Veel clubs hebben met het feit te maken dat hun beste spelers worden opgeroepen voor hun nationale team. Voor de speler in kwestie een eer natuurlijk, maar de clubs zien de spelers met angst en beven richting de interlands vertrekken. Altijd voer voor discussie, zeker als een speler niet geheel topfit bij zijn werkgever terugkomt…

Een gevalletje staat niet op zichzelf, maar als een club goed presteert worden de spelers van het team door de diverse bondscoaches met argusogen bekeken. Daar is natuurlijk niets mis mee, want iedere club en ook iedere speler wil het beste in zichzelf naar boven halen. Bij topclubs is die druk er wekelijks, maar bij de subtoppers (zeg maar de middenmoters) ligt dat anders. Minder druk om te presteren, minder media-aandacht en andere factoren die het spel kunnen beïnvloeden. Je moet er maar tegen kunnen.

Veel spelers “verzuipen” ook onder die druk. Voorbeelden te over. Het spelen bij een gevestigde club herbergt druk. De sfeer is anders, de supporters zijn kritisch en de sensatiepers scherpt de pen aan als prestaties uitblijven. Maar anderen groeien juist in een topsportklimaat. Zo ben je ineens in beeld om jouw land te vertegenwoordigen bij de diverse kwalificatiemomenten en eindtoernooien. Als jongeling kom je ineens tussen al die gearriveerde namen, misschien zelfs wel in een groep met spelers waarvan je als klein jongetje een poster op je kamer had…

Even uit de dagelijkse sleur. Er staat een interland op het programma en de spelers proberen zich allemaal in de basiself te spelen. De trainingen zijn messcherp, want niemand wil wijken voor elkaar. De kans op blessures is dan op zijn grootst, tot afgrijzen van de club waar de speler voor speelt. Het regent afmeldingen, zo vlak voor een interland. De een verlaat het trainingskamp en de ander wordt opgeroepen als zijn vervanger. Zo weet men een dag van tevoren welke spelers er zijn overgebleven na de zoveelste slijtageslag op het trainingsveld.

De trainingen zijn anders dat dat men gewend is. Het gaat sneller, er wordt meer van je geëist dan op de club en je moet mee, of je wilt of niet. Ook rondom het nationale elftal zijn zaken anders geregeld. Een andere coach en zijn assistenten, medische staf en een teamchef zijn zaken die alles in een ander daglicht zetten. De interland is aanstaande en je hoort tijdens een van de tactische besprekingen of je wel of niet speelt…

Vaak heeft men naar een interland toe een aanloop van vier dagen richting de wedstrijd. De club blijft achter met de besten die niet uitverkoren zijn en traint ondertussen gewoon door. Maar als club wil je een zo sterk mogelijke selectie en koop je spelers in die een toegevoegde waarde voor het team hebben. Dat kan leiden tot het feit dat je spelers tijdens een interlandperiode langdurig kwijt bent. Een club kan dat logischerwijs incalculeren, zeker als je spelers aantrekt van verschillende continenten.

Moeten de spelers gehoor geven aan de lokroep van hun bondscoach? En hoe komen zij terug bij de club als zij vanuit een interlandperiode komen? Een seizoen duurt lang en het gehele jaar in topconditie verkeren is niemand gegeven, zelfs de groten der aarde niet. De vormdip, kleine pijntjes en andere ongemakken maken de discussie er niet gemakkelijker op. Bedanken voor het nationale team gaat de meesten te ver. En gelukkig maar. Uiteindelijk wil je toch jouw beste spelers aan de aftrap hebben, zowel bij de club als bij de nationale elf. De discussie duurt voort…

André van der Voort