijnlijk) buitenspeldoelpunt van Selim Amallah.

Het is een wet in het voetbal dat je na je grootste succes beter meteen vertrekt bij een club. Kijk maar naar Romelu Lukaku en zijn transfer naar Chelsea FC na zijn landstitel met Inter vorig jaar. Waarom zou je nu vertrekken na succes? Wel, omdat je in het voetbal nooit beter kan doen dan vroeger, tenzij je Lionel Messi heet (en dan nog). Blessin werd genoemd bij Antwerp, er was vage interesse uit het buitenland, maar de Duitser besloot te blijven. Riskant, maar met een negen op vijftien en nog steeds aantrekkelijk voetbal bewijst Blessin voorlopig het ongelijk van die voetbalwet. Misschien is hij wel de uitzondering die de regel bevestigt.

Nog een andere voetbalwet is dat clubs die in buitenlandse handen vallen gaandeweg hun ziel en eigenheid verliezen. Sinds AS Monaco in 2017 Cercle Brugge overnam, leek ook de Vereniging hetzelfde lot beschoren. Vier jaar lang was het een komen en gaan van Monegaskische beloften en tweederangsspelers en -trainers. Tot Yves Vanderhaeghe en Thomas Buffel vorig seizoen overnamen van de sympathieke doch ongeschikte Paul Clement. Dat Yveske een vakman is bewees hij al bij onder meer KV Kortrijk (2x), KV Oostende en KAA Gent. Een wijze les voor de Russische eigenaar van Monaco: behoud het vertrouwen in Vanderhaeghe en laat hem een project op poten zetten, ook al is dat met vallen en opstaan.

4. Anderlecht blijft vallen, maar staat toch iets vaker op dan vroeger

Bij het woord “project” denken we natuurlijk allemaal meteen aan RSC Anderlecht. Sinds de overname door Marc Coucke en de komst van Vincent Kompany worden we namelijk wekelijks herinnerd aan hun fameuze project. Ook dat project verloopt al jaren met vallen en opstaan, maar waar de slapende reus de vorige twee seizoenen vooral in het seizoensbegin viel en lange tijd bleef liggen, lijkt het alsof Vince the Prince eindelijk een vaste basiskern heeft gevonden. Daardoor staan zijn jongens toch al iets vaker op, soms zelfs nog tijdens dezelfde wedstrijd.

Met Van Crombrugge, Hoedt, Olsson, Cullen en Raman heeft Kompany al vijf van de elf namen op z’n blad staan. Niet toevallig is dat de centrale as van het elftal. Waar Kompany vorig seizoen nog te veel in zijn as wisselde, behoudt hij nu week na week het vertrouwen in zijn Gouden Vijf. Daarnaast toont hij ook veel vertrouwen in de beloftevolle Sergio Gómez en lijkt hij Amuzu ein-de-lijk wat doelgerichter te maken. Op de rechtsachter wisselt hij nog steeds onbegrijpelijk tussen de degelijke Murillo en de jonge – maar intussen al helemaal niet meer onervaren – Sardella. Het is mooi om te zien dat Coach Kompany zoveel vertrouwen heeft in Sardella, maar te veel geduld is niet goed en kost uiteindelijk te veel punten.

Waar Kompany misschien te veel geduld heeft, moet de grote baas van die andere slapende reus Royal Antwerp FC misschien toch zijn geduld en kalmte proberen te behouden. Akkoord, met vier op twaalf is de start onverwacht gemist, maar als Gheysens geduld heeft, komt Antwerp er wel. Met zo’n kern – let ook op het grote aantal Belgen – en een beloftevolle coach als Brian Priske is een plaats in de Champions Play-Offs bijna verzekerd.

5. Voetbal is en blijft Door Fans, Voor Fans

Waar de media na speeldag 4 nog bezorgd waren over het aantal fans en de beleving in het stadion na 1,5 jaar corona en (quasi) lege tribunes, was het een opluchting en verademing om afgelopen weekend de volle tribunes in Mechelen, Luik en Brugge te zien. Als corona en de terugkeer van de fans ons iets geleerd hebben, dan is het wel dat voetbal voor fans en nog meer door fans gemaakt wordt. Dan mag Florentino Pérez nog azen op z’n grote droom – een gesloten Super League met elke week alleen maar topaffiches om nog meer geld bij de sponsors op te halen –, zonder fans die zelfs tegen kleinere teams hun ploeg voortstuwen is voetbal weinig tot niets waard.