Philippe Clement heeft zijn mooie eindspurt in het Ligue 1-seizoen 2021/22 niet kunnen bekronen met een deelname aan de Champions League-groepsfase. Na het 1-1-gelijkspel tegen PSV in de heenwedstrijd kwam Monaco op voorsprong in Eindhoven, maar uiteindelijk werd het 3-2 voor de thuisploeg, waardoor Clement net als Eliot Matazo een kruis kan maken over zijn Champions League-dromen. Een pak PSV-Belgen stromen daarentegen wél door naar de play-offronde, waaronder Ismael Saibari. Wie herinnert zich trouwens dat Philippe Clement ooit juichte bij een doelpunt van de in Spanje geboren Marokkaanse jeugdinternational?

Ismael Saibari kan zeggen dat hij met twee Belgische clubs kampioen is geworden. Het is te zeggen: de in Spanje geboren Marokkaan, die tevens een Belgisch paspoort heeft, droeg de kleuren van RSC Anderlecht toen paars-wit in 2017 zijn 34e landstitel veroverde. Toen KRC Genk twee jaar later voor de vierde keer in zijn bestaan landskampioen werd, speelde Saibari bij de jeugd van Genk. Al kwam hij toen al wel eens vrij dicht bij het eerste elftal…

Op 17 maart 2019 ging KRC Genk met een 3-3-gelijkspel tegen Zulte Waregem de play-offs in. Ruslan Malinovskyi, Junya Ito en Leandro Trossard hadden het openingsdoelpunt van Hamdi Harbaoui aanvankelijk uitgewist, maar Sandy Walsh (nota bene ex-Genk) maakte de wedstrijd in de 72e minuut weer spannend door de 2-3 te scoren, en Harbaoui zorgde in de blessuretijd alsnog voor de 3-3. Jammer puntenverlies voor de leider, maar een drama was het niet, want eerste achtervolger Club Brugge was op datzelfde moment met 1-2 de boot ingegaan tegen Excel Moeskroen. Genk begon, na halvering van de punten, dus met vier punten voorsprong aan Play-off 1.

Ter voorbereiding van de play-offs speelde Genk op 22 maart een oefenwedstrijd achter gesloten deuren tegen KVC Westerlo, toen nog actief in Eerste klasse B. Bob Peeters liet met Kel Ofori en Yannick Mols twee spelers uit de Academie opdraven, elk een helft. Bij Genk bracht Philippe Clement met Xander Lambrix (sinds 2020 bij Roda JC) en Gabriel Leveh (tegenwoordig zonder club) ook twee jeugdspelers aan de aftrap, en met Shawn Adewoye (sinds 2021 bij RKC Waalwijk), Siebe Paesen (later bij Lommel SK, Patro Eisden en Bocholt VV) en Ismael Saibari kregen wat jongeren een invalbeurt. Ook Rubin Seigers kun je met wat goede wil nog een jeugdspeler noemen – die had op dat moment nog maar een paar profwedstrijden op zijn teller staan. Voor de rest stonden latere kampioenen als Danny Vukovic, Sébastien Dewaest, Jhon Lucumí, Junya Ito – pas in januari 2019 neergestreken in Genk – en Sander Berge wel gewoon in de ploeg.

Wat na afloop van de kansarme wedstrijd vooral onthouden werd, was dat Sander Berge bijna een volledige wedstrijd had kunnen spelen. De Noor had de volledige maand februari 2019 aan zijn neus zien voorbijgaan wegens een kuitblessure. Op de slotspeeldag van de reguliere competitie had hij zijn comeback gemaakt: kort voor het halfuur was hij ingevallen voor Jakub Piotrowski. Tegen Westerlo had hij 80 minuten kunnen meespelen. Dat Ismael Saibari – op het uur ingevallen voor Gabriel Leveh – voor een 1-0-zege had gezorgd met zijn doelpunt in de 84e minuut, leek achteraf maar een detail. Berge verscheen in de play-offs negen keer op rij op de aftrap en miste enkel de slotwedstrijd tegen Standard, toen Genk de landstitel al op zak had.

Saibari speelde tijdens de voorbereiding op het seizoen 2019/20 ook nog enkele oefenwedstrijden onder Clements opvolger Felice Mazzù, maar een officiële wedstrijd in het eerste elftal van de club speelde hij nooit. In 2020 vertrok hij naar PSV, waar hij op Allerheiligen 2020 een korte invalbeurt kreeg in de 4-0-zege tegen ADO Den Haag. Vier dagen later liet trainer Roger Schmidt hem ook invallen in de Europa League-groepswedstrijd tegen PAOK Saloniki, die PSV met 4-1 verloor. dit seizoen mocht hij al vier keer opdraven in het eerste elftal van de club: na invalbuerten in de Johan Cruijff Schaal en de Eredivisie gaf trainer Ruud van Nistelrooy, vorig seizoen zijn trainer bij Jong PSV, hem zowel uit als thuis tegen AS Monaco een basisplaats.

Het doet allemaal denken aan de derde kampioenentrainer van Genk, Frank Vercauteren. Die had als hoofdtrainer al twee landstitels veroverd met RSC Anderlecht toen het op 17 mei 2011 voor de derde keer prijs was. In december 2009 arriveerde hij bij een Genk dat in diepe crisis zat, maar de Gouden Schoen van 1983 sleepte uiteindelijk toch nog Europees voetbal in de wacht door Play-off 2 te winnen en vervolgens STVV, het nummer vier in Play-off 1, te kloppen. In het seizoen 2010/11 nam Genk een prima start (15 op 15), wat in de huidige Cegaka Arena vaak de voorbode is van een hoge eindranking. Ter vergelijking: tussen de 15 op 15 van 2010/11 en 13 op 15 van 2018/19 haalde Genk slechts één keer meer dan 9 op 15, namelijk in 2016/17 (10 op 15).

Dat het uitgerekend jeugdspeler David Hubert was die na het 1-1-gelijkspel tegen Standard de kampioenenbeker als eerste de lucht in mocht steken, is symbolisch. Hoeveel pieken en dalen ze ook kent, de jeugdopleiding van de Genkenaars is en blijft een begrip in zowel het binnen- als het buitenland. Een blik op de toenmalige selectie leert ons dat Genk naast Hubert, Jelle Vossen, Marvin Ogunjimi en latere wereldsterren als Thibaut Courtois en Kevin De Bruyne ook jongens als Timothy Durwael, Dimitri Daeseleire, Anthony Limbombe, Leroy Labylle en Maurizio Aquino speelminuten kregen van Vercauteren.

Voor aanvang van het seizoen 2010/11 had Genk dan ook nog eens drie latere Rode Duivels laten vertrekken nog voordat ze hun officiële debuut voor Genk hadden gemaakt. Beeld u maar eens in wat een ontluikende Yannick Carrasco, Divock Origi en Dennis Praet samen hadden kunnen betekenen voor Genk, zeker in combinatie met een ontluikende Courtois en De Bruyne… Carrasco bevestigde later dat Vercauteren hem destijds persoonlijk opbelde om hem uit te nodigen om met de A-kern mee op zomerstage te gaan. De toen zestienjarige Vilvoordenaar had evenwel al een beslissing genomen: hij zou zijn jeugdopleiding verderzetten bij AS Monaco.

Vercauteren zal er ongetwijfeld nog eens aan hebben teruggedacht tijdens het kampioenenseizoen. In de zomer van 2010 liet hij Ayub Masika, een zeventienjarige Keniaan die in 2006 door RSC Anderlecht naar België werd gehaald en via Germinal Beerschot bij KRC Genk belandde, alvast opdraven in een paar oefenwedstrijden. Op het veld van Eendracht Henis stond Masika weliswaar nog op het veld met een pak andere medebeloften, maar tegen Bocholter VV en Zulte Waregem heten zijn ploeggenoten al Elyaniv Barda, Thomas Buffel, Eric Matoukou of Stein Huysegems.

Masika maakte pas op 15 januari 2012 zijn officiële debuut in het eerste elftal van Genk: op de 20e competitiespeeldag viel hij tegen Zulte Waregem in de 84e minuut in voor Nadson. Dat was al onder trainer Mario Been, want Vercauteren had inmiddels het hazenpad genomen naar Al-Jazira. Masika en Vercauteren kwamen elkaar later evenwel opnieuw tegen: na zijn passage bij Al-Jazira stond Vercauteren in het najaar van 2012 kortstondig aan het roer van Sporting Lissabon, dat toen in eenzelfde Europa League-groep zat als… Genk. Een dag na zijn aanstelling zag Vercauteren hoe assistent Oceano Cruz met 2-1 onderuit ging in de Cristal Arena. Op 8 november 2012 nam Vercauteren in Lissabon de honneurs zelf waar. Het werd 1-1, nadat Ricky van Wolfswinkel kort na het uur de score opende en Glynor Plet in de blessuretijd een punt redde voor Genk. Vercauteren zag die dag naast een aantal oude bekenden ook Masika in actie: Been stuurde hem in de 77e minuut het veld in voor Steeven Joseph-Monrose.

Het vervolg laat zich raden: Genk stootte als groepswinnaar door naar de knock-outfase – waar het weliswaar meteen gewipt werd door VfB Stuttgart –, Sporting Lissabon eindigde met 5 op 12 laatste in zijn poule. Vercauteren coachte wel slechts drie groepswedstrijden, waarin hij vier van de vijf punten van Sporting behaalde. Vier is overigens ook vooralsnog het aantal landen waarin Masika voetbalde na zijn vertrek uit België: Lierse SK verkocht hem in februari 2017 aan de Chinese tweedeklasser Beijing Renhe, die hem na de promotie naar de China Super League uitleende aan de Chinese tweedeklasser Heilongjiang Lava Spring FC en de Engelse tweedeklasser Reading FC. Na zijn vertrek uit China speelde hij vorig jaar even voor het Japanse Vissel Kobe, alvorens de bocht te nemen naar het Thaise Buriram United.