Drie overwinningen, een gelijkspel en een nederlaag. Het Europese bilan van onze Belgische clubs was deze week opnieuw positief. Dat is niet enkel leuk voor de supporters van de desbetreffende clubs, maar voor iedereen die het Belgische voetbal een warm hart toedraagt. Ons land staat momenteel zevende op de UEFA-coëfficiëntenranking. Maar wat betekent die plaats precies, en hoe groot is de kloof met onze Europese concurrenten?

Een overwinning van Club Brugge in Milaan zorgt bij Brugse supporters voor jolijt. Logisch. Maar ook supporters van pakweg Anderlecht of Gent mogen vieren wanneer Club Brugge – of een andere Belgische club – wint in Europa. Want terwijl Belgische clubs in de Jupiler Pro League elkaars rechtstreekse tegenstanders zijn, vormen ze op het Europese toneel één front. Iedere overwinning, ieder gelijkspel en iedere succesvolle Europese campagne draagt bij aan dezelfde UEFA-coëfficiënt. En die bepaalt hoeveel Belgische clubs de komende jaren Europa mogen bestormen.

Hoe werkt die coëfficiënt eigenlijk?

De UEFA-landenranking wordt berekend op basis van de Europese prestaties van clubs over de laatste vijf seizoenen. Daarbij tellen de Champions League, Europa League en Conference League allemaal mee.

Het principe is relatief eenvoudig. Vanaf de competitiefase levert een overwinning twee punten op, een gelijkspel één punt en een nederlaag niets. In de voorrondes worden die punten gehalveerd. Daarnaast zijn er bonuspunten te verdienen, onder meer afhankelijk van de competitie, de eindpositie in de competitiefase en het bereiken van latere rondes.

Het totaal wordt vervolgens gedeeld door het aantal clubs waarmee een land aan het Europese seizoen begon. België heeft dit seizoen vijf vertegenwoordigers, waardoor een Europese overwinning in principe 0,400 coëfficiëntpunten oplevert (twee gedeeld door vijf). Dat maakt de overwinningen van STVV (thuis tegen het Georgische Ibernia in de Conference League) en Club Brugge (op Inter in de Champions League) op papier gelijkwaardig.

De scores van de laatste vijf seizoenen worden opgeteld. Elk jaar verdwijnt het oudste seizoen uit de berekening en komt er een nieuw bij. Een uitzonderlijke Europese campagne kan dus jarenlang doorwerken, zowel in positieve als in negatieve zin.

België op plaats zeven: Nederland voorbij, Portugal in het vizier

Momenteel staat België op de zevende plaats in die coëfficiëntenranking. Met 60,850 punten bevindt ons land zich tussen Portugal en Nederland, al jaren de voornaamste Belgische concurrenten op de ranking. De top vijf lijkt de komende jaren uitsluitend voorbestemd voor de vijf grote competities.

PlaatsLandCoëfficiënt
5Frankrijk70,296
6Portugal66,550
7België60,850
8Nederland53,729
9Turkije51,075
10Griekenland45,812

Vooral de voorsprong op Nederland springt in het oog. Onze noorderburen eindigden vorig seizoen nog boven België, maar kijken nu tegen een achterstand van ruim zeven punten aan. In het seizoen 2021/22 verzamelde Nederland namelijk liefst 19,200 punten, tegenover amper 6,600 voor België. Dat seizoen is inmiddels uit de vijfjarige berekening verdwenen. Daardoor schoof België bij de start van het nieuwe seizoen al voorbij Nederland.

Plaats zes of plaats acht: een wereld van verschil

Een plaatsje stijgen of dalen lijkt op papier misschien een detail, maar op Europees niveau zijn de gevolgen aanzienlijk. Zeker wanneer België de komende jaren ook nog Portugal zou kunnen bijhalen. Hun zesde plaats staat namelijk garant voor zes Europese startbewijzen, waarvan drie in de Champions League. De kampioen en vicekampioen zouden dan rechtstreeks naar de competitiefase van de Champions League mogen, terwijl de derde de voorrondes speelt.

Voor een land op de zevende plaats, de plaats die België momenteel bestrijkt, zijn er vijf Europese tickets. De landskampioen plaatst zich rechtstreeks voor de Champions League en de vicekampioen krijgt een kans via de kwalificaties. Daarnaast krijgt de bekerwinnaar in principe een rechtstreeks ticket voor de Europa League, terwijl twee andere clubs aan Europese voorrondes beginnen.

Ook het verschil tussen de zevende en achtste plaats is relevant. Een achtste plaats levert eveneens vijf tickets op, maar zonder het gegarandeerde rechtstreekse Europa League-ticket dat de nummer zeven wél krijgt.

Portugal, Nederland en Turkije: de voornaamste concurrenten voor de komende jaren

De coëfficiëntengoeroes die dromen van een zesde plek voor België zullen nog even op hun honger blijven zitten. De Portugezen hebben momenteel 5,700 punten meer dan België. Geen onoverbrugbare kloof, maar ook geen achterstand die met een geslaagde Europese week verdwijnt.

Daarbij haalde Portugal vorig seizoen maar liefst 20,500 punten ten opzichte van de 11,400 van België. Die cijfers zullen dus nog verschillende jaren doorwegen, en we zien niet meteen in waar (of hoe) de Belgische clubs die kloof gaan dichten op ploegen als Porto, Benfica en Sporting.

Maar ook dit seizoen doet Portugal voorlopig beter. Ze verzamelden al 6,300 punten, tegenover 5,200 voor België. Bovendien zijn hun vijf Europese vertegenwoordigers allemaal nog actief.

Het positieve nieuws is dat we op korte termijn ook geen schrik hoeven te hebben om een plaats te zakken. Zo staat Nederland met 53,729 punten ruim achter België. Dat betekent niet dat de Eredivisie volledig uit beeld is verdwenen; alle zes Nederlandse vertegenwoordigers zijn voorlopig nog Europees actief en kunnen dus verder punten verzamelen.

Maar ook Turkije mag niet helemaal worden vergeten. De Turken volgen op de negende plaats en verzamelen dit seizoen voorlopig zelfs meer punten dan België. De achterstand in het vijfjarige klassement bedraagt echter bijna tien punten, waardoor de onmiddellijke druk beperkt blijft. Alleen haalden de Turkse topclubs afgelopen zomer heel wat sterren binnen. Salah, Trossard, Lukaku, Greenwood, Osimhen, Leão, Ederson, Aké … Allemaal voetballen ze momenteel in Turkije. We kunnen ons moeilijk van de indruk ontdoen dat die kwaliteitsinjectie binnenkort ook zijn vruchten zal afwerpen in Europa.

Hoe dan ook moeten de Belgische clubs uitgaan van hun eigen sterkte. De afgelopen jaren hebben bewezen dat de Belgische competitie in de breedte misschien wel de sterkste is buiten de Europese top vijf. The sky (plaats zes) is the limit. Over dat glazen plafond hoeven we u geen betoog te houden.