Ik ging afgelopen vrijdag naar Mechelen – Anderlecht. Niet als ramptoerist, maar als sympathisant van Achter De Kazerne. Malinwa speelde een uur lang dramatisch, maar liet in het laatste halfuur zien dat het in de ziel nog niet veranderd is.

Twee punten uit zes wedstrijden. Nog geen enkele overwinning. Een 0-4 tegen Westerlo Achter de Kazerne en afgelopen vrijdag een nieuwe thuisnederlaag tegen Anderlecht. KV staat na zes speeldagen zestiende, een groot contrast met het Mechelen van vorig seizoen – cijfermatig dan. Al is die 2 op 18 misschien niet eens de grootste zorg van de doorsnee Mechelen-supporter. Want laat ons eerlijk zijn: er is geen enkele abonnee Achter De Kazerne die vóór de start van het seizoen ook maar dacht aan een eventuele titel. Misschien hoopte de optimistische supporter op een bevestiging van vorig seizoen, maar gezien de transferzomer was zelfs dat eerder dromen dan hopen.

Nee, de realistische supporter verwachtte gewoon een seizoen in de middenmoot. Back to the roots. Ergens tussen plaats 6 en 14. In dat opzicht is 2 op 18 – ook gezien de moeilijke kalender – slecht, maar geen ramp. Zeker niet gezien het feit dat de concurrentie onderin dit seizoen groot is. En die concurrentie beschikt over een mindere kern en een mindere achterban dan KV Mechelen.

Fredje beton

Het probleem is dat Malinwa momenteel nauwelijks op Malinwa lijkt. En eigenlijk was dat vorig seizoen ook al zo. Mechelen stond in het ‘expected points’-klassement voorlaatste, met amper één puntje meer dan Dender. Alleen pakte Malinwa – volgens de metrics dus onverdiend – wel veel punten en haalde KV voor het eerst ooit Play-off 1, waardoor de verloochening van de Mechelse identiteit wat naar de achtergrond verdween. Toch waren er zelfs toen verschillende stemmen in de catacomben van ADK die niet tevreden waren met het geleverde voetbal. Trainer Vanderbiest kreeg al snel de bijnaam ‘Fredje Beton’: een perceptie die hij tot op heden nog steeds niet heeft weten te keren.

Daar zit het grootste probleem van het huidige KV Mechelen. Niet dat de club in het seizoensbegin weinig punten pakt, maar dat de supporters hun ploeg al maanden niet meer herkennen. Want dat heb ik door de jaren heen, door bevriende supporters en verschillende bezoeken aan hun stadion, geleerd: in Mechelen zitten geen successupporters. Dat werd al talloze keren bewezen. In het seizoen waarin Malinwa degradeerde, bedroeg het gemiddelde toeschouwersaantal 13.209 supporters; in het seizoen in 1B zat het stadion gemiddeld zelfs nog voller. Het moge duidelijk zijn: in Mechelen steunt men de club in goede en vooral ook in slechte tijden.

Dat komt omdat traditie en vooral identiteit er belangrijker zijn dan het resultaat. Het is ook daarom dat een groot deel van de supporters vorig seizoen kritisch was, ondanks die vijfde plaats. Resultaten zijn belangrijk, maar de manier waarop is belangrijker. Eigenlijk werd dat vrijdag tegen Anderlecht wederom bevestigd.

Mechelen speelde een erbarmelijk eerste uur, waarin het apathisch achter de bal aanliep en meer bezig was met geen goal binnen te krijgen dan met er zelf een te maken. Dat gaat zowat in tegen alles waar KV Mechelen voor staat: durf, grinta, onverzettelijkheid, opportunisme, drive, moed, onbevangenheid … Mechelen is altijd een ploeg geweest die niet de beste van het land was, maar wel precies wist wat ze was. Lastig. Intens. Ambitieus zonder arrogantie. Goed genoeg om de toppers pijn te doen en bescheiden genoeg om te beseffen dat daar iedere week opnieuw voor gewerkt moest worden. In die optiek was het eerste uur tegen Anderlecht niet om aan te zien. Bang. Afwachtend. Passief.

Plots dan toch

Tot de nieuwe rechterflank, Simion Michez, plots iets deed waar de 15.000 aanwezige supporters al weken naar snakten. Hij zette Kana en Antman met zijn drive heerlijk in de wind en krulde de bal vervolgens richting de verste hoek. Coosemans pakte, maar het was de eerste actie in een uur tijd die het publiek flashbacks gaf naar het echte KV Mechelen. Die actie van Michez leek besmettelijk, want ineens begon Malinwa te swingen als vanouds. Geen schrik meer, maar durf. Mechelen duwde Anderlecht een halfuur lang tegen het eigen doel, maar vergat zichzelf te belonen. Op de tribunes heerste na de wedstrijd meer optimisme dan na veel overwinningen van vorig seizoen, ondanks de nederlaag. De supporters zagen eindelijk nog eens iets dat ze herkenden en waarmee ze zich konden identificeren. Want verliezen mag in Mechelen. Anoniem verliezen veel minder.

De vraag blijft waarom het zo lang moest duren vooraleer Mechelen begon te voetballen. Diezelfde vraag werd ook al gesteld na de thuiswedstrijd tegen Standard, waarin Mechelen opnieuw dramatisch aan de wedstrijd begon en 1-3 in het krijt stond, maar uiteindelijk in het absolute slot wél nog terugkwam. Dan lijkt het toch eerder een keuze van de coach om afwachtender aan wedstrijden te beginnen. Misschien houdt Vanderbiest te veel vast aan de speelstijl die hem vorig seizoen, weliswaar met een beter elftal, resultaten opleverde. Maar dan heeft hij toch niet helemaal begrepen waar de Mechelaar voor wil staan.

Lees verder onder de foto.

Resultaten versus aantrekkelijkheid

Het is eigenlijk de denkoefening die iedere coach van een middenmoter moet maken. Waar willen wij voor staan? Waar willen wij voor spelen? Als het antwoord resultaat is, dan is een iets berekendere aanpak inderdaad gerechtvaardigd. Als het antwoord mooi voetbal is, zijn de supporters tevreden, maar vallen de resultaten misschien tegen. Sint-Truiden wist beide vorig seizoen te combineren, maar dat is eerder de uitzondering dan de regel. Ik ben er 99,99 procent zeker van dat als je alle abonnees Achter De Kazerne die keuze voorlegt, de meerderheid een achtste plaats mét goed en typisch KVM-voetbal verkiest boven de vijfde plaats van vorig seizoen, waarin KV – los van die goal van Van Brederode tegen Anderlecht – vaak saai en roemloos voetbalde.

Dat is het mooie aan clubs als Malinwa. De supporters verwachten helemaal niet dat hun ploeg kampioen speelt. Ze vragen geen Champions League-voetbal, geen tiki-taka, geen rabona’s en zelfs geen zestig procent balbezit. Een vader die al dertig jaar Achter De Kazerne komt, wil op het veld gewoon iets herkennen van de ploeg waarvoor hij als kind stond te roepen. Niet dezelfde spelers. Niet dezelfde tactiek. Zelfs niet hetzelfde niveau. Wel diezelfde inzet. Diezelfde durf aan de bal. Diezelfde koppigheid die de Mechelaar kenmerkt – in dat opzicht is Vanderbiest misschien toch de ideale coach voor Malinwa.

Daarom voelde dat laatste halfuur tegen Anderlecht misschien belangrijker aan dan de uitslag doet vermoeden. Omdat Achter De Kazerne zich na lange maanden nog eens achter een ploeg kon scharen waarin het zichzelf herkende. Het biedt perspectief dat Mechelen, ook onder Vanderbiest, zijn identiteit nog niet kwijt is. Het is nu de taak van Vanderbiest om die identiteit structureler in zijn ploeg naar boven te halen. Want als coach is een strijd met de supporters bij voorbaat een verloren strijd.

Hij hoeft zijn kunstje van vorig seizoen niet over te doen. Niemand vraagt hem dat; dat zou na de afgelopen transferperiode naïef zijn. Hij moet er alleen voor zorgen dat de ploeg die hij het veld in stuurt opnieuw lijkt op de club waarvan 15.000 mensen vinden dat ze van hen is. Want verliezen mag in Mechelen. Zolang Malinwa maar niet verliest wie Malinwa is.