Woensdag 5 december. Na een korte sjaalonderbreking, zachtjes afgedwongen door een hardnekkige griep, was Just zo klaar als wat om de laatst overgebleven stoffen vriend een week lang te nekdragen. Het blauwwitte ding was dit keer niet zomaar een lukraak exemplaar, maar dat van de fiere leider van de Jupiler Pro League: KRC Genk. Just ontpopte zich de volgende dagen tot Voetbalsmurf.         

De Smurfen schopten het zo’n zestig jaar geleden van petieterige schaduwpersonages uit de stripreeks Johan en Pirrewiet tot onvergankelijke blauwe cartoonvedettes. Een bijna even indrukwekkende opmars als die van Koninklijke Racing Club Genk. De Limburgse fusieclub verzamelde sinds haar oprichting dertig jaar geleden maar liefst drie landstitels en vier Bekers van België. Een prijzenkast waar bouwstenen Thor ‘Johan’ Waterschei en KFC ‘Pirrewiet’ Winterslag enkel van konden schuimbekken.

De voorbereiding: een Limburgse wervelwind

De troepen van coach Philippe Clement raasden als een tornado door de eerste helft van onze vaderlandse competitie. En kroonden zich vanaf speeldag 10 tot onbetwistbare koploper van de zevende voetbalhemel. Hun ongeslagen status werd pas op speeldag 16 gereset na een nederlaag tegen Cercle Brugge (1-2). De kleine donderslag bij heldere hemel werd een speeldag later weggeblazen met een krappe overwinning op Anderlecht (0-1).

Voor Just was de bekerwedstrijd tegen Charleroi op woensdagavond een grave gelegenheid om zijn nieuwe helden wat beter te leren kennen. Ook al bracht Genk met onder andere Bojan Nastic enkele minder gerodeerde goden aan de aftrap. De olijke Bosniër bedankte in de eerste helft bedenkelijk met een geslaagde imitatie van Klungelsmurf (1-0). De lichte paniek die was ontstaan ten huize Fonteyne werd na de rust vakkundig aan diggelen getrapt door Dewaest, Maehle en Gano (1-3). Genk was verdiend geplaatst voor de kwartfinale. Just was gerustgesteld.

Matchday: een halve sprankel volstaat niet

Dat de sprankel de laatste speeldagen wat verdwenen was uit het Genkse voetbal viel Just in de eerste helft tegen KV Kortrijk niet meteen op. Mbwana Samatta bracht de thuisploeg na 20 minuten terecht op voorsprong en ook daarna dartelden de Limburgers vrolijk verder. Alleen verzuimden Pozuelo en co de klus nog voor de rust te klaren. En op slag van rust stuurde Julien De Sart alles was blauwwit was op de koop toe met een hoe-is-het-toch-mogelijk-gevoel de kleedkamer in (1-1).

Geen man overboord, dacht Just bij het ingaan van de tweede periode. En de Limburgers bevestigden zijn hoop met een stevig offensief. De grote kansen bleven echter achterwege, net als de bereidheid van ref Alen om op vraag van de VAR een penalty voor Racing te overwegen. Terwijl de benen van de thuisspelers meer en meer verzuurden, trapte bezoeker Chevalier een kolossale kans naast de kooi van Vukovic. In het slot probeerde Gano Kaminski nog te verschalken met een pittige nekslag, maar de puntendeling verdween niet meer van het bord.

De cooling down: op naar een sensationele Smurfentitel

Na de wedstrijd sloeg Just aan het piekeren. Het was intussen toch al van 20 oktober geleden dat de bewoners van de Luminus Arena er nog eens een overwinning hadden kunnen vieren. Dat Malinovsky, Trossard en hun makkers nog altijd op weergaloze wijze tegen een bal konden trappen, daar twijfelde hij als voetbalzinnige sterveling geen seconde aan. Maar of KRC voldoende gewapend is om dit tot het einde van de competitie in voldoende punten om te toveren?

Het is hoogstwaarschijnlijk ook de vraag waar oefenmeester Clement zich de komende weken nog geregeld de kale knikker zal over breken. Just eindigde de blauwwitte week dan ook met de hoop dat het Genkse bestuur in januari nog enkele eieren voor haar spaargeld kiest. Een grotere buffer op de reservebank zou de Limburgse vereniging in elk geval een stevige duw kunnen geven richting een nieuwe sensationele Smurfentitel.