Vandaag exact vier jaar geleden, op 15 juli 2015, vierde RFC Liège de terugkeer naar de wijk Rocourt met een galamatch tegen Union Saint Gilloise. Meer dan 3.000 toeschouwers waren die dag getuige van deze historische ontmoeting. Nadat Club Luik de wijk halverwege de jaren negentig had moeten verlaten vanwege de sloop van het iconische Stade Vélodrome, dwaalden de ontheemde supporters immers bijna twintig jaar lang noodgedwongen langs onderkomens in Eupen, Verviers, Tilleur, Seraing en Ans. De club was eindelijk weer thuis, tot vreugde van alles wat zich Rouge et Bleu noemde. De euforie van toen is inmiddels weer gaan liggen, want sinds die datum vier jaar geleden zijn Les Sang & Marine tot nu toe amper iets opgeschoten.

Het onderkomen aan de Rue de la Tonne zou van tijdelijke aard zijn, zoveel was van begin af aan duidelijk. FC Luik zou haar wedstrijden op deze velden afwerken, in afwachting van de bouw van het “echte” nieuwe stadion. Dat stadion zou verrijzen enkele tientallen meters verwijderd van het huidige speelveld. Tot op de dag van vandaag is de eerste spade nog steeds niet in de grond gestoken.

En dus speelt de eerste ploeg haar wedstrijden nog altijd in het tijdelijke onderkomen, met alle ongemakken van dien. Er staan slechts twee tribunes, één staan- en één zittribune, die eenvoudig kunnen worden gedemonteerd om ze te verplaatsen naar de nieuwe plek. Met de tribunes is niets mis. Ze zijn over het algemeen ook behoorlijk goed bevolkt.

Voor supporters van de bezoekende club zijn de faciliteiten echter absoluut eerste amateurklasse-onwaardig. Het ontvangen van grote groepen supporters stuit steevast op problemen, zoals bijvoorbeeld bleek rondom het als risicomatch bestempelde duel tegen RWDM van vorige jaargang. Bij gebrek aan een tribune voor de bezoekers heeft Club Luik afgelopen winter uit arren moede maar een paviljoentent neergezet op de plaats van het “bezoekersvak”, zodat de supporters van de tegenpartij in ieder geval niet helemaal verregend langs de lijn hoefden te staan.

Anderhalf jaar geleden nochthans, werden met het nodige trompetgeschal – en in het bijzijn van de Luikse burgemeester – de bouwplannen voor het nieuwe voetbalstadion van Matricule 4 onthuld en voorzien van de benodigde handtekeningen. De «Franki Arena» moest een stadion worden dat aan alle vereisten van het profvoetbal zou voldoen. Voorzichtig spraken de bij de realisatie van het stadion betrokken partners de hoop uit dat in het seizoen 2019-2020 voor het eerst afgetrapt moest kunnen worden in het nieuwe stadion. Een stadion dat plaats moet gaan bieden aan 8.000 toeschouwers.

Maar daar bleef het tot nu toe dan ook weer bij. Op de plaats waar het nieuwe onderkomen gerealiseerd moet worden, ligt nu nog een opvangcentrum van het Rode Kruis waar vluchtelingen gehuisvest zijn. Daarnaast heeft de club te maken met bezwaren van omwonenden. Maar het grootste obstakel is vooralsnog het rond krijgen van de financiering.

Het aantal sponsoren groeit weliswaar gestaag. het bijeenschrapen van de benodigde elf miljoen euro is echter geen sinecure. De directie gaat behoedzaam te werk. Men wil zich voor wat betreft het stadionproject niet laten leiden door opportunisme. Het waarborgen van een stabiele toekomst staat voorop. Er wordt daarom geen geld uitgeven dat er niet is. Een te huldigen zienswijze uiteraard, maar ook een manier van werken die het geduld van de hondstrouwe fans van Les Sang & Marine nog maar weer eens op de proef zal stellen. En geduld hebben de fans al heel veel gehad, al jaren.