Tilleur is back. De drie jaar jonge club JMSN Tilleur gaat voortaan door het leven als FC Tilleur, een naam die onlosmakelijk verbonden is aan de club die tussen 1925 en 1967 in totaal 22 seizoenen op het hoogste niveau speelde. Wat voor voetbalromantici het allerbelangrijkste is: de club neemt het historische stamnummer 21 van weleer weer in gebruik.

Een kleine geschiedenisles voor wie de Luikse club nooit gekend heeft: verspreid over zes periodes speelde de club 22 seizoenen in de hoogste divisie, met een vierde plaats in het seizoen 1964/65 als beste resultaat – ook in het oorlogsseizoen 1940/41 eindigde de club vierde, maar dan wel in reeks A, terwijl er dat seizoen twee reeksen waren. In dat seizoen 1964/65 leverde Tilleur met Jean-Paul Colonval ook de nationale topschutter af. Nog dat seizoen zorgden les Métallurgistes ook voor een stunt door het foutloos parcours van RSC Anderlecht, dat met dertien opeenvolgende competitiezeges aan het seizoen was begonnen, op 27 december 1964 op een bevroren veld een halt toe te roepen – 1-0, getekend Colonval. Dat bevroren veld lag in het Stade de Buraufosse, waar de club in 1960 zijn intrek nam. In 1995, een kleine drie decennia na de laatste passage van de club in Eerste klasse, ging de club op in het noodlijdende RFC de Liège, dat (voor een paar jaar) werd omgedoopt tot RFC Tilleur-Liège en na het verdwijnen van Rocourt een paar jaar zijn thuiswedstrijden in het Buraufossestadion afwerkte.

Sinds 2023 speelde Jeunesse Montegnée Saint-Nicolas Tilleur, kortweg JMSN Tilleur, ook op Buraufosse. Geen sprake van Trappeniers en Van Himst meer tegenwoordig: de club werd in datzelfde jaar 2023 boven het doopvont gehouden onder het stamnummer 9799 en speelde dus tijdens de eerste drie seizoenen van zijn bestaan in Vierde provinciale. André Richard richtte de club in 2023 op met de duidelijke bedoeling om snel weer te kunnen aanknopen met de traditie van weleer. “Toen ik destijds de club oprichtte, was het al mijn wens om ooit het historische stamnummer 21 weer op te pikken. Ik heb toen al samengezeten met de autoriteiten van Saint-Nicolas. De burgemeester ging daarmee akkoord, maar het was wel beter om te wachten tot we financieel sterk genoeg stonden om dat op poten te zetten. Tijdens onze eerste drie seizoenen hebben we telkens wat opzij kunnen zetten om de aankoop van dat oude stamnummer te kunnen bekostigen. Hoe duur het ook is voor die twee getalletjes, het is wel een stuk geschiedenis”, vertelt Richard aan DFVF.

“Dat we na drie jaar in Vierde provinciale al dat stamnummer 21 aannemen, komt ons goed uit: hoe lager je speelt op het moment van de ‘aankoop’, hoe minder je betaalt. We hebben al twee seizoenen op rij deelgenomen aan de eindronde voor promotie: als we daarin succesvoller waren geweest, had dat stamnummer al makkelijk 35.000 euro gekost. Komt daar nog bij dat het bedrag dat in 2011 werd vastgelegd om een oud stamnummer over te nemen, jaarlijks geïndexeerd wordt. Zou ik twee jaar geleden aan pakweg 15.000 euro hebben gezeten, dan was dat nu al 17.000 euro.”

Stamnummer op doorreis

Dat JMSN Tilleur de eerste drie jaar van zijn bestaan doorbracht op Buraufosse, was cruciaal voor de overname van stamnummer 21. “Er moet een duidelijke relatie zijn tussen de nieuwe club en het oude stamnummer. Het was dus belangrijk dat wij over dat Bureaufossestadion beschikken. Alles is zich altijd in Saint-Nicolas (waarvan Tilleur een deelgemeente is, red.) blijven afspelen. Dit is geen verhaal zoals pakweg RFC Seraing dat destijds het stamnummer van Boussu Dour Borinage overnam, een club die in de verste verte niets te maken heeft met Seraing”, aldus Richard, die een duidelijk verschil ziet met de ‘voorganger’ in de Tilleur-dynastie – tussen 2014 en 2023 speelde er een ‘ander’ FC Tilleur op Buraufosse, van 2018 tot 2020 zelfs in Tweede klasse amateurs.

“Dat was het stamnummer van Cité Sport, een club uit Grâce-Hollogne, waar ze de naam van Tilleur op hebben gekleefd. Inmiddels zijn die mannen weer vertrokken naar Ans, waar ze met datzelfde stamnummer zijn blijven spelen maar dan onder de naam Ans FC – terwijl ze ook helemaal niets te maken hebben met het oude Ans FC van vroeger. Het blijft dus eigenlijk datzelfde stamnummer van Cité Sport dat telkens weer verhuist en telkens een andere naam aanneemt. Dat heeft niets te maken met ons verhaal: ons stamnummer is ontegensprekelijk verbonden aan RFC Tilleur.”

Stap voor stap

Of deze nieuwe rebrand het ook ooit tot Tweede nationale zal schoppen – of hoger –, kan niemand voorspellen. Richard waagt zich niet aan voorspellingen, maar bevestigt wel dat de club zal proberen om in het eerste seizoen onder de nieuwe naam en het nieuwe stamnummer een nieuwe gooi zal doen naar promotie naar Derde provinciale. “Dat zullen we alleszins proberen. Het is gevaarlijk om dat voor aanvang van het seizoen bij hoog en bij laag te zweren, want er komt zoveel op je pad tijdens een seizoen. Loopt je doelman een zware blessure op, dan zit je al stevig in de rats. Laat ons duidelijk zijn, het is weliswaar de bedoeling om op te klimmen, maar stap voor stap. We zullen het geld niet door ramen en deuren gooien: we gaan proberen vooruit te gaan, maar niet door ons groter voor te doen dan we zijn.”

Richard, die kan bogen op een mooi verleden als jeugdopleider, bevestigt dat Tilleur in de toekomst zal inzetten op de jeugd. “Op drie jaar tijd zitten we toch al aan een vijfhonderdtal jeugdspelers. In die tijdsspanne 46 teams op poten zetten, verspreid over álle leeftijdscategorieën, waar we soms twee of zelfs drie teams hebben: dat is niet slecht.”