Fan van een heerlijke zonnetje, lekker eten, een snuifje cultuur én een leuke pot voetbal? Zet Sevilla dan maar op je bucketlist. De Andalusische hoofdstad biedt alles wat je hartje begeert. Wij stapten het vliegtuig op en zetten twee uur later voet op Spaanse bodem. Helemaal klaar voor een goed gevulde citytrip met voetbal als (wit)-rode draad.
Eerlijk? Barcelona en Madrid waren uiteraard ook leuke opties geweest, maar wij kozen ervoor om een keertje níet de (voetbal)kudde te volgen en de kaart van Sevilla te trekken. Met Sevilla FC en Real Betis Sevilla spelen er in de regio twee topclubs op het hoogste niveau. Beide ploegen hebben hun charmes, daar twijfelen we niet aan, maar het palmares en de voetbalhistorie doen ons toch grijpen naar het rood-witte gedeelte van de stad.

Onze koffers gooien we voor de gelegenheid open in het luxueuze hotel Meliã Lebreros. Niet alleen omdat het op een steenworp van het voetbalstadion ligt, maar ook en vooral omdat de spelers en technische staf hier daags voor de wedstrijd overnachten. Een extra dimensie die we graag meepikken.

Een inkomhal om dieptevrees van te krijgen, prima eten, terras in de zon én in de schaduw, een zwembad (uiteraard) en een nette kamer. Wij komen niks tekort.

 

Daags voor de wedstrijd overnachten de spelers en technische staf van Sevilla FC in dit hotel. Auteursrechten: Meliã Lebreros hotel

Antonio Puerta

Tijd om het hotel even achter ons te laten en voor het eerst de voetbalsfeer op te snuiven. Het stadion met de heerlijke Spaanse naam Estadio Ramón Sánchez Pizjuán ligt midden in de stad, verstopt tussen een aantal shoppingcentra. Onopvallend, tot als je ervoor staat. Groot en mooi, maar niet immens.

Sevilla
Het Estadio Ramón Sánchez Pizjuán van Sevilla FC, met open dak, is een lust voor het oog. – Auteursrechten: eigen redacteur. Portretrechten worden niet opgeëist. 
Antonio Puerta.
Antonio Puerta. – Auteursrechten: eigen redacteur. Portretrechten worden niet opgeëist. 

Om te weten wat er achter die spraakmakende muren schuilt, maken we ons op voor een begeleide stadiontour. Die leert ons dat er op topdagen plaats is voor ongeveer 43.000 supporters. Omdat ze hier in het zuiden amper het woord regen kunnen spellen, hebben de knalrode tribunes nauwelijks een dak. Op een hete zomerdag kan dat tegenvallen, maar midden mei zitten we goed. Een rondje persruimte, kleedkamers, spelerstunnel en uiteraard het veld geeft ons even het gevoel alsof we echt deel uitmaken van de club.

Nog even over de kleedkamers. Bij die van de thuisploeg hangt naast de deuropening een foto van Antonio Puerta. Een aandenken aan de 22-jarige voetballer die in 2007 het leven liet na een hartstilstand op het veld. Puerta is er altijd bij, tussen zijn eeuwige teamgenoten. Een tragisch verhaal, maar tegelijkertijd ook een mooi gebaar waarmee we voor het eerst kennismaken met de verbondenheid en warmte die deze club met zich meedraagt. Het zal niet de laatste keer zijn dat we Puerta vernoemen.

Paradijs

De poorten van Estadio Ramón Sánchez Pizjuán  doen we even terug op slot tot zondag. Dan komen de voetbalpausen van Real Madrid over de vloer. Tijd voor een siësta? Dat gunnen we de locals ten harte, maar wij zijn hier niet gekomen om op onze lauweren te rusten. Een busrit door het centrum van Sevilla voert ons langs de highlights van de stad. Eén daarvan is het prachtige Plaza de España.

Plaza de España
Het halvemaanvormige Plaza de España is een van de mooiste en bekendste pleinen van Sevilla. – Auteursrechten: eigen redacteur. Portretrechten worden niet opgeëist. 

Het plein is een overblijfsel van de Ibero-Amerikaanse wereldtentoonstelling van 1929. De prachtige kleuren, fraaie architectuur, vele symboliek en rustgevende fonteinen en riviertjes geven je een paradijselijk gevoel. Prachtig en zeker de moeite waard om een paar kiekjes te nemen. Nog zo’n must-see is de Barrio de Santa Cruz, een voormalige Joodse wijk in Sevilla. Met zijn typische smalle straatjes en terrasjes nemen we er erg graag even een drankje bij.

Tot slot kunnen we het niet laten om ook even langs de wit-groene buren van Real Betis te passeren. De buitenkant van het Estadio Benito Villamarín oogt robuuster en minder kleurrijk dan die van zijn concullega. Ook de omliggende wijk geeft een minder prestigieuze indruk.  Op sommige plekken eerder vervallen. Het andere gelaat van deze toeristische stad dus.

Real Betis
Het voetbalstadion van stadsrivaal Real Betis ziet er langs de buitenkant weinig spraakmakend uit. – Auteursrechten: eigen redacteur. Portretrechten worden niet opgeëist.

Daarna is het tijd voor de Spaanse keuken. Gedroogde Ibéricoham en hun gekende paella bezorgen ons culinair genot. Doe daar na het eten nog een lekkere sangria bij in een van de lokale bars en de avond is geslaagd. Wie wil kan het nachtleven van Sevilla verder ontdekken in een van de nabijgelegen nachtclubs. Wij trekken onze slaapmuts aan en hopen dat ons opborrelende enthousiasme voor morgen niet te veel nachtelijke uren kost.

Inktvissensigaar

En dan is het zover. Matchday. Met een croissant in de hand reppen we ons naar de inkomhal om de spelers uit te wuiven. Een half etmaal voor de start van de match is de focus bij hen al aanwezig. Handtekeningen en selfies zijn voor later. Zij duiken de spelersbus in. Wij het zwembad. Die kans kunnen we toch niet laten liggen bij temperaturen tot 25 graden? Nog even ontspannen dus.

Eenmaal opgedroogd, is het tijd voor tapas.  Espacio Eslava is naar verluidt een van de beste tapasbars in Sevilla. De zaak ligt in de wijk San Lorenzo en is gemakkelijk te bereiken met het openbaar vervoer. Vanaf het stadion van Sevilla FC is het zo’n 30 minuten rijden met de bus.

Un cigarro para Becquer
Un cigarro para Becquer, een met inktvis en algen gevulde “sigaar”, is een van de typische streekgerechten die je in tapasbar Espacio Eslava (San Lorenzo) kan proeven. – Auteursrechten: eigen redacteur. Portretrechten worden niet opgeëist.

Een gerecht dat uit het oog springt is Un cigarro para Bécquer, een gebak in sigaarvorm gevuld met inktvis en algen. Een van hun specialiteiten laten we ons vertellen. Tapas van een hoger niveau. Verfijnd met diverse smaken en geuren. Zeker de passage waard.

El Arrebato

Met een gevulde maag is het nu écht tijd om te gaan focussen op de wedstrijd van vanavond. We mengen ons onder de lokale fans en verbroederen met de supportersvereniging Aficiones Unidas (AFEPE).

Aficiones Unidas (AFEPE)
Het hoofd van de lokale supportersvereniging Aficiones Unidas (AFEPE) spreekt de leden toe. – Auteursrechten: eigen redacteur. Portretrechten worden niet opgeëist.

Met een supporterslokaal – slechts 500 meter van het stadion vandaan – vol foto’s, shirts, sjaals, herinneringen en een speciale ruimte voor de overleden Antonio Puerta word je helemaal ondergedompeld in de Sevillaanse voetbalcultuur. Doe daar nog eens de Spaanse gastvrijheid bij en je voelt je een echte Sevillista. Gezellig samen drinken én zingen.

Als we straks niet willen onderdoen voor de rest van het stadion, kennen we maar beter El Arrebato. Het clublied van Sevilla FC. Een sfeervol lied dat makkelijk doet meeklappen en meeneuriën. De tekst vanbuiten leren is misschien wat hoog gegrepen, maar het refrein moet in grote lijnen wel lukken. Hoe dat klinkt? Dat laten we je graag ervaren vlak voor de wedstrijd zelf.

Vamos Sevilla   

Even opfrissen in het hotel. Sjaal en voetbalshirt erbij pakken, en hup, het stadion terug opzoeken. Er loopt veel volk in de straten rond de Sevillaanse voetbaltempel. De inhaalwedstrijd tegen De Koninklijke is al even uitverkocht. Grote namen als Ronaldo, Modric en Bale zijn er vanavond niet bij. Jammer, maar met Benzema, Ramos, Casemiro en Asensio lopen er nog een aantal grootheden rond bij de bezoekers. Bij Sevilla is het onder meer uitkijken naar Ben Yedder, Escudero en bankzitter Nolito.

De spanning stijgt. Iedereen zoekt zijn stoeltje op. Wij zitten in een van de hoeken van het stadion, vlak voor de speelsters van de damesploeg van Real Madrid nota bene. We hebben een prima zicht. Vijf minuten voor de aftrap van de wedstrijd beginnen de supporters aan hun moment van de avond: El Arrebato. Het clublied dat in het supporterscafé al een keertje werd opgezet, wordt nu door een vol stadion, door elke Sevilliaan aanwezig, luidkeels meegezongen.

Een kippenvelmoment. De passie spat ervan af. We worden er zowaar een beetje emotioneel van. Dit zie je niet op Belgische voetbalvelden. De Zuid-Europese overgave is toch iets apart. Magisch en nu al een van de hoogtepunten van deze trip. En dan moet de wedstrijd zelf nog beginnen.

De stembanden zijn helemaal opgewarmd, de bal gaat aan het rollen. ‘Vamos mi Sevilla, vamos campeón’, weerklinkt een aantal keer door het stadion. Minuut 16: handgeklap en naamgezangen ter ere van Antonio Puerta, die met datzelfde rugnummer speelde.

Niet het sterkste Real Madrid wordt al snel duidelijk. De thuisploeg biedt meer strijdlust. Gedragen door het thuispubliek vinden Ben Yedder en Layun de weg naar doel. 2-0 voor Rojiblancos bij de rust. We vieren de pauze met een hamburger.

Met een ander gelaat komt Real uit de kleedkamer. Vastberaden om er nog wat van te maken. Ramos mist een eerste strafschop voor de bezoekers. Het feest op de tribunes wordt nog groter wanneer diezelfde Ramos tien minuten voor tijd ongelukkig de 3-0 in eigen doel werkt. Kan het nog mislopen voor de thuisploeg?

Alles of niks bij de troepen van Zinédine Zidane. O ja, het wordt nog spannend. Mayoral maakt er 3-1 van, Ramos pikt diep in blessuretijd dan toch zijn doelpuntje mee voor Real. 3-2 via een strafschop. Nog enkele luttele minuten op de klok. Sevilla werkt alles weg. Een schoonheidsprijs is nu bijzaak. Nog even volhouden… en daar is het laatste fluitsignaal.

Sevilla FC
El Arrebato, het clublied van Sevilla FC, wordt op een indrukwekkende manier door alle fans in het stadion meegezongen. – Auteursrechten: eigen redacteur. Portretrechten worden niet opgeëist.

Een kleine aardbeving in het Estadio Ramón Sánchez Pizjuán. Sevilla klopt het grote Real Madrid na een boeiende pot voetbal in een sfeervol stadion waar op geen enkel moment niet werd gezongen. Brede glimlachen te over bij iedereen rondom ons. Ook die van ons kunnen we amper wegstoppen.

Eigenheid

Tijd om ons naar de uitgang van het stadion te begeven om de spelers te bedanken voor hun prestaties. Voor selfies en handtekeningen wordt nu wél uitgebreid tijd gemaakt. Buiten de stadionmuren wordt het feestje verdergezet, ondanks dat het morgen gewoon een werkdag is. Met een laatste cerveza klinken we nog eens op de overwinning.

Met de Sevillaanse voetbalgezangen nog nagalmend in ons achterhoofd en een sjaal die we niet geneigd zijn uit te doen, proberen we in ons hotel de slaap te vatten. De adrenaline zal nog wel even blijven hangen, maar dan rusten we morgenvroeg op het vliegtuig wel verder uit.

Sevilla? Een aanrader. Niet enkel vanwege het prachtige weer, de beeldige stad en de smakelijke keuken, maar ook dankzij een andere troef die ze in de hoofdstad van Andalusië te bieden hebben: Sevilla FC. Een voetbalploeg pur sang die warmte, passie en eigenheid uitstraalt. Geen ploeg die geadoreerd wordt in alle uithoeken van de wereld, maar een mooie subtopper die vooral bestaat uit fans uit de streek zelf. Laat dat nu net de charmes zijn van deze club. Volgend keer Real betis? We zullen zien. Hasta la vista.