Charles De Ketelaere verliet België als een superster en kwam toe in Italië als ‘Carlès’. Die arme fans wisten niet hoe je de naam van die blonde jongen uit West-Vlaanderen moest uitspreken. CDK lachte en zwaaide timide. Een week voor zijn transfer naar AC Milan officieel was, stond hij iedere dag op de voorpagina van een krant met nietszeggende tekstkoppen: “Milan op zucht van CDK”, “Enkel nog handtekeningen van Rossoneri”, “De Ketelaere bijna in rood en zwart”. Het hield niet op. En wanneer Milan hem eindelijk een truitje gaf en hij voor het eerst op het veld stapte, adoreerde de pers iedere baltoets, alsof er geld uit zijn schoenen viel. Niet onlogisch, als duurste uitgaande transfer uit het Belgische voetbal (en dan is het nog een Belg ook!). Van de jeugdvelden aan de Olympialaan tot het immense San Siro, die stap spreekt tot de verbeelding.
Toch vind ik de transfer van Sergio Gomez naar Manchester City misschien nog straffer. Club Brugge hield met ieder detail rekening om het plan van De Ketelaere te doen slagen en op termijn vet te cashen op hun grootste jeugdtalent. Maar Anderlecht haalde Gomez van een zijspoor in Dortmund voor slechts 1,5 miljoen euro. De grootste club uit Engeland heeft die waarde dus vertienvoudigd! En wees maar zeker dat City hem niet aan de eindeloze lijst van loanies toevoegt, die som en die club zijn namelijk geen toeval. Gomez is een ideale concurrent voor de God der inverted wingbacks João Cancelo. Zijn potentieel komt bovendien veel mooier uit in dat lichtblauwe shirt.
Beide transfers zijn grote complimenten met zes kussen voor het Belgische voetbal. Het betekent dat de Pro League competitief sterk genoeg is om spelers systematisch te laten groeien. Ik maak me dan ook niet meteen zorgen dat de financiële hegemonie van Club Brugge de competitie als een voorspelbare kluchtshow zal lamleggen. Kijk maar naar Genk: blitsend flitsend voetbal, al 13 goals gemaakt en nog twee weken tot deadline day. Er kan nog veel met miljoenen worden gespeeld. Die vroege seizoensstart in België is waarschijnlijk de grootste vorm van geconstrueerde competitievervalsing. Dan was ik net zo positief over het voetbal op ons kleine lappendeken, dju toch.