Toen een Manchester City-fan me vroeg waarom Liverpool maar een gelijkspel behaalde op Fulham, antwoordde ik met: “Omdat ze speelden tegen een van de beste spitsen uit de Premier League.” De desbetreffende Cityzen trok grote ogen, alsof ik de sterren Haaland, Núñez, Jesus, Havertz en co vergeten was. Die reeks kleppers zijn echter allemaal spitsen van het moderne type, een combinatie van snelheid, loopvermogen en doelpunten afdwingen. Aleksandar Mitrović daarentegen is minder fluweel geschapen, maar bezit een traditioneel torinstinct dat niet te stoppen is. Na zijn recordseizoen met 43 doelpunten hervatte hij die vorm met een brace tegen Liverpool. Fulham beseft dat de Premier League iets anders is dan de Championship, maar hun grootste kans op het behoud ligt bij de goals van Mitrović.
Een speler die ook niet meteen in het hippe rijtje van moderne spitsen thuishoort, is Michael Frey. Na drie speeldagen staat Antwerp alleen op kop met drie overwinningen én drie goals van Frey. Het mooiste aan de Zwitser is zijn viering na een doelpunt: armen wijdt, uitzinnig van vreugde, waardoor hij zich nog breder maakt dan hij eigenlijk al is. Alsof hij duidelijk maakt: “Kijk, hier ben ik dan!” en de tegenstander doet huiveren.
Zowel Mitrović als Frey hebben iets van een bad boy, maar het zijn allebei tedere jongens. Mitrović ontspant zich ’s avonds met een schaakspel. “Schaken leert je om te anticiperen en na te denken,” zei hij in een interview. Ook Frey heeft zijn verzetje, namelijk tekenen en schilderen. Vorig jaar veilde Younited Belgium zijn prachtige schilderij van de Antwerpse Groenplaats voor meer dan 5000 euro. Daarmee volgt hij het pad van Manchester United-legende Éric Cantona. De Fransman schilderde ook tijdens zijn voetbalcarrière. Er bestaat een machtige foto van Cantona waarop hij zit te schilderen achter een kerktorentje in Montpellier, inclusief verfpalet en werkmanshoed. Mitrović schaakt, Frey schildert, en daarom lijkt hun voetbal zo simpel. Ze leiden zichzelf daardoor af van de constante honger naar goals. Daarom vallen aanvallers en kunst zo goed samen, omdat de beste aanval in de kunst besloten ligt. Of zoals Cantona zei: “Omdat elke kunstenaar (lees: spits) zoekt naar de spontaniteit in wat hij doet.”