Achtvoudig Frans international Eliaquim Mangala had zeven jaar nodig om van UR Namen naar Manchester City op te klimmen. Dan was Christian Negouai beduidend sneller: de in Martinique geboren Fransman deed het in nog geen drie jaar. Mangala deed het via Standard en FC Porto, terwijl Negouai er met Charleroi slechts één tussenstap voor nodig had. En niet alleen daarin was Negouai snel: van 2006 tot 2013 was hij (mede-)recordhouder van het snelste doelpunt ooit in de Jupiler Pro League. Tegenwoordig is hij spelersmakelaar.

Christian Negouai zag op 20 januari 1978 het levenslicht in Fort-de-France, de hoofdstad van het zonnige Martinique. Op driejarige leeftijd verhuisde de familie Negouai naar Vaulx-en-Velin, een grauwe buitenwijk van Lyon. Zoals dat weleens kan gebeuren in een metropool, maakte de jonge Christian er de verkeerde vrienden, maar door sport als uitlaatklep te gebruiken bleef hij alsnog op het rechte pad. Negouai zette uiteindelijk volop in op het voetbal en werd uiteindelijk aangenomen op het opleidingscentrum van Olympique Lyon. Van daaruit zakte hij uiteindelijk af naar Lyons toenmalige satellietclub FC Vaulx-en-Velin, dat toen in de Franse vierde divisie speelde.

Het kleine duwtje om gelanceerd te raken vond Negouai bij één van zijn vrienden, die het telefoonnummer van de Belgische spelersmakelaar Franco Iovino had kunnen versieren. Negouai bleef maar bellen naar Iovino – de latere manager van onder andere Paul-José Mpoku en Thomas Meunier – tot de man uiteindelijk met hem in zee ging. In de zomer van 1998 loodste Iovino de toen 20-jarige aanvaller binnen bij de Belgische derdeklasser UR Namen.

Na zijn verhuis naar Namen ging het hard: Negouai stapelde de doelpunten op bij Les Merles en hielp de club zo aan kwalificatie voor de eindronde voor promotie. De Frans-Martinikaanse spits werd na zijn knalseizoen uitgenodigd door Feyenoord en Boavista om tests af te leggen, maar verkaste uiteindelijk naar Sporting Charleroi. In één jaar tijd van de Lyonese banlieues naar de Belgische hoogste klasse dus: straffe makelaar, die Iovino. “Franco is ontzettend belangrijk geweest voor mijn carrière. Zonder hem had ik het nooit gewaagd om mijn getto te verlaten”, vertelde Negouai later over hun samenwerking.

De transfer naar Charleroi leek oorspronkelijk helaas op een sisser uit te draaien: trainer Luka Peruzovic maakte weinig gebruik van hem, diens opvolger Raymond Mommens negeerde hem zelfs volledig. In de winter van 2000 was er dan ook sprake om Negouai, die nochtans vrij vlot scoorde bij de reserven, uit te lenen aan tweedeklasser Wezet of derdeklasser Bergen. Ook derdeklasser buur Olympic Charleroi, toen dicht bij het faillissement, wilde de jonge spits huren. Maar Negouai bleef op Mambourg, en kwam uiteindelijk aan de oppervlakte onder Manu Ferrera, de derde trainer van Charleroi in het seizoen 1999/00. De positieve evolutie kwam er pas nadat Ferrera Negouai achter de aanvallers posteerde, terwijl zijn voorgangers erop gebrand waren om van de boomlange Franse Martinikaan (1m93) een centrumspits te maken.

Ondanks een ‘verloren’ seizoen bij Charleroi toonde het Turkse Adanaspor in de zomer van 2000 interesse in Negouai. De club hoopte de speler gratis te kunnen halen en stuitte daarbij op een njet van Charleroi. Terwijl het Stade du Pays de Charleroi tijdens de voorbereiding op het seizoen 2000/01 als vanouds veranderde in een duiventil, kwam Negouai te midden van al het gepuzzel boven water als… verdedigende middenvelder. Zo verloren was dat seizoen 1999/00 achteraf bekeken niet, want na zijn omscholing werd Negouai een onbetwistbare titularis bij de Carolo’s. De pers kwam haast niet bij van de gedaantewisseling en werd bijwijlen zelfs poëtisch: volgens La Dernière Heure deed Negouai “met zijn lange benen denken aan een immens kompas”.

“Met zijn lange benen doet hij denken aan een immens kompas”

‘La Dernière Heure’ zwaait de omgeschoolde middenvelder in 2001 veel lof toe

Na een sterke heenronde bleef de belangstelling van hogerop niet uit: slechts een half seizoen na zijn reconversie als middenvelder toonden Club Brugge en RC Genk interesse. Negouai’s goede naam kreeg echter een deuk wanneer hij Antwerp-verdediger Jonas De Roeck na een tuimelpartij een klap in het gezicht verkocht. Zeker omdat het zijn tweede uitsluiting in twee weken tijd was. De middenvelder riskeerde twee keer vier weken schorsing, maar in beroep moest hij slechts één maand brommen. Negouai herpakte zich en speelde zich in de kijker van Ipswich Town en Newcastle United. Dankzij een tip van ex-ploegmaat Philippe Albert aan zijn voormalige trainer bij Newcastle Kevin Keagan raakte Negouai echter bij Manchester City, op dat moment nog een tweedeklasser. Na een geslaagde testweek haalde City de geboren Martinikaan in november 2001 voor een slordige 100 miljoen Belgische frank (2,5 miljoen euro) naar Maine Road. Een mooi gebaar van Albert, die in 2000 een punt achter zijn spelerscarrière moest zetten na een knieblessure die hij op training opliep na een ongelukkig contact met… Christian Negouai.

Negouai’s passage bij Manchester City werd sportief echter een complete nachtmerrie: de middenvelder kende er veel blessureleed en moest een eeuwigheid wachten op zijn officiële debuut voor the Citizens. Het hielp daarbij niet echt dat hij na een operatie in Antwerpen een herstelperiode van achttien maanden (!) nodig had, en dat City intussen middenvelders als Steve McManaman en Claudio Reyna haalde. Zijn aantal wedstrijden bij City in 3,5 jaar zijn op twee handen te tellen, en bij zijn enige optreden ooit in de Premier League – op Boxing Day 2004 tegen Everton – pakte hij drie minuten na zijn invalbeurt al rood. Negouai is daardoor tot op heden nog steeds de enige speler in de geschiedenis van de Premier League die tijdens zijn eerste en enige wedstrijd in de Premier League een rode kaart kreeg. Niet te verwonderen dat de Daily Mail hem in 2004 “de allerslechtste transfer ooit van City” noemde.

Heeft de passage bij City dan niéts opgeleverd voor Negouai, buiten een hartsvriendschap met Nicolas Anelka? Toch wel: in Engeland schaafde de voormalige aanvaller zijn defensieve spel bij. Dat kwam van pas bij zijn volgende club Standard, waar wijlen trainer Dominique D’Onofrio hem naast infiltrator Karel Geraerts posteerde. Negouai haalde dankzij de hulp van eveneens wijlen fysiektrainer Guy Namurois zijn gebrek aan wedstrijdritme bij City snel in en werd een belangrijke schakel op het middenveld van de Rouches, die in het seizoen 2005/06 tweede eindigden in de Jupiler League. Bal recupereren en weer inleveren zonder zich om het aanvallende te bekommeren, alsof hij nooit wat anders gedaan had. Onder het motto bloed kruipt waar het niet gaan kan mocht Negouai echter soms nog eens opdraven als spits. Op die manier scoorde hij op 8 april 2006 een historisch doelpunt: op bezoek bij Westerlo trof hij na 11,84 seconden raak, destijds een evenaring van het snelste doelpunt ooit in de Belgische hoogste klasse. In 2011 schaarde ook Benjamin Mokulu zich bij het kransje van drie spelers (naast Negouai en Peter Odemwingie) die na 11 seconden al de netten deden trillen in de Jupiler Pro League. Het record sneuvelde in 2013 toen Imoh Ezekiel na 10 seconden wist te scoren voor Standard.

In de zomer van 2006 brak Negouai met Standard: de middenvelder had een contract voor één seizoen getekend en ging er na afloop daarvan vanuit dat hij transfervrij was. Standard betwistte dat en beweerde dat het een optie gelicht had, maar Negouai hield voet bij stuk en ging onderhandelen met enkele Turkse eersteklassers. De middenvelder trok echter naar Noorwegen, waar hij vijf maanden voor Aalesunds FK ging spelen. In januari 2007 bij FC Brussels, waar hij voor het eerst in zijn carrière tegen de degradatie moest voetballen. Brussels wist zich dat seizoen te redden in Eerste Klasse, maar erg groot was de bijdrage van Negouai daarin niet: de middenvelder kwam slechts 73 minuten in actie, verspreid over vijf invalbeurten. Nadat zijn contract bij Brussels afliep testte Negouai nog even bij zijn ex-club Namen, maar er zou geen nieuwe (prof)club meer komen.

Begin januari 2008 dook Negouai’s naam voor het eerst op in de spelersmakelaarswereld wanneer hij voor de jonge Fransman Helton dos Reis een testperiode versierde bij tweedeklasser Virton. Doorheen de jaren werd hij een gerespecteerde makelaar en behartigde hij via zijn zelf opgerichte makelaarsbureau Allyverson Management de belangen van onder andere Dolly Menga, Jordan Remacle, Anthony Limbombe, Divock Origi en Michy Batshuayi.  Pour la petite histoire: één van de eerste transfers die Negouai als makelaar afrondde was die van Kevin Jacmot, een jeugdproduct van Olympique Lyon die hij vanuit een Lyonese banlieueclub naar een club uit de Belgische lagere divisies (Virton) leidde. Klinkt bekend.