Zeggen dat het WK van Marokko hoe dan ook al geslaagd is, is een open deur intrappen. Toen Marokko in 1986 voor het eerst de groepsfase overleefde, sneuvelde het in de achtste finale tegen West-Duitsland. Nu behoren de Marokkanen alvast tot de acht beste landen van het toernooi. Hierbij enkele statistieken om de historische prestaties van Marokko in Qatar te kaderen.

Marokko voegde zich donderdag al bij het rijtje Afrikaanse landen met twee opeenvolgende gewonnen WK-wedstrijden. Het eerste land dat daarin slaagde was Kameroen: in 1990 wonnen ze hun eerste twee groepsduels tegen respectievelijk Argentinië en Roemenië. Nigeria nam in 1998 eveneens een goede start met 6 op 6 tegen Spanje en Bulgarije. In 2006 begon Ghana met een 2-0-nederlaag tegen de latere wereldkampioen Italië, maar daarna volgden zeges tegen Tsjechië en de Verenigde Staten. Ivoorkust verspreidde zijn twee opeenvolgende zeges dan weer over twee WK’s: de Ivorianen eindigden in 2010 met een 0-3-zege tegen Noord-Korea en begonnen in 2014 met een 2-1-zege tegen Japan.

Het WK 2022 is trouwens het eerste WK waarop twee Afrikaanse landen (minstens) twee opeenvolgende wedstrijden kunnen winnen. Enkele dagen na de tweeklapper van Marokko was het immers de beurt aan Senegal, dat aan zijn 1-3-zege tegen gastland Qatar een 1-2-zege tegen Ecuador breidde.

Marokko had vóór zijn twee opeenvolgende zeges ook al 0-0 gelijk gespeeld tegen Kroatië, waardoor ze zeven punten sprokkelden. Daardoor werden ze, net als bij hun eerdere kwalificatie voor de knock-outfase in 1986, groepswinnaar. Marokko is dus het eerste Afrikaanse land sinds Nigeria in 1998 dat als groepswinnaar eindigt. De Afrikaanse landen die zich na de groepswinst van Nigeria in 1998 plaatsten voor de knock-outfase (Senegal in 2002 en 2022, Ghana in 2006 en 2010, Algerije in 2014) deden dat allemaal als nummer twee van de groep.

Marokko is trouwens het tweede Afrikaanse land dat tweemaal groepswinnaar werd op een WK, na Nigeria in 1994 en 1998. De Nigerianen hebben op dat vlak evenwel geen perfect rapport: in 2014 plaatsten ze zich voor de derde keer in hun geschiedenis voor de knock-outfase van het toernooi – geen enkel Afrikaans land deed ooit beter –, maar dat deden ze toen wel als nummer twee van de groep. Het enige Afrikaanse land dat op dat vlak een perfect rapport heeft is Kameroen, dat zich in 1990 plaatste als groepswinnaar. Kameroen slaagde er nadien wel nooit meer in om zich te plaatsen voor de knock-outfase.

Youssef En-Nesyri schreef dan weer nationale geschiedenis. Door zijn doelpunt tegen Marokko werd hij de eerste Marokkaan die op verschillende WK’s scoorde. Eerder scoorde hij op het WK 2018 immers al in het 2-2-gelijkspel tegen Spanje. En-Nesyri is momenteel gedeeld WK-topschutter van Marokko, een titel die hij moet delen met Abderrazak Khairi, Abdeljilil Hadda en Salaheddine Bassir. Khairi scoorde tweemaal in de 1-3-zege tegen Portugal in 1986, Bassir maakte twee van de drie goals in de 3-0-zege tegen Schotland in 1998, en Hadda verspreidde zijn goals in 1998 over de groepswedstrijden tegen Marokko en Schotland.

Ten slotte boekte Marokko gisteren een Afrikaanse primeur: de Leeuwen van de Atlas zijn sinds dinsdag het eerste Afrikaanse land dat een strafschoppenserie kan winnen op een WK. Het enige land dat zich er ooit al aan waagde was Ghana, maar in 2010 faalden zij vanop de stip tegen Uruguay. De inzet was toen iets hoger, want we zaten toen al in de kwartfinale. De wedstrijd tussen Marokko en Spanje in 2022 was een achtstefinalewedstrijd. Yassine Bounou, voetbalnaam Bono, trok daar allerminst zijn neus voor op: nadat Pablo Sarabia de eerste Spaanse strafschop tegen de paal mikte, stopte de in Canada geboren doelman de pogingen van Carlos Soler en Sergio Busquets. Zo deed hij beter dan Richard Kingson, de Ghanese doelman die in 2010 aan het kortste eind trok.