Wie dacht dat Bayern München een rustige zaterdagnamiddag tegemoet ging op het veld van promovendus Vfl Bochum kwam meer dan bedrogen uit. De autoritaire leider in de Duitse Bundesliga kreeg maar liefst vier tegentreffers te verduren in de eerste helft en verloor de wedstrijd uiteindelijk ook met 4-2. Haast ongezien. Het was dertien jaar geleden dat Bayern nog eens vier tegendoelpunten slikte voor de pauze, toen tegen de wereldsterren van FC Barcelona in de Champions League.

Robert Lewandowski leek Bayern München na tien minuten spelen op weg te zetten naar een eenvoudige overwinning op bezoek bij promovendus en middenmoter Bochum. Geen vuiltje aan de lucht, maar dat keerde snel. Nog geen vijf minuten later bracht Christopher Antwi-Adjej zijn ploeg op gelijke hoogte, en dat was nog maar het begin van een doldwaze eerste helft. Een strafschopdoelpunt van Jürgen Locadia, gevolgd door een snelle treffer van Cristian Gamboa lieten de troepen van Julian Nagelsmann tegen een 3-1-achterstand aan kijken. Nog was het niet gedaan. Vlak voor de pauze scoorde Bochum een vierde keer, ditmaal via Gerrit Holtmann. Vier tegen één was de ongeziene stand bij de rust.

Een historische eerste helft voor de geschiedenisboeken, want het gebeurt maar heel zelden dat Der Rekordmeister vier tegendoelpunten slikt in de eerste 45 minuten van een wedstrijd. Daarvoor moeten we inmiddels teruggaan naar het jaar 2009, toen Bayern met een 4-0-achterstand ging rusten in het Champions League-duel tegen FC Barcelona. Bij de Catalanen speelden toen vedetten als Lionel Messi, Samuel Eto’o en Thierry Henri, die allen ook scoorden. Bij Bochum zijn de namen een pak minder ronkend, wat de prestatie ook des te fraaier maakt.

Dat Lewandowski in de tweede helft milderde tot 4-2, werd uiteindelijk een voetnoot in de knappe en memorabele zege van Bochum dat voor het eerst in 18 jaar nog eens wist te winnen van de voetbalreus uit München. Een zaterdagnamiddag die ze in het Vonovia Ruhrstadion ongetwijfeld niet snel zullen vergeten.