Woensdagochtend 25 juli. Just zat gehurkt naar een open kleerkast te turen en liet een vertwijfelde zucht ontsnappen. In de kast hingen zestien sjaals kraaknetjes naast elkaar aan een gietijzeren roede. Eén voor één smeekten ze hongerig om het eerste plaatsje rond zijn 59-jarige hals. Eén voor één stelden ze de arme man voor een onmogelijke keuze.

Net toen hij z’n ogen met de linkerhand had afgedekt om lukraak een gewillig slachtoffer aan te duiden, donderde een luide stem de kamer binnen. “Is da ier biena gedoan met da zotjesspel? Kriegen’t alweer ip m’n eupen!” Just barstte onmiddellijk in een lachen uit, stond recht en gaf z’n vrouw een stevige smakkerd. Ze begreep er helemaal niks van, maar hij wist eindelijk waar hij aan toe was. Hij werd de volgende zeven dagen een vurige supporter van de Panda’s.

De voorbereiding: die deutsche Sprache

Met een zwart-witte sjaal om de nek galoppeerde Just naar wat hij tot de supporterskamer had omgedoopt. Het vertaalwoordenboek Duits-Nederlands lag er nog op dezelfde plaats als waar hij het vorig seizoen had achtergelaten na de Eupense 3-2-overwinning tegen Lokeren op de 28ste speeldag. “Was einen leuken match was das!” riep hij opgewonden. Het woordenboek zou nog goed van pas komen.

De volgende dagen stonden volledig in het teken van de voorbereiding op de wedstrijd Club Brugge – KAS Eupen. Just doorploeterde alle artikels die hij op het wereldwijde web kon vinden over zijn helden uit de Oostkantons. Overdreven veel waren het er niet. De club uit de Duitstalige Gemeenschap spreekt nu eenmaal niet tot de verbeelding. “Und dann?” dacht Just luidop, net op een moment dat Marijke “Aan tafel!” riep. De plaatselijke underdog kon op weg naar de keuken nog net gniffelend een “Jawohl, mein Führ..” onderdrukken.

Matchday: “Verdammt!”

“Scheisserei!” Met deze profetische boodschap ontwaakte Just rond een uur of vijf op zondagmorgen. Hij besefte pas echt goed dat hij het gevleugelde woord luidkeels had uitgeroepen toen z’n eega hem een majestueuze klap rond de oren gaf. Just was klaarwakker. En z’n darmen ook. Hij plaatste een stevig spurtje richting het kleinste kamertje alsof z’n naam Moussa Wagué was. Luttele seconden later was het welriekende startschot voor een nieuw seizoen in de Jupiler Pro League een feit. Der Beginn der Folter!

De wedstrijd zelf vatte Just later die dag in één weloverwogen woord samen: “Verdammt!” Het was in ieder geval het woord dat hij het vaakst had laten vallen terwijl hij de pijn zat te verbijten voor z’n platte beeldbuis. Dat het geen makkelijke opdracht zou zijn voor Eupen had hij wel verwacht, maar een beetje meer weerwerk van Garcia en co toch op z’n minst ook. De kleine opflakkeringen in minuten 70 en 73 waren slechts spetters op een snoeihete plaat. Om het leed nog wat te verharden eindigde de wedstrijd met de rake opmerking “Ali, kgon were de rest van den dag ip je vieze toote moet’n kieken zeker?” Marijke gaf een verdomd goeie natrap.

De cooling down: de tragiek van de panda

De volgende dagen kon Just nog amper een Duits woord over z’n lippen krijgen. Hij was op z’n zachtst gezegd sehr desillusioniert. Meer nog, zelfs de meest ontroerende smeekbede van een met bamboe sufgetrainde panda had hem niet kunnen verleiden tot een dagtrip naar de Oostkantons. Het logement van z’n kleinkinderen kwam dan ook als geroepen. Het gaf hem de kans om zijn aandacht even volledig te focussen op de kleine Michiel en Emma. Enkel de vraag om buiten te voetballen werd beantwoord met een huilerige “Nein bitte, nein!”

Het was pas tegen deze ochtend dat zijn voetbalminnende bovenkamer opnieuw helemaal zen was. Gedaan met de foltering. Gedaan met die deutsche Sprache. Tijd voor het wekelijkse schakelmoment. Het moment waarop alles opnieuw kon beginnen. Het moment waarop de sjerp van KAS Eupen halfstok terug de kast werd ingehangen en een nieuwe sjaal de hals van Just mocht trotseren. Deze keer kleurde het stoffen ding blauw en wit. Just werd in een sjaalomdraai een bezeten Buffalo.

Advertenties