Op sociale media verscheen donderdag een filmpje waarin Olivier Deschacht zich in de podcast Ongefilterd uitliet over het vrouwenvoetbal. De verontwaardigingsbrigade zag haar kans. Flo Windey op kop, gevolgd door zowat iedereen die de voorbije jaren heeft geleerd dat morele verontwaardiging online bijzonder goed rendeert. Blijkbaar had Oli één keer te weinig “met alle respect” gezegd.
Ook onze hoofdredacteur Wout Ectors reageerde op de kwestie, en op deze column
Opvallend genoeg was het net deze passage van Olivier Deschacht die voor massahysterie zorgde. Want geloof mij als wekelijkse luisteraar – iets waar ik overigens niet bijzonder trots op ben: het was misschien wel het minst domme wat Deschacht in zijn Ongefilterd-carrière heeft uitgekraamd.
Ik heb het fragment verschillende keren moeten herbeluisteren. Want als zowat iedereen die ooit vijf minuten televisietijd heeft gekregen plots beslist er een staatszaak van te maken, zou je toch op zijn minst verwachten dat er iets hallucinants gezegd is. Ik kwam bedrogen uit. En geloof mij: als ik een goede reden had gekregen om iets negatiefs over Olivier Deschacht te schrijven, had ik die kans niet laten liggen.
Ik neem u even mee naar het desbetreffende fragment.
Angel vraagt hoe ver de vrouwen van OHL volgens het panel zullen geraken in de Champions League. Deschacht antwoordt dat hij er, “met alle respect”, niet naar kan kijken. Radja Nainggolan merkt lachend op dat Olivier na die uitspraak geen “vrouwkes” meer zal overhouden. Vervolgens vraagt Angel of Olivier wél zou kijken als Sydney Sweeney meespeelde. Deschacht antwoordt bevestigend. Er wordt gelachen.
Dat is het. Dat is blijkbaar het fragment waarvoor half Vlaanderen collectief de hooivorken bovenhaalde. Afgaand op sommige reacties zou je denken dat Deschacht zich binnenkort voor een tribunaal moet verantwoorden.
Geen pleidooi om het vrouwenvoetbal af te schaffen. Geen betoog over vrouwen die aan het fornuis zouden moeten staan. Geen tirade over het erbarmelijke niveau van vrouwelijke voetballers. Gewoon een ex-prof die zegt dat hij niet graag naar vrouwenvoetbal kijkt, gevolgd door een flauwe mop over Sydney Sweeney. Misschien ben ik ouderwets geworden op mijn tweeëntwintigste, maar sinds wanneer is dat een maatschappelijk schandaal?
Voor alle duidelijkheid: het was geen hoogstaand stukje podcast. Moest dat wel zo zijn geweest, dan was het breakingnewsgehalte voor mijn part wél gerechtvaardigd. Vier mannen die giechelen om vrouwenvoetbal zullen er waarschijnlijk geen prijs voor grensverleggende journalistiek mee winnen, en de grap over Sweeney beperkte zich tot doorsnee kleedkamerhumor. Akkoord.
Maar was ze daarom zo schokkend? Hoeveel verschilt ze eigenlijk van een vrouw die toegeeft dat ze een middelmatige film alleen heeft uitgekeken omdat Leonardo DiCaprio erin meespeelde? De grap was flauw. Hoogstens plat. Alleen is er nog een behoorlijke afstand tussen plat en problematisch.
Opvallend is bovendien wie het luidst riep op sociale media. Een groot deel van de prominente critici zijn vrouwen, en sommigen hebben zelf een duidelijke band met het vrouwenvoetbal. Dat verklaart misschien waarom het fragment harder binnenkomt. Maar persoonlijke betrokkenheid maakt verontwaardiging nog niet automatisch proportioneel.
Tevens valt nog iets op aan de waslijst moraalridders die Deschacht en co onder het fragment afschieten: de snelheid waarmee ze klaarstaan om hun morele vlag in de grond te planten. Het is de sociale-mediavariant van statpadding. Lees: makkelijk scoren, en dus een hoge return on investment. Vergelijk het met Ronaldo die naar Saoedi-Arabië trok om de kaap van duizend doelpunten te ronden vooraleer hij naar het rusthuis moet.
Datzelfde kan dus ook worden gezegd van types als Flo Windey, Sander Gillis, Nona Van Braeckel en Tessa Wullaert, alleen dan met engagement in plaats van goals. Het zijn stuk voor stuk opportunisten die zich bij elke maatschappelijk (ir)relevante kwestie willen profileren als held van de natie, om zo toch nog eens in de media te verschijnen en hun ethische superioriteit te etaleren.
Het ironische is dat hoogstwaarschijnlijk niemand onder hen donderdagavond voor zijn televisie zat toen OHL Women met 5-0 huiswaarts werd gestuurd door PSG. En daar wringt het toch een beetje. Je kunt eindeloos verkondigen dat het vrouwenvoetbal meer aandacht, waardering en zelfs financiële gelijkheid verdient, maar die opwaardering komt er niet dankzij verontwaardigde stories. Enkel door te kijken, tickets te kopen, stadions te vullen en interesse te tonen, ook wanneer dat geen likes opbrengt. Want met zeven supporters op de tribune en honderd mensen voor de televisie – ironisch genoeg hoofdzakelijk mannen – is ook de meest rebelse hashtag weinig waard.
Het is mede daarom ook volstrekt zinloos, en zelfs nefast, om vrouwen- en mannenvoetbal met elkaar te vergelijken. Want los van de spelregels hebben ze nul gelijkenissen. Niet op het vlak van tempo, niet op het vlak van technische kwaliteit, niet op het vlak van tactiek en vooral niet op het vlak van opbrengst. Bijgevolg is de vergelijking er eentje die het vrouwenvoetbal nooit kan winnen.
Dat klinkt hard, maar het is de realiteit. Wie anders beweert, heeft nog nooit een vrouwenwedstrijd gezien. Het vrouwenvoetbal behandelen als een porseleinen vaas die in duizend stukken valt telkens als iemand er iets negatiefs over zegt, is veel problematischer dan er gewoon iets negatiefs over te zeggen.
Want het is topsport, toch? En bij topsport hoort kritiek. Wie wil dat vrouwenvoetbal serieus wordt genomen, moet het dus ook serieus durven behandelen. En dat betekent dat iemand mag zeggen dat hij het niveau minder vindt, dat hij liever naar mannenvoetbal kijkt of dat het hem simpelweg niet interesseert. Dat is geen aanval op vrouwen, maar een mening over voetbal.
Wie vrouwenvoetbal dus echt serieus wil nemen, hoeft het niet tegen elke flauwe grap te beschermen. Integendeel. Een sport die alleen overeind blijft zolang iedereen – of toch die zeven supporters op de tribune – de duim opsteekt, wordt niet serieus genomen, maar vertroeteld.
Dus laat Olivier Deschacht vooral zeggen dat hij er niet naar kan kijken.
Het is tenslotte ook maar Olivier Deschacht – met alle respect.
