Gert Verheyen haalde een onderzoek naar boven aan tafel bij Extra Time. Kleine clubs – met kleine budgetten – ondervinden meer invloed van de stand na vijf speeldagen dan grote clubs. Zo kunnen grote clubs zich letterlijk ‘uitkopen’ of steunen op een grotere kern om een feitelijke degradatie te vermijden. Verheyen testte deze resultaten op de degradanten uit de Jupiler Pro League van de laatste tien jaar. Wat blijkt: iedere degradant – telkens kleine clubs – stond op de vijfde speeldag derde laatst, voorlaatst of allerlaatst in het klassement. Een grote Maar: de laatste tien seizoenen bestonden telkens uit competitieformats met één rechtstreekse degradant. Dit jaar zullen het er drie zijn.
Bij het zien van die drie in het rood aangestipte nummertjes 16, 17 en 18 in de stand krijg ik een dystopisch 1984-gevoel. Momenteel staan daar respectievelijk Cercle Brugge, Seraing en Eupen. Zulte Waregem, Kortrijk en Standard hebben evenveel punten als Cercle, maar staan buiten de degradatiezone door allerlei detailregels – op het einde degradeert altijd iemand door een doelpuntje tekort. Zo’n degradatiezone – beter genaamd het ‘zakkerskwartier’ – is een gebied van onheil en stress. Daarin bestaan geen tekens van hoop of vooruitgang, want het is afgezet door een duidelijke grens die in ieders nachtmerries speelt. Op lange termijn ontstaan er kloven van niemandsland binnen het zakkerskwartier. Daarin overheerst de uitzichtloosheid van de situatie die langer en langer lijkt te duren.
Op basis van dat onderzoek moeten de genoemde clubs zich zorgen beginnen maken. Natuurlijk, het zijn nog maar vijf speeldagen en de transferzomer is nog niet voorbij, maar enkel Standard zal daar met hun rijke Amerikanen hoop uit kunnen putten. Op Twitter verkondigt de hoofdredacteur dat de Luikenaars zich nog zullen opwerken in de top 8. Een ander onderzoek bewijst dat het spuwen van hot takes een symptoom van degradatiestress is.
Het geplande seizoensverloop zal de degradatiestrijd nog verhevigen. Door het WK zal de competitie minstens een maand stilliggen. Welke club komt het best uit die ‘woestijnpauze’? Er zal een voor en na bestaan, net zoals een binnen en buiten het zakkerskwartier bestaat. Niets zal deze clubs doen ontspannen, en zeker geen Didier Lamkel Zé.