Anderlecht is een object waar je makkelijk tegen schopt, als een wilde afgesleten bal op een stadspleintje. Anderlecht is het kleine suïcidale zusje met een identiteitsstoornis. Anderlecht is de weerslag van alle ongelijk in de wereld. Anderlecht kan niet zonder het drama dat bij koninklijke families hoort. Anderlecht is een onwetendheid. Anderlecht moet opkijken naar een verleden dat in veel conservatieve geesten nog niet voorbij is. Anderlecht wil cool zijn zonder moeite te doen. Anderlecht is een aambei op het hart. Anderlecht, laat me met rust.
Iedereen kon live kijken naar een vernederend schouwspel. Van de goal van Nicolas Raskin tot de laatste woorden van voorzitter Wouter Vandenhaute, iedere beweging werd zorgvuldig uitgezonden en becommentarieerd. Het was vernederend om te zien hoe de spelers zwierven op het donkere trainingscomplex van de nationale ploeg in Tubeke, de opperste dystopie van het Belgische voetbal. Bij zonsopgang was de live blog van Het Laatste Nieuws al in volle gang: een foto van de bedrukte Felice Mazzu, een gesprek tussen Vandenhaute en zijn legal chief officer, ongelukkige gezichten op Neerpede. “Anderlecht is precies nog een heel interessante club als ik het zo hoor”, zei Vandenhaute op zijn persconferentie als reactie op de excessieve persaandacht.
Alles tussen de eerste vuurpijl en die persconferentie was een pervers schouwspel. Sommigen beweren zelfs dat we naar een uitgeschreven complot keken. Dit was het meest gemediatiseerde trainersontslag van de laatste jaren; vooral niet omdat “Anderlecht precies nog een heel interessante club is”, Wouter. Wij geilen met z’n allen nog steeds op dat institutionele paars, vooral als het er slecht mee gaat. Dat moet gedaan zijn. Anderlecht is sportief gezien een middenmoter momenteel. In godsnaam KV Mechelen staat boven hen, volstrekt oninteressant dus. De baas van de club eist een “cultuuromslag”, volstrekte herhaling dus. En Brussel is geelblauw, volstrekt logisch dus.