In de rubriek ’10 jaar terug in de tijd’ kijkt DFVF terug op het seizoen 2007/2008. Nu het WK in Rusland stilaan de beslissende fase bereikt, blijven we in de sfeer van de grote internationale toernooien. We blikken in deze speciale aflevering terug op het Europees Kampioenschap van 2008, dat in de zomer van tien jaar terug werd gehouden in Zwitserland en Oostenrijk.

Aan het EK 2008 namen zestien landen deel. Naast de organiserende landen Zwitserland en Oostenrijk, zijn dat titelverdediger Griekenland, Polen, Portugal, Italië, Frankrijk, Turkije, Tsjechië, Duitsland, Kroatië, Rusland, Zweden, Spanje, Roemenië en Nederland.

België

België wist zich niet te plaatsen voor dit EK. In de kwalificatiereeks (Groep A) eindigden de Rode Duivels op een schamele vijfde plek achter groepswinnaar Polen, Portugal, Servië en Finland. België wist enkel de voetbaldwergen Armenië, Kazachstan en Azerbeidzjan achter zich te houden. De Belgen verloren deze kwalificatiereeks onder meer twee keer van Portugal, toen al met Cristiano Ronaldo en Queresma en ook beide duels tegen Polen. Tegen Finland werd slechts één schamel puntje behaald.

Bondscoach in die periode was René Vandereycken. Hij deed tijdens de kwalificatieduels een beroep op spelers als Stijn Stijnen, Timmy Simons, Carl Hoefkens, Bart Goor, Luigi Pieroni, Guillaume Gillet, Daniel van Buyten, Jelle van Damme, Kevin Mirallas, Steven Defour, Nicolas Lombaerts, Anthony Vandenborre, Karel Geraerts, Mbo Mpenza en Wesley Sonck. Maar bijvoorbeeld ook de huidige internationals Vincent Kompany, Thomas Vermaelen, Moussa Dembele, Jan Vertonghen en Marouane Fellaini maakten één of meerdere keren hun opwachting in de nationale ploeg.

Nederland

Oranje wist zich wel te plaatsen voor de eindronde, zij het met moeite. Nederland leed puntenverlies in Bulgarije (1-1) en in Wit-Rusland (2-1-nederlaag) en haalde uit de duels tegen Roemenië slechts één punt (thuis 0-0, uit 1-0-nederlaag). De rest van de wedstrijden werden wel allemaal gewonnen, zodat Nederland één punt voorbleef op naaste belager Bulgarije. Roemenië werd winnaar van Groep G, met drie punten voorsprong op het Nederlands Elftal. Wit-Rusland, Albanië, Slovenië en Luxemburg, de vier andere landen in de poule, eindigden op ruime afstand.

Roemenië en Nederland troffen elkaar ook op de eindronde. Bij de loting kwamen beide landen terecht in Groep C, samen met wereldkampioen Italië en verliezend WK-finalist Frankrijk. Groep C werd beschouwd als de “Poule des Doods”.

Oranje kende een vliegende start van het Europees Kampioenschap en liet geen spaan heel van Italië (3-0), rolde daarna Frankrijk (4-1) op en nam tenslotte revanche op  Roemenië (2-0). Bondscoach Marco van Basten beschikte destijds over een ijzersterke selectie met spelers als Edwin van der Sar, Giovanni van Bronckhorst, John Heitinga, Khalid Boulahrouz, Robin van Persie, Ruud van Nistelrooy, Wesley Sneijder, Arjen Robben, Dirk Kuijt, Rafael van der Vaart, Nigel de Jong en Klaas-Jan Huntelaar.

Knock-out-fase

Naast Nederland overleefden ook Italië, Portugal, Turkije,  Kroatië, Rusland, Spanje en Duitsland de eerste ronde. De twee gastlanden sneuvelden beiden al in de groepsfase. Oostenrijk behaalde slechts één schamel puntje (tegen Polen) en werd gedeeld laatste in zijn poule. Zwitserland eindigde ook onderaan, al wist het wel één duel (van Portugal) te winnen.

Na de imposante optredens in de eerste ronde, werd Nederland gebombardeerd tot één van de topfavorieten. In de kwartfinale stuitten de Nederlanders echter op het Rusland van Guus Hiddink. Deze had zijn ploeg uitstekend geprepareerd voor de clash tegen zijn landgenoten. Na de reguliere speeltijd was de stand nog gelijk: 1-1. In de verlenging wisten de Russen echter nog twee keer te scoren. Nederland kon gedesillusioneerd de koffers pakken.

In de kwartfinale was Duitsland het enige land dat zijn klus zonder verlenging wist te klaren. Door doelpunten van Schweinsteiger, Klose en Ballack wist het Portugal met 3-2 te verslaan. De andere twee kwartfinales kenden ook na verleningen geen winnaar. Bij zowel  Spanje-Italië (0-0) als Kroatië-Turkije (1-1) was een strafschoppenserie noodzakelijk. De Spanjaarden en de Turken trokken uiteindelijk aan het langste eind en wisten zo door te dringen tot de halve finales.

Finale

Duitsland en Turkije werkten hun onderlinge duel in de halve finale af in Bazel. In een bloedstollend duel won “Die Mannschaft” zoals het Duitsers betaamd: de Turkse gelijkmaker in de 88e minuut werd door een treffer in de allerlaatste minuut van Philipp Lahm alsnog teniet gedaan (3-2).  In de andere halve finale, in Wenen, versloeg Spanje Rusland door twee treffers in het slotkwartier met 3-0.

Het affiche voor de finale loog er dus niet om: Duitsland versus Spanje. Het duel werd gespeeld in het Ernst Happelstadion in Wenen voor 51.000 toeschouwers. De Duitsers, toen ook al onder bondscoach Joachim Löw, traden aan met spelers als Jens Lehmann, Per Mertesacker, Michael Ballack, Philipp Lahm, Bastian Schweinsteiger, Torsten Frings, Miroslav Klose, Lukas Podolski en Mario Gomez. Het Spaanse team van Luis Aragones bestond uit namen als Iker Casillas, Sergio Ramos, Carles Puyol, Andres Iniesta, Cesc Fabregas, Xavi Hernandez, David Silva, Xabi Alonso en Fernando Torres.

”La Furia Roja” wist het duel uiteindelijk te winnen door een doelpunt van Fernando Torres in de 33e minuut. Spanje bleef door deze zege het gehele toernooi zonder nederlaag. De eindoverwinning van dit EK was tevens het startsein  van een jarenlange Spaanse hegemonie in het internationale voetbal. De Spaanse ploeg won in 2010 de  wereldtitel en in 2012 werd het Europees kampioenschap geprolongeerd.

 

Advertenties