In tijden dat elke talentvolle voetballer die ooit een scheet heeft gelaten in België geclaimd werd voor de nationale ploeg, in Gouden Generatie-tijden waarin kleppers moesten thuisblijven wegens een overaanbod… Al jaren maken Belgische voetballers met buitenlandse roots hun interlanddebuut voor een ander FIFA-land. Voormalig Belgisch jeugdinternational Andreas Pereira – opgegroeid in Sint-Truiden – die het tot vijfvoudig wereldkampioen Brazilië schopte is waanzinwekkend, maar evengoed kozen jongens met een Belgische achtergrond voor Djibouti, Maleisië of de Filippijnen. DFFV zoekt per interlandblok uit welke jongens met Belgische achtergrond voor een ander land debuteerden. Let wel: dit is een niet-exhaustieve lijst die we zo compleet mogelijk hebben proberen maken, maar het valt niet uit te sluiten dat er iemand aan onze aandacht ontsnapte.
Roman Ferber (FC Atert Bissen – Madagascar)
De enige Belg die vooralsnog speelminuten kreeg bij een ander land, is meteen ook de speler met het gekste verhaal. Kent u Roman Ferber (33) nog? De Henegouwer proefde in de seizoenen 2015/16 en 2016/17 even van de Jupiler Pro League met Sporting Charleroi en kende nadien nog enkele mooie jaren bij Union Sint-Gillis, waarmee hij tussen 2017 en 2020 aan de weg naar de elite timmerde. Na de titel in Eerste nationale met Olympic Charleroi in 2025 waagde Ferber zich aan een eerste buitenlands avontuur: op z’n 32e belandde de aanvaller zo bij FC Atert Bissen, dat in één ruk van het derde naar het eerste niveau van het Groothertogdom Luxemburg was gepromoveerd. Daar hield het sprookje niet op, want mede door de 21 competitiegoals van Ferber – het leverde hem de topschutterstitel op in de BGL Ligue – kroonde de club zich in mei 2026 voor het eerst tot landskampioen.
Het sprookje van Atert Bissen liep niet door naar Europa: in de eerste kwalificatieronde van de Champions League sneuvelde de Luxemburgse kampioen tegen KÍ Klaksvík, twee niveaus lager hield ETO FC hen dan weer van de league phase van de Conference League. Ferber scoorde drie van de vijf goals van Atert Bissen in de eerste Europese campagne uit de clubgeschiedenis, wat maakt dat hij de eerste interlandbreak van het seizoen 2026/27 is ingegaan met elf goals – jawel, met negen competitiegoals voert hij opnieuw de topschutterslijst aan in de BGL Ligue.
Een interlandbreak betekent voor Ferber niet langer op adem komen: de kans dat Mark van Bommel naar Luxemburg zou afzakken is eerder klein, maar door zijn huwelijk kwam de 33-jarige aanvaller wel in aanmerking voor Madagascar. Bondscoach Corentin Martins riep hem als naturalisé par alliance prompt op voor de Afrika Cup-kwalificatiewedstrijden tegen Nigeria (25 september) en Tanzania (29 september). Zo kwam het dat Ferber, die geen druppel Malagassisch bloed door de aderen heeft stromen – in tegenstelling tot pakweg Adrien Trebel, die in 2023 ook even aansloot bij de nationale ploeg – plots interlandvoetbal zat te spelen in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja. Alsof het zo moest zijn, liet Martins hem in de 84e minuut invallen in het gezelschap van Loïc Lapoussin, die hij destijds in het Dudenpark net misliep – in het kampioenenseizoen 2020/21 werd Ferber door Union uitgeleend aan Francs Borains. De teller van Ferber staat inmiddels op twee interlands, want vier dagen later liet Martins hem ook tegen Tanzania invallen. De doelman van Madagascar was trouwens helemaal geen onbekende voor Ferber: Geordan Dupire kruiste een paar keer zijn pad in de Proximus League toen hij op de loonlijst van Excelsior Virton stond en verdedigt sinds dit seizoen het doel van… Atert Bissen.
Jorthy Mokio (AFC Ajax – Congo-Kinshasa)
In ideale omstandigheden – voor de Congolezen welteverstaan – had Sébastien Desabre tijdens dit interlandblok opnieuw enkele jonge Belgen laten debuteren voor Les Léopards. Om het drukke programma van vier interlands in twaalf dagen het hoofd te kunnen bieden, stelde Desabre twee selecties op waar opgeteld 37 namen op stonden: de eerste voor de periode van 21 tot 29 september waarin de Afrika Cup-kwalificatiewedstrijden tegen Equatoriaal-Guinea (24 september) en Zimbamwe (28 september) gepland stonden, de tweede voor de periode 28 september-6 oktober waarin Oeganda op 2 en 5 oktober tweemaal in de ogen zou worden gekeken in vriendschappelijk verband.
Op beide lijsten prijkte de naam van Stanis Idumbo (21) en Noah Mbamba (21), op de tweede lijst kwam daar ook Jorthy Mokio (18) bij. De reden dat Mokio enkel voor de twee vriendschappelijke wedstrijden was opgeroepen, is dat hij op 20 maart 2025 zijn interlandbeurt maakte voor de Rode Duivels, wat maakt dat de Ajax-speler pas vanaf maart 2028 wedstrijden met inzet kan spelen voor Congo-Kinshasa. Een oefenpot tegen het Oeganda van Paul Put, dat mocht evenwel wél al, en dus liet Desabre hem op 2 oktober in Johannesburg na de rust invallen. Mokio, die destijds voor België debuteerde tijdens de 3-1-nederlaag tegen Oekraïne in de eerste Nations League-degradatiebarragewedstrijd in Murcia, liep ook tijdens zijn maidenmatch voor Congo een nederlaag op: Put en co wonnen de eerste manche van het vriendschappelijke tweeluik met 0-2. Een opmerkelijke mededebutant was trouwens Ezechiel Banzuzi, die vorig jaar na twee seizoenen bij OH Leuven een miljoenentransfer naar RB Leipzig maakte. Ook onze noorderburen zien spelers weglekken naar het Afrikaanse continent…
Op Idumbo en Mbamba is het nog even wachten, want allebei hebben ze forfait moeten geven voor dit interlandblok. Een paar dagen na de competitiewedstrijd tussen Racing Strasbourg en AS Monaco, die op 12 september – vrijwel meteen na het uitkomen van de selectie(s) van Desabre – gespeeld werd, raakte bekend dat Idumbo last had aan de psoas, de spiergroep die het boven- en onderlichaam verbindt. Een paar dagen later kwam het bericht dat ook Mbamba, die eveneens op 12 september zijn eerste competitiegoal had gescoord voor FC Lorient, was uitgevallen: een duel op de woensdagtraining had de hamstrings van de voormalige Belgische jeugdinternational aangetast. Net als Idumbo zal Mbamba, die nog tot 2029 onder contract ligt bij Bayer Leverkusen, nog even moeten wachten op zijn interlanddebuut voor Congo.
Emile Doucouré (Jong Genk – Mali)
We voorspellen nu al de nodige discussies binnen een paar jaar: wie Emile Doucouré (19) zal toevoegen aan de galerij der succesproducten van de Genkse keepersschool, zal steevast te horen krijgen dat de geboren Antwerpenaar reeds drie officiële wedstrijden voor Beerschot had gespeeld toen hij in het voorjaar van 2026 op z’n achttiende neerstreek in de Cristal Arena. Daar veroverde hij vrij snel de plek als eerste doelman bij Jong Genk, weliswaar mede door het feit dat Lucca Brughmans vanaf april steevast werd ingezet bij de hoofdmacht en dus niet echt meer in aanmerking kwam voor de ploeg van Igor De Camargo. Bij het ingaan van de eerste interlandbreak van het seizoen 2026/27 stond de teller van Doucouré op tien competitiewedstrijden voor Jong Genk, netjes verspreid over twee seizoenen.
Doucouré, die voor zijn passage bij Beerschot ook bij de jeugd van Berchem Sport en KV Mechelen speelde, debuteerde in 2022 voor België –15 en groeide sindsdien door tot België –19, waarvoor hij in november 2025 zijn debuut maakte. Tussen de U18- en U19-lichting proefde Brughmans ook even van de Malinese nationale ploeg: in juni vorig jaar nam hij met Mali –23 deel aan het Tournoi Maurice-Revello, een prestigieus jeugdtoernooi dat voorheen bekend stond als het Tournoi de Toulon. Daar stond hij in doel in de tweede groepswedstrijd tegen gastland Frankrijk, die op een 1-1-gelijkspel eindigde – Doucouré moest zich enkel omdraaien voor een goal van RB Leipzig-speler Tidiam Gomis. Nadien werd er een strafschoppenserie gehouden, die door Mali gewonnen. De inbreng van Doucouré was daarbij niet gering: hij stopte een strafschop van toenmalig AS Monaco-speler Saïmon Bouabré… en jaagde zelf de beslissende elfmeter tegen de touwen.
Na het Tournoi Maurice Revello stond Doucouré dus nog eenmaal in doel bij België –19, maar daarna was het dus definitief voorbij. De Antwerpenaar zat nog een paar keer op de bank voor Argus Vanden Driessche van Club Brugge, maar mede na een goed gesprek met Guy Martens – het uithangbord van de befaamde Genkse keepersschool – koos Doucouré voor honderd procent voor Mali. In een interview met Rik Rennies van Het Belang van Limburg eind september verklaarde de 19-jarige doelman dat zijn nieuwsgierigheid omtrent Mali groter was geworden sinds zijn grootvader niet meer om de zes maanden naar België kwam. Bondscoach Anthony da Silva kwam hem daarin tegemoet door hem te selecteren voor de Afrika Cup-kwalificatiewedstrijden tegen Kaapverdië (25 september) en Liberia (29 september) en de oefenwedstrijden tegen Tunesië (3 oktober).
Doucouré landde in de nacht van 21 op 22 september in Afrika, waar er ’s anderdaags meteen een training gepland stond. Vragen of dat allemaal een indruk op Doucouré heeft nagelaten is ongetwijfeld een open deur intrappen, want zijn laatste bezoek aan Mali kon de doelman zich niet meer herinneren. De Genk-doelman was tijdens zijn eerste interlandblok bij de hoofdmacht van Mali alleszins een bevoorrechte getuige van de strapatsen die het Afrikaanse voetbal kan inhouden: nadat hij zijn land als toeschouwer 6 op 6 zag pakken tegen Kaapverdië en Liberia, kwam het bericht naar buiten dat de oefenwedstrijd tegen Tunesië was afgelast… omdat de Tunesiërs wat spelers misten door blessureleed en een nederlaag een slechte zaak zou zijn met het oog op de FIFA-ranking. In allerijl werd er gezorgd voor een oefenwedstrijd tegen Marokko in Tanger, die voor Doucouré allesbepalend zou worden: bondscoach Da Silva liet de tiener in de 73e minuut invallen voor zijn 36-jarige collega Mamadou Samassa. Mali stond op dat moment 1-0 achter na een strafschopgoal van Abde Ezzalzouli voor de rust, maar kwam een paar minuten na de invalbeurt van Doucouré nog terug tot 1-1 via Feyenoord-aanvaller Gaoussou Diarra. We zijn benieuwd of de grootvader van Doucouré, die op zes uur rijden van het trainingscomplex van de Malinese nationale ploeg woont, iets van het hele gebeuren heeft kunnen meepikken.
