“Dit was de beste match sinds ik bij de club ben”, stelde Euvrard gisteren na de wedstrijd. Dat zette me aan het denken: wat was de laatste keer dat ikzelf nog zo’n overtuigend Standard gezien heb? Ik kwam uit bij 23 oktober 2022, toen Standard de aartsrivaal vernederde en tevens het doodsvonnis van Felice Mazzu tekende als Anderlecht-coach (en misschien wel als coach tout court). Die wedstrijd werd toen rond het uur gestaakt door toedoen van de meegereisde supporters. “Allez Mazzu, chante avec nous”, rolde toen van de tribunes. Er heerste die oktobermaand het geloof dat Standard nog eens zou kunnen meestrijden voor de knikkers, al werd dat geloof dat jaar – en de jaren nadien – nooit ingelost. Als er de voorbije drie seizoenen überhaupt al van geloof kon worden gesproken, tenminste, want zelfs de grootste opportunist werd verplicht eerder realistisch te zijn.
Tot gisteren. Plots hoorde ik medesupporters fantaseren over de titel. Persoonlijk vond ik dat nog wat voorbarig, maar ik vergeef het ze. En stiekem overviel die gedachte mij ook voor ik in slaap dommelde, want waarom niet eigenlijk? Enfin, dit Standard doet dromen. Dat op zich is al lang geleden.
Terug naar die 23 oktober 2022. Man van de match was toen Nicolas Raskin. Zij die hun bril thuis vergeten waren, meenden misschien dat hij ook gisteren op het veld stond. Het was een andere pitbull: Alexis Trouillet. Wat een verademing. De Fransman koppelt grinta aan vista en piekfijne voeten, en is in een mum van tijd dé patron van het nieuwe Standard geworden. Hoezo overgangsperiode? En zeggen dat menig Rouche – waaronder ikzelf – zich vragen stelde over zijn komst. Want voor minder dan een miljoen ga je echt niet plots een nieuwe publiekslieveling vinden, en al zeker niet in de Franse tweede klasse. Blijkbaar wel, als je Marc Wilmots heet.
Toch was die transfer misschien niet eens zijn beste beslissing aan het hoofd van de club. Die titel lijkt me weggelegd voor het niet ontslaan van Euvrard na de 0-4 tegen Gent afgelopen seizoen. Dat niet-ontslag was een investering op de langere termijn. Een duurzame beslissing waar de club nu de vruchten van plukt. Want waar concurrenten nog zoekende zijn naar zichzelf, bouwt dit Standard verder op de fundamenten van vorig seizoen, en vooral op de sterke Play-offs. Toch is de manier van spelen anders dan die van toen. Het Standard van de 0-5 op Antwerp, bijvoorbeeld, was een counterploeg. Voor dat voetbal lijken we vandaag te goed. Want waar Standard vorig seizoen nog moeite had met tegenstanders die afwachtender voetbalden, lijken dat soort tegenstanders plots geen enkel probleem meer te vormen. Dit Standard is – mede door de overschakeling naar een 4-3-3 – dominanter dan de afwachtende en, bij momenten, slaapverwekkende ploeg die menig abonnementhouder de laatste drie seizoenen moest aanschouwen. Dag en nacht verschil met het Standard van pakweg Ivan Leko.
Terug naar de wedstrijd, waar Abid outstanding was. Je zou denken dat hij lijm op zijn schoenen smeert; de manier waarop hij zo’n vaart maakt met de bal zo kort tegen het lichaam valt bijna op geen andere manier te verklaren. Het is een manier van dribbelen die automatisch doet denken aan Hazard. De goeie, welteverstaan. Ook de vergelijking met Carcela is niet veraf. Het zijn spelers die het stadion doen rechtveren, gewoon nog maar door de bal te hebben. Hij had wel altijd een assist verdiend, maar aan die gemiste kans in de eerste helft valt af te lezen dat Nguene nog een ruwe diamant is – een gepolijste had daar met links afgedrukt. Benieuwd trouwens hoe Euvrard zijn aanvallers de komende weken zal managen. Met Nguene, Nsimba, Ayensa en nu ook Zeqiri heeft hij vier spitsen van min of meer hetzelfde niveau (als je bij iedereen de plus- en minpunten in de weegschaal gooit). Kan je Ayensa uit de ploeg zetten na zijn seizoensbegin? Eigenlijk niet. Tegelijk heeft Nguene misschien een hoger plafond en kan die in de toekomst meer geld opbrengen. Nsimba haalde vorig seizoen 13 goals en assists in grofweg 20 wedstrijden bij een hopeloos Dender. En wat met Zeqiri? Het doet de vraag rijzen of zijn komst wel nodig was, zeker gezien het systeem met slechts één diepe spits. Een luxeprobleem, zeker?
Net als die rush van Abid benaderde de eerste helft de perfectie. Standard wervelde als vanouds, vooruitgestuwd door een zinderend Sclessin. Het voelde als het openen van een frisse pint na een zware werkdag; een verlossing na vier jaar grijs. Het was het Standard dat men aanhaalt als men over vroeger praat. Druk vooruit, vastzetten van de tegenstander, duels, het veroveren van tweede ballen en zelfs na dat alles nog de luciditeit om de vrije man te vinden. Dat laatste was het opvallendste; plots voetbalt deze club opnieuw. Plots worden tegenstanders aan flarden gespeeld, gewoon door de bal te laten rondgaan. Als je niet zou weten bij welke van de twee ploegen een talent van La Masia rondliep, had je waarschijnlijk op een speler in het rood gegokt. Want dat mag niet worden geminimaliseerd: Antwerp is allesbehalve een slechte ploeg. Ze zijn nog kwetsbaar achterin, akkoord. Maar de ploeg die gisteren op het veld stond, was al serieus geüpgraded ten opzichte van de ploeg die 7 op 12 pakte in hun eerste vier wedstrijden. Je zou het bijna niet hebben opgemerkt, maar gisteren speelde een middenvelder met een marktwaarde van 20 miljoen de volle 90 minuten voor de Great Old. Ter perspectief: dat komt overeen met de cumulatieve marktwaarde van de 10 veldspelers van Standard.
Soit, wat is een marktwaarde? Touzghar leek gisteren bijvoorbeeld een betere voetballer dan Vermeeren, terwijl dat in marktwaarden niet uit te leggen valt. Het valt misschien wél uit te leggen door Sclessin, dat spelers boven zichzelf laat uitstijgen en een magie bezit die kan betoveren. Ook gisteren. De aanwezigheid van de ultra’s in de bocht tussen T1 en T3 deed me denken aan de ultra’s van Napoli en hun ‘curva’, en zorgde voor een andere, maar zeker niet minder mooie dynamiek in het stadion. Voor het eerst sinds lang – ik refereer terug naar 22 oktober 2022 – hangt er aan de boorden van de Maas terug een synergie tussen spelers en supporters. Eveneens zien de supporters voor het eerst sinds lang terug een ploeg waarmee ze zich kunnen identificeren; ik denk nu al na of ik eerder Trouillet of Abid op mijn truitje zou laten drukken. Jammer alleen dat we tot 31 oktober op de volgende thuismatch moeten wachten, maar het is zeker dat het opnieuw zal spoken. Want, Halloween of niet, Sclessin lijkt dit seizoen opnieuw een hel te worden voor tegenstanders. Een plek waar ploegen niet graag naartoe gaan, omdat ze er tegen een man meer spelen – al maakte Visser het gisteren in gekende stijl 12 tegen 12.
De komende vier tegenstanders (Westerlo uit, Gent uit, Charleroi thuis maar zonder supporters en Genk uit) zijn echter van een ander kaliber dan de ploegen die achter de rug zijn, zeker zonder twaalfde man. In die wedstrijden zal duidelijk worden hoe ver deze groep spelers werkelijk staat. De vraag is eveneens in hoeverre Euvrard in die moeilijkere wedstrijden zal vasthouden aan het systeem met twee centrale verdedigers (waarvan eentje Karamoko) en drie eerder voetballende middenvelders. Het zou niet verbazen mocht Fosso bijvoorbeeld in de ploeg komen voor meer stabiliteit, of dat Karamoko een rij opschuift en wordt vervangen door een centrale verdediger van opleiding. Want ook dat is een enorme meerwaarde: naast een goede basisploeg beschikt Euvrard ook over een bijzonder sterke bank. Mohr, Drammeh, Fosso, Nsimba, Dierckx, Lawrence, Jasper en Goemare; de keuze was gisteren reuze voor Euvrard toen hij achter zich keek. Om nog te zwijgen over Homawoo, Ilaimaharitra, Lavalée en Zeqiri, die niet eens op het wedstrijdblad stonden. Merci Wilmots! Maar vooral: merci Standard, om ons terug te doen dromen.
