Op 21 augustus 1994 debuteerde ene Patrick Stephan Kluivert in het eerste van Ajax. Z’n debuutwedstrijd werd er eentje om nooit meer te vergeten. Tegen aartsrivaal Feyenoord. En naar goed Ajax-gebruik scoorde de debutant. En toch zullen er veel minder mensen zijn die zich die goal helder voor de geest kunnen halen dan dat er mensen zijn die op 24 mei 1995 op TV naar een wedstrijd in het Ernst Happelstadion in Wenen zaten te kijken, waar diezelfde Kluivert in de 86ste minuut zichzelf naar eeuwige roem en Ajax naar z’n vierde Europa Cup I punterde. De naam Kluivert ging direct de wereld rond. Hij werd dé man van 24 mei 1995, van Ajax. Dat hij in dat seizoen ook topscorer van Ajax zou worden, dat is alleen bij de echte fans bekend. Ik kan me het debuut van Kluivert tegen Feyenoord nog goed herinneren. En gisteren had ik een déjà-vu toen ik een melding op mijn telefoon kreeg (full-time papa, dus mijn stadiontijd is zeer beperkt), dat de geblesseerde Younes werd gewisseld voor debutant Kluivert. Uiteraard ging het hier om zoon-van Justin Kluivert. Maar ik kreeg toch even die kriebelende nekharen bij het zien van die o zo vertrouwde naam als speler van Ajax 1.

Maar ik kreeg toch even die kriebelende nekharen bij het zien van die o zo vertrouwde naam als speler van Ajax 1.

Justin speelde een prima pot, scoorde – helaas – niet (hoe aandoenlijk; hij liet na de wedstrijd weten dat hij niet aan Schöne durde te vragen of hij de penalty mocht nemen), maar liet wel heel duidelijk zien waarom Peter Bosz hem in de winterstop bij het eerste haalde. Hij bulkt van het talent, heeft op sommige momenten eng veel weg van z’n ouwe heer en doet de naam Kluivert alle eer aan. En daar wilde ik het graag bij laten waar het de vergelijking met z’n vader betreft. Want Justin Kluivert is niet Patrick Kluivert, hoeveel hij ook op hem lijkt. Waar papa Patrick een pure centrumspits was, is Justin op z’n best op de vleugel. En daar wou ik het dan wederom bij laten…

Ik denk namelijk dat het vergelijken met een beroemde ouder niet in het voordeel is van het (nog niet) beroemde kind. Daley Blind heeft lang moeten opknokken tegen geest van zijn beroemde vader die rondwaarde in de Arena. Ook Wim Andriessen vond het constante vergelijken met z’n vader niet prettig. De oude Wim, voor de oorlog in het eerste van Ajax, was al gestopt met spelen en dan ‘overheerst altijd de herinnering aan het goede’, aldus Wim Junior vandaag in het NRC. Het bekendste voetbalkind van Nederland, Jordi Cruyff, weet als geen ander hoe is het om tegen de beeldvorming rondom je beroemde vader op moeten te boksen. En veel beroemder dan Jopie Cruyff komen ze niet snel. Ronald Koeman Junior werd na z’n debuut twaalf(!) keer geïnterviewd, want hij was gedebuteerd tegen Feyenoord, de oude club van papa. Na twaalf keer dezelfde vragen, die meestal niks met voetbal van doen hadden, vond hij het wel even best. Kortom, kind zijn van een beroemde vader is misschien wel lastiger dan gedacht.

Dus, laten we vooral met z’n allen genieten van het onmiskenbare talent van Justin, zonder bij ieder balcontact terug te denken aan die fluwelen balcontacten van z’n ouwe heer. En de vorige zin laat zien dat dat al heel lastig is. Ik ben er echter ook volledig van overtuigd dat Justin voldoende in z’n mars heeft om los van z’n vader een hele grote meneer te worden. We zullen zien. Hij is nog jong genoeg, dus hij heeft de tijd. Daarover gesproken; na Matthijs de Ligt is Justin Kluivert de tweede Ajax-debutant die geboren werd ná het laatste kampioenschap van aartsrivaal Feyenoord (25 april 1999).

Advertenties