In de Vlaamse pers heerste de voorbije weken een hosannasfeer na de eerste wedstrijden van Mark van Bommel als bondscoach van België. Alsof de Messias in hoogsteigen persoon was neergestreken in Brussel en ons had verlost van al het kwaad dat Judas (lees: Rudi Garcia) had aangericht. Want het behoud van een plek op het hoogste schavot van de Nations League, een ongeslagen kwalificatie voor het WK en een kwartfinale op datzelfde toernooi waren blijkbaar een aanfluiting voor ons land.

Gebuisd met 70 procent

Het waren nooit de letterlijke woorden, maar wie tussen de regels las, begreep de boodschap: Rudi Garcia was niet geslaagd als bondscoach van de Rode Duivels. Best vreemd, want met 42 op 60 – 70 procent van de punten, gemiddeld 2,1 per wedstrijd – haalde de Fransman een meer dan voldoende. Garcia verloor enkel zijn eerste en zijn laatste wedstrijd als Belgische bondscoach. Twee nederlagen in twintig wedstrijden dus, evenveel als zijn opvolger in vier. En toch is de perceptie rond beide coaches, en dus rond de nationale ploeg, volledig verschillend in het voordeel van de Nederlander. Want Van Bommel, zo luidt het nu, laat de Belgen weer voetballen. Maar wat speelden de Rode Duivels dan in de 3-0 tegen Oekraïne, de 2-4 in Wales, de 2-5 en 1-4 tegen de Verenigde Staten, de 0-2 in Kroatië, de 5-0 tegen Tunesië of de 1-5 tegen Nieuw-Zeeland – allemaal onder Garcia? Tennis?

Eigenlijk was het ontslag van Garcia na het gelijkspel tegen Iran op het WK al een uitgemaakte zaak. Stijn Stijnen vertelde in Ongefilterd dat HLN toen al wist dat Van Bommel in de wachtkamer zat om na het toernooi het roer over te nemen. Vanaf dat moment leek de Vlaming vooral voorbereid te moeten worden op wat komen zou. Elke mogelijke beslissing van Garcia werd in twijfel getrokken, de overwinning tegen Senegal werd herleid tot een mirakel dat louter op toeval berustte, de fout van Lammens tegen Spanje werd gekoppeld aan de keuze van de bondscoach om de geblesseerde Courtois naar de kant te halen en na het toernooi volgde het verhaal dat Belgische stafleden zich onvoldoende betrokken voelden. Of dat laatste klopt, weten wij niet. Het paste in ieder geval bijzonder goed binnen de bredere strategie om het nakende ontslag van Garcia voor het grote publiek begrijpelijk te maken.

Men zou denken dat de uiteindelijke wissel van de wacht rust bood voor Garcia, maar alsof het nog nodig was, trapte HLN bij de aanstelling van Mark van Bommel op 24 juli nog eens na richting de Franse coach. Chef voetbal Niels Poissonnier liet zich van zijn meest inventieve kant zien: “Van Bommel is tenminste geen nerveuze chauffeur.” Op 7 augustus, na zijn persvoorstelling en dus nog steeds vóór zijn eerste wedstrijd als bondscoach, schreef dezelfde chef voetbal het volgende: “Nu al een betere dribbelaar dan als speler: hoe Mark van Bommel zich handig presenteerde als bondscoach.” Vergelijk dat met: “Waar Rudi Garcia achter elke hoek van het stadion een vijand meende te zien”; het illustreert hoe het verschil tussen beide coaches al maanden wordt gepresenteerd als het verschil tussen zwart en wit. Dat mag uiteraard, maar lijkt weinig genuanceerd en vooral het gevolg van een diepere kwestie. Daar komen we later op terug.

Vanaken of Raskin, Vlaanderen of Wallonië

Diezelfde Vlaamse media, opnieuw met HLN op kop, riepen trouwens tijdens de groepsfase moord en brand omdat Hans Vanaken volgens hen te weinig minuten kreeg. Dát was volgens hen de reden waarom de Belgen hun eerste twee wedstrijden op het WK niet konden winnen. Daarna werd de Brugse middenvelder dan ook letterlijk de ploeg in geschreven. Of geroepen, hoe u wilt, want ook in Sjotcast en de HLN Voetbalpodcast klonk maar één geluid: Vanaken moest en zou starten. Een stuk van HLN droeg op 24 juni letterlijk de titel: “Kevin De Bruyne zal het beamen: waarom Rudi Garcia ‘slimme’ Hans Vanaken moét opstellen tegen Nieuw-Zeeland”, met daaronder: “Hij durfde het niet aan tegen Egypte en Iran, maar nu heeft hij geen keuze meer.” Let vooral op het accent in ‘moét’; Garcia had écht geen keuze – we kunnen ons tevens moeilijk van de indruk ontdoen dat Vincent Mannaert hem dezelfde boodschap heeft ingefluisterd – en bracht Vanaken in de ploeg voor Raskin.

Het resultaat is bekend. Met De Bruyne, Tielemans en Vanaken op het middenveld raakten de Belgen geen bal tegen de fysiek sterke Senegalezen. Dat je de bal eerst moet veroveren en af en toe een duel moet winnen vooraleer je zelf aan voetballen kan toekomen, daar had de Vlaamse pers blijkbaar iets minder bij stilgestaan. Na de 0-2 schudde Garcia zijn ploeg door elkaar: exit Vanaken, in Raskin. De rest is geschiedenis. Voor Garcia moet het zowat de bevestiging zijn geweest dat je blijkbaar niet noodzakelijk veel van voetbal hoeft te kennen om chef voetbal te worden. Hij zou zich vanaf dat moment dan ook niet meer laten beïnvloeden door Niels Poissonnier en co.

Niet toevallig speelde België – zonder Vanaken en mét Raskin – vervolgens ook de Verenigde Staten van de mat. Na die zege hadden Garcia en zijn Rode Duivels al evenveel knock-outwedstrijden gewonnen op het WK 2026 als de gevierde ploeg op het WK 2018. Alleen moet je op een WK met 48 landen tegenwoordig één wedstrijd meer winnen om de halve finale te bereiken dan op de vroegere toernooien met 32 landen.

Tel daar een uitschakeling in minuut 88 tegen de latere wereldkampioen bij, en je zou denken dat Garcia op basis van zijn WK op zijn minst een degelijk rapport had verdiend. Niet dus. Daags na de uitschakeling kreeg hij in de HLN Voetbalpodcast een “vijf op tien” voor zijn WK – letterlijk de titel van de aflevering. Ook de beschrijving liet weinig aan de verbeelding over: “Maar ook Rudy Garcia maakte geen al te beste beurt. Tijd voor verandering, klinkt het unaniem in de HLN Voetbalpodcast.” Of hoe de publieke perceptie steeds nadrukkelijker gekneed werd.

De verstelbare maatstaf, afhankelijk van welke taal de bondscoach spreekt?

Even terug naar die kwartfinale, waarin de Belgen nipt onderuitgingen tegen de latere wereldkampioen. Zonder de geblesseerde Tielemans, Onana en later ook De Bruyne en Courtois, nota bene. Spanje schakelde op weg naar zijn uiteindelijke titel een kansloos Frankrijk uit. Datzelfde Frankrijk – of eigenlijk een (zeer) veredelde B-ploeg ervan – won de voorbije week twee keer van België. Maar nu blijkt dat allemaal niet zo erg. Logisch zelfs, want Frankrijk heeft nu eenmaal wereldtoppers op de bank zitten.

Oké. Alleen zou volgens diezelfde logica ook de uitschakeling op het EK 2024 tegen diezelfde Fransen vrij logisch moeten zijn geweest. Toen verloren de Belgen eveneens met het kleinste verschil, eveneens na een doelpunt in de 87e minuut, en bovendien met een mindere ploeg dan vandaag. Toch stonden dezelfde media die de nederlagen nu relativeren toen op de eerste rij om Domenico Tedesco af te schieten. Wat is dan precies het verschil? Misschien de taal die beide bondscoaches spreken en bijgevolg hun band met de pers? We denken luidop na.

Terug naar Garcia. Het was geen geheim dat de Fransman een nauwere band had met de Waalse media dan met de Vlaamse. Herinnert u zich het voorval met Gilles De Bilde nog? Niet toevallig werkend voor VTM, dat samenwerkt met HLN. Vanaf toen konden Belgen voor exclusieve interviews met de bondscoach nog quasi uitsluitend afstemmen op de Waalse media. Het leek chronologisch overeen te komen met het begin van de anti-Garcia-campagne in de Vlaamse media, en dan vooral in Het Laatste Nieuws. Dat zou natuurlijk wat hypocriet zijn voor een medium dat Marc Wilmots op het afgelopen WK nog verweet van de Rode Duivels een communautaire kwestie te maken. Enfin, we blijven luidop nadenken.

Een eerlijke analyse naast een gekleurde

Begrijp ons niet verkeerd: dit stuk is niet bedoeld om Van Bommel af te kraken. Integendeel. Het klopt dat hij de Rode Duivels leuk laat voetballen, misschien zelfs leuker dan Garcia deed. Maar ook mijn zaalvoetbalploeg speelt leuk. Daarom nog niet noodzakelijk goed. Dus laat ons de eerste vier wedstrijden onder Van Bommel eens eerlijk analyseren zonder op voorhand te beslissen wat de conclusie moet zijn. We zetten er ook telkens bij wat HLN ervan gemaakt heeft.

De eerste helft in Italië was fantastisch. Intensiteit, lef aan de bal, stabiliteit achterin: top. De tweede helft was een ander verhaal. Toen mocht vooral Lammens pluimen op zijn hoed steken, want de Italiaanse gelijkmaker was logischer geweest dan de Belgische 0-2. Al bij al was het een goede eerste wedstrijd, al helpt het natuurlijk dat de Italiaanse nationale ploeg momenteel niet bepaald zijn beste periode beleeft. In HLN ontstond na de wedstrijd een hosannasfeer: “Het verschil met zijn voorganger kon niet groter zijn” en “Waar Rudi Garcia achter elke hoek van het stadion een vijand meende te zien, wandelde Van Bommel in Olimpico rond alsof het zijn eigen tuin betrof.”

Daarna volgde Frankrijk in Brussel. Dat was zorgwekkender. De Rode Duivels werden grote delen van de wedstrijd gedomineerd door Franse bankzitters. Was het leuker om naar te kijken dan naar België-Frankrijk op het EK 2024 onder Tedesco? Absoluut. Was het daarom beter? Nee. Net als toen viel het enige tegendoelpunt in de 87e minuut, alleen had het deze keer gerust dertig, vijftig of zeventig minuten eerder kunnen vallen als de Franse kanonnen iets scherper hadden gestaan. Toch zag HLN dat de Rode Duivels onder Van Bommel “niet langer in schuilkelder kruipen” en klonk het: “Liep het allemaal perfect? Neen. Máár ze entertainden wel.” Tevens kopte HLN na de wedstrijd over de Voetbalpodcast: “‘Dan eten de spelers uit je hand’: HLN Voetbalpodcast over gigantisch verschil tussen Mark van Bommel en Rudi Garcia.” Weer kan het verschil in hoe beide coaches geportretteerd worden moeilijk groter zijn.

Dan Turkije. Opnieuw een leuke wedstrijd, maar ook opnieuw eentje waarin plezier en controle niet hetzelfde bleken. Van Bommel noemde het zelf “wat pingpong”, en dat is eigenlijk een treffende omschrijving: pingpong speel je doorgaans met twee. Ook Turkije – dat op het WK na twee groepswedstrijden al uitgeschakeld was – had die wedstrijd met wat meeval gewoon kunnen winnen. De 3-0 was in ieder geval een pak zwaarder dan het wedstrijdbeeld deed vermoeden. Hoewel Niels Poissonnier dat zelf ook leek in te zien – hij sprak over “casinovoetbal aan de boorden van de Maas” – stak hij Van Bommel traditiegetrouw toch weer een pluim op de hoed: “Zelfs de grootste critici moeten toegeven dat Mark van Bommel knap werk aan het leveren is.”

En dan opnieuw Frankrijk, misschien wel de moeilijkste wedstrijd van de vier om te beoordelen. België stond tot een kwartier voor tijd behoorlijk in blok en voetbalde bij momenten degelijk mee, maar vier tegendoelpunten in amper tien minuten laten zich moeilijk helemaal wegrelativeren. Ze verraden vooral hoe groot het klasseverschil tussen beide landen (nog altijd) is. Op het WK hielden de Duivels tegen Spanje – een betere ploeg – beter stand. Na de wedstrijd beargumenteerde HLN waarom Van Bommel “toch een topscore” verdiende en werd hij zelfs “geslaagd met onderscheiding” genoemd op basis van zijn eerste vier wedstrijden.

Nogmaals: dit is geen aanklacht tegen Van Bommel. Integendeel. Zijn voetbalvisie is in geheel Hollandse stijl heerlijk simpel: 4-3-3, een voetballende nummer zes, flankspelers die hun rechtstreekse tegenstander durven opzoeken en vooral niet te veel ingewikkeld doen. Back to basics. Meer hoeft eigenlijk ook niet bij een nationale ploeg. Of zoals Cruijff het ooit samenvatte: “Voetbal is simpel, maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen.” In dat opzicht heeft Van Bommel de Rode Duivels wel degelijk iets bijgebracht. Het is opnieuw leuk om naar België te kijken en supporters herkennen zich in de manier van voetballen van hun land.

Men zou kunnen beargumenteren dat net dat misschien wel de essentie is van een nationale ploeg. Maar of dit voetbal ons op het volgende toernooi een ronde verder zal brengen dan het voetbal onder de vorige bondscoach, valt zeer te betwijfelen. Eigenlijk kunnen we daar nu nog geen uitspraak over doen, maar dat geldt in de omgekeerde richting evenzeer. Misschien vond de grootste metamorfose rond de nationale ploeg daarom wel plaats buiten het veld.

Waar onder Garcia een overwinning werd gerelativeerd, gebeurt dat onder Van Bommel bij een nederlaag. Niet dat hij geen tijd verdient, absoluut niet, maar het verschil in framing in de Vlaamse pers is op zijn zachtst gezegd opvallend te noemen en mist alle journalistieke nuance die men van gerenommeerde media zou verwachten. Garcia werd bekritiseerd ondanks hetgeen hij presteerde (zie eerste alinea), Van Bommel wordt geprezen ondanks hetgeen hij nog niet presteerde. De reden daarvoor is moeilijk hard te maken. Maar wie ziet hoe verschillend Van Bommel en Garcia door de Vlaamse media worden geportretteerd, kan moeilijk stellen dat dat verschil louter op resultaten of prestaties gebaseerd is. Nochtans zou je denken dat net dat het voornaamste criterium is om een coach op te beoordelen. Of dat zou het toch móéten zijn.